"Palliatieve" patiënten - afschaffing van het persoonlijk aandeel
Sinds 1 mei 2009, moeten de "palliatieve" patiënten, andere dan die die van het “palliatief statuut“ genieten , geen persoonlijke aandeel meer betalen voor honoraria van een huisbezoek. Deze reglementering geldt eveneens voor patiënten in instellingen voor gemeenschappelijk verblijf (ROB-RVT, PVT, …).
De afschaffing van het persoonlijke aandeel is van toepassing wanneer de patiënt beantwoordt aan vijf cumulatieve voorwaarden :
- die lijdt aan één of meerdere irreversibele aandoeningen;
- die ongunstig evolueert, met een ernstige algemene verslechtering van zijn fysieke/psychische toestand;
- bij wie therapeutische ingrepen en revaliderende therapie geen invloed meer hebben op die ongunstige evolutie;
- bij wie de prognose van de aandoening(en) slecht is en het overlijden op relatief korte termijn verwacht wordt (levensverwachting meer dan 24 uur en minder dan drie maand);
- met ernstige fysieke, psychische, sociale en geestelijke noden die een belangrijke tijdsintensieve en volgehouden inzet vergen; indien nodig wordt een beroep gedaan op hulpverleners met een specifieke bekwaming, en op aangepaste technische middelen.
De arts moet er de adviserend-geneesheer van het ziekenfonds of de gewestelijke dienst over informeren via een officieel formulier :
- Formulier voor de afschaffing van het remgeld voor sommige palliatieve patiënten - word versie - 29 KB
- Formulier voor de afschaffing van het remgeld voor sommige palliatieve patiënten - PDF versie - 53 KB
Na goedkeuring door adviserend-geneesheer, rekent de huisarts de gewone codenummers voor de bezoeken aan. Er is immers geen enkel specifiek codenummer voor de toepassing van deze maatregel voorzien.
De reglementering bevat geen specifieke bepaling over de duurtijd van de afschaffing van het persoonlijk aandeel. Daarom wordt hetzelfde principe toegepast zoals voor het palliatief statuut: eens de goedkeuring door de adviserend-geneesheer verkregen is, blijft de afschaffing van het persoonlijk aandeel voor huisbezoeken van de huisarts van toepassing tot de patiënt overleden is.
Wettelijke basis
- Koninklijk besluit van 16/02/2009, Belgisch staatsblad van 30/03/2009 Ed.1 wijzigt het Koninklijk besluit 23/3/1982, artikel 7octies, §2
