Interpretatieregels goedgekeurd door het Verzekeringscomité
7 interpretatieregels traden in werking op 1 mei 2002
|
- Interpretatieregel n° 1 : notie van nieuwe pathologische situatie
- Interpretatieregel n° 2 : elementen in het dossier die de behandeling in “F” lijst rechtvaardigen
- Interpretatieregel n° 3 : schriftelijk verslag
- Interpretatieregel n° 4 : nieuwe reeks(en) van 60 verstrekkingen
- Interpretatieregel n° 6 : Termijn tussen de verstrekkingen of verblijven en het begin van de behandeling in de
"acute F-lijst" - Interpretatieregel n° 7 : Verduidelijking betreffende de reikwijdte van de omschrijvingen van de rubrieken III en
VI van 1°, 2° et 3°, III van 4°, III en IV van 5° en 6° van §1 van artikel 7 van de nomenclatuur (verstrekkingen in
gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats)
Interpretatieregel n° 1 : notie van nieuwe pathologische situatie
In de nomenclatuur is de volgende definitie van een nieuwe pathologische situatie opgenomen :
onder nieuwe pathologische situatie moet worden verstaan, een situatie die optreedt na het begin van de kinesitherapeutische behandeling, tijdens hetzelfde kalenderjaar en die losstaat van de oorspronkelijke pathologische situatie. In bijlage 3 vindt u een interpretatieregel betreffende deze definitie.
Vraag :
Hoe moet het begrip van nieuwe pathologische situatie als vermeld in artikel 7, § 10, van de nomenclatuur in de volgende situaties worden geïnterpreteerd :
- artrose op verschillende lokalisaties, met of zonder opeenvolgende opstoten
- gelijktijdig bestaan van twee chronische pathologieën
- algoneurodistrofie optredend tijdens het verloop van een traumatische aandoening
- ablatio van osteosynthesemateriaal in de maanden die volgen op een bloedige orthopedische behandeling
Antwoord :
- In de eerste situatie moet de artrose als een enkele nosologische entiteit worden beschouwd, dit wil zeggen dat de pijnlijke opstoten op een zelfde plaats, ja, zelfs op een verschillende plaats niet als een nieuwe pathologische situatie kunnen worden beschouwd. Evenwel kan uitzonderlijk een acute opstoot van een tot dan toe verschillende lokalisatie worden beschouwd als een nieuwe pathologische situatie op grond van een verslag waarin een duidelijke en recente verergering van de functionele beperkingen wordt aangetoond. Dit verslag kan opgesteld worden door de arts of de kinesitherapeut.
- In het geval van het gelijktijdig bestaan van twee chronische pathologieën kan de alternatie of de simultaneïteit van tenlasteneming van de ene of de andere pathologie de machtiging voor bijkomende kinesitherapiezittingen niet verantwoorden, daar de pathologische situatie op een bepaald moment als een geheel moet worden beschouwd.
- In het geval van het secundair optreden van een gedocumenteerde algoneurodistrofie, is het mogelijk om die ten opzichte van de oorspronkelijke aandoening te beschouwen als een nieuwe pathologische situatie.
- In het geval van ablatio van osteosynthesemateriaal, kan dit worden beschouwd als een element dat de adviserend geneesheer toelaat het bestaan van een nieuwe pathologische situatie te erkennen.
Interpretatieregel n° 2 : elementen in het dossier die de behandeling in “F” lijst rechtvaardigen
Vraag :
Welke bewijselementen moeten in het raam van de specificaties van artikel 7, § 14 (lijst F) van de nomenclatuur worden opgenomen in het dossier van de kinesitherapeut opdat kan worden uitgemaakt dat de verzekerde zich in een van de pathologische situaties bevindt van de lijst die gaat van a) tot h) in het laatste lid van die § 14 ?
Antwoord :
De kinesitherapeut moet beschikken over een voorschrift dat expliciet een van de pathologische situaties vermeldt die zijn opgenomen in de lijst van de situaties.
De medische diagnose blijft onder de volledige verantwoordelijkheid van de voorschrijvend geneesheer ressorteren.
Hetzelfde geldt voor de andere klinische en paraklinische gegevens die tot de medische bevoegdheid behoren, zoals het vaststellen van de referentiecode van de geneeskundige nomenclatuur en de resultaten van de paraklinische onderzoeken van het type medische beeldvorming, van de neurofysiologische onderzoeken of van andere onderzoeken.
Die gegevens moeten door de voorschrijver schriftelijk worden meegedeeld aan de kinesitherapeut en moeten in het kinesitherapeutisch dossier worden bewaard.
De kinesitherapeut moet ook beschikken over de elementen (betreft voor de functionele evaluatie) die expliciet beschreven worden in art.7, §14, laatste lid.
Interpretatieregel n°3 : schriftelijk verslag
Vraag :
Is artikel 7, § 3bis, 1°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen van toepassing voor alle verstrekkingen van dat artikel 7?
Antwoord :
Artikel 7, § 3bis, 1°, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen omschrijft de modaliteiten van de verstrekking "Kinesitherapeutisch onderzoek met schriftelijk verslag" die in bepaalde delen van artikel, §1 van de nomenclatuur is vermeld. De bepalingen in artikel 7, §3bis, 1° zijn enkel van toepassing in de situaties in §1 waar die verstrekking is vermeld.
