Vragen - Antwoorden
- Bewijselementen te bewaren in het dossier bij de indiening van het kennisgevingsformulier
- Gestandaardiseerde manuele spierkrachttest
- Chronisch vermoeidheidssyndroom
- Relaxatietherapie
1. Bewijselementen te bewaren in het dossier bij de indiening van het kennisgevingsformulier
Vraag :
Wanneer moeten de bewijselementen in het kader van art.7, § 14 van de nomenclatuur ('F-lijst') beschikbaar zijn in het dossier ?
Antwoord :
Door het opsturen van het formulier tot kennisgeving naar de adviserend geneesheer bevestigt de kinesitherapeut dat hij beschikt over alle informatie die hem toelaat te besluiten dat de patiënt zich bevindt in een pathologische situatie omschreven in artikel 7, § 14 (F-lijst). Alle rechtvaardigende stukken (bewijselementen) die aantonen dat de patiënt zich in een dergelijke situatie bevindt moeten ten laatste beschikbaar zijn in het dossier op het moment van de attestering van kinesitherapiezittingen.
2. Gestandaardiseerde manuele spierkrachttest
Vraag :
In artikel 7, §14, 5°, e) (motorisch deficit en invalidering), hoe moet het begrip "gestandaardiseerde manuele spierkrachttest" worden begrepen?
Antwoord :
"Een gestandaardiseerde manuele spierkrachttest" moet worden beschouwd als een test manueel gedaan door een kinesitherapeut in tegenstelling tot een test gedaan met een apparaat.
3. Chronisch vermoeidheidssyndroom
Vraag :
In het kader van het chronisch vermoeidheidssyndroom in § 14, 5°, B., e), 1) moet de multidisciplinaire equipe van referentiecentrum voor patiënten lijdend aan chronische pijn verdere graduele oefentherapie als zinvol beschouwen. Moeten patiënten die reeds behandeld worden voor CVS nu eerst onderzocht worden in een referentiecentrum voor patiënten lijdend aan chronische pijn?
Antwoord :
Vooraleer de behandeling in het kader van § 14, 5°, B., e), 1) kan worden aangerekend, moet de patiënt onderzocht zijn in een referentiecentrum.
Het behandelingsplan moet overeengekomen zijn tussen de huisarts en de multidisciplinaire equipe . Dat behandelingsplan mag opgesteld zijn vóór 1 mei 2002.
Vraag :
In een voorschrift voor symptomen van het type "angst-paniekaanval" wordt een "relaxatietherapie" aanbevolen. Mag dit type van behandeling het voorwerp uitmaken van een vergoeding door de verplichte ziekteverzekering en moet het voorschrift alle elementen van de diagnose vermelden opdat de kinesitherapiezittingen vergoed mogen worden in het kader van een relaxatietherapie?
Antwoord :
Dit type van behandeling kan door de verplichte ziekteverzekering vergoed worden als een kinesitherapiezitting voor zover de verrichte handelingen voldoen aan de omschrijving in § 4 van artikel 7 van de nomenclatuur.
Het voorschrift voor de symptomen van het type "angst-paniekaanval" moet niet alle elementen van de diagnose vermelden opdat de kinesitherapiezittingen vergoed kunnen worden in het kader van een relaxatietherapie.