Er moet een onderscheid worden gemaakt met artikel 7, §9 waarin ook sprake is van een kinesitherapeutisch onderzoek in het kader van het individueel kinesitherapiedossier. De bepalingen in §9 gelden voor alle situaties.
Interpretatieregel N° 4 : nieuwe reeks(en) van 60 verstrekkingen
Vraag :
Maken de specificaties van artikel 7, § 14 (lijst F), derde lid, van de nomenclatuur de adviserend geneesheer mogelijk toestemming te verlenen om een derde of volgende reeks van 60 verstrekkingen gedurende de resterende periode van het jaar te attesteren voor, in voorkomend geval, een derde of volgende en nieuwe pathologische situatie?
Antwoord :
De tekst van artikel 7, § 14 (lijst F) sluit een derde of volgende reeks van 60 verstrekkingen tijdens hetzelfde jaar niet uit.
Interpretatieregel N° 6 : Termijn tussen de verstrekkingen of verblijven en het begin van de behandeling in de "acute F-lijst"
Vraag :
In het kader van art. 7, §14, laatste lid, a), b) en c), hoeveel tijd mag er liggen tussen respectievelijk de posttraumatische of postoperatieve aandoening (a), het verlenen van de verstrekkingen 211046, 211142, 212225, 213021, 213043 en 214045 (art. 13, §1) (b) of het verblijf in een eenheid die erkend is voor de functie intensieve zorg (code 49) of in een dienst N voor vroeggeborenen en zwakke pasgeborenen (code 27) (c) en de aanvang van de behandeling?
Antwoord :
De drie betrokken pathologische situaties worden gedefinieerd door precieze verstrekkingen of verblijven in bepaalde eenheden of diensten.
De behandeling moet een rechtstreeks gevolg zijn van deze verstrekkingen of verblijven. De termijn tussen bovenvermelde verstrekkingen of verblijven en het begin van de behandeling moet beperkt blijven zodat de 60 grote zittingen met maximale terugbetaling verricht worden in de voortzetting van de betrokken verstrekkingen of verblijven.
Interpretatieregel nr 7: Verduidelijking betreffende de reikwijdte van de omschrijvingen van de rubrieken III en VI van 1°, 2° et 3°, III van 4°, III en IV van 5° en 6° van §1 van artikel 7 van de nomenclatuur (verstrekkingen in gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats):
Vraag:
Wat zijn de situaties die beoogd worden door de omschrijvingen van de rubrieken III en VI van 1°, 2° et 3°, III van 4°, III en IV van 5° en 6° van §1 van artikel 7 van de nomenclatuur, namelijk
- Verstrekkingen, verricht in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats van mindervaliden of voor rechthebbenden die er verblijven.
- Verstrekkingen, verricht in een tijdelijke of definitieve gemeenschappelijke woon- of verblijfplaats voor bejaarden of aan rechthebbenden die er verblijven.
Antwoord
De omschrijvingen van de rubrieken III en VI van 1°, 2° en 3°, III van 4°, III en IV van 5° en 6° van §1 van artikel 7 van de nomenclatuur beogen de verschillende situaties die men onder de volgende beschrijvingen terugvindt:
- kinesitherapieverzorging die verleend worden aan personen die verblijven in:
- tijdelijke gemeenschappelijke woonplaatsen van mindervaliden
- definitieve gemeenschappelijke woonplaatsen van mindervaliden
- tijdelijke gemeenschappelijke verblijfplaatsen van mindervaliden
- definitieve gemeenschappelijke verblijfplaatsen van mindervaliden
- tijdelijke gemeenschappelijke woonplaatsen van bejaarden
- definitieve gemeenschappelijke woonplaatsen van bejaarden
- tijdelijke gemeenschappelijke verblijfplaatsen van bejaarden
- definitieve gemeenschappelijke verblijfplaatsen van bejaarden
ongeacht deze verzorging in deze woonplaatsen of verblijfplaatsen wordt verleend. De kinesitherapieverstrekkingen die aan een rechthebbende die in een van deze woonplaatsen of een van deze verblijfplaatsen verblijft, worden verleend, worden dus geattesteerd met de nummers van deze rubrieken ongeacht de plaats waar ze zijn verleend. Rechthebbenden opgenomen in een ziekenhuis verblijven niet in een van die gemeenschappelijke woonplaatsen of in een van die gemeenschappelijke verblijfplaatsen; de verzorging verleend aan die rechthebbenden worden dus niet bedoeld door die rubrieken.
- kinesitherapieverzorging die aan een rechthebbende wordt verleend wanneer deze verzorging plaatsvindt in:
- tijdelijke gemeenschappelijke woonplaatsen van mindervaliden
- definitieve gemeenschappelijke woonplaatsen van mindervaliden
- tijdelijke gemeenschappelijke verblijfplaatsen van mindervaliden
- definitieve gemeenschappelijke verblijfplaatsen van mindervaliden
- tijdelijke gemeenschappelijke woonplaatsen van bejaarden
- definitieve gemeenschappelijke woonplaatsen van bejaarden
- tijdelijke gemeenschappelijke verblijfplaatsen van bejaarden
- definitieve gemeenschappelijke verblijfplaatsen van bejaarden
ongeacht de rechthebbende in deze woonplaatsen of verblijfplaatsen verblijft.
