Chronische pijn
Inleiding
Van de referentiecentra wordt verwacht dat ze als derdelijnscentrum fungeren voor patiënten die reeds minimum 6 maanden worden behandeld voor chronische pijn, die in de loop van die 6 maanden ook door een geneesheer-specialist zijn behandeld geweest en die door hun huisarts of de behandelende geneesheer-specialist naar het referentiecentrum worden verwezen. Zulke verwijzing moet gebeuren met een verwijsbrief waarin de pijnproblematiek expliciet centraal moet staan. Uit de verwijsbrief en de bijhorende documenten dient de anamnese duidelijk naar voren te komen en moet eveneens blijken welke onderzoeken reeds gedaan zijn en welke behandelingspogingen reeds ondernomen zijn en wat de resultaten ervan waren.
Voor deze patiënten zullen de referentiecentra in de eerste plaats een gespecialiseerde multidisciplinaire diagnose proberen te stellen om op basis hiervan een adequate behandeling mogelijk te maken. Indien dat aangewezen is, kunnen de referentiecentra deze patiënten ook behandelen via interventionele pijnbestrijdingstechnieken (waarvan de vergoeding buiten het kader van de overeenkomst valt) en/of via een multidisciplinair revalidatieprogramma. Een dergelijk multidisciplinair revalidatieprogramma kan maximaal 20 behandelingszittingen omvatten die binnen een periode van maximum 12 maanden moeten worden verricht, al mogen deze behandelingszittingen ook binnen een veel kortere periode (bv. enkele weken) worden verricht. De kosten van de gespecialiseerde multidisciplinaire diagnose en van het multidisciplinair revalidatieprogramma zullen voor de rechthebbenden van de verzekering grotendeels door de verzekering worden gedragen.
De referentiecentra kunnen zowel tussenkomen voor ambulante patiënten als voor gehospitaliseerde patiënten. Na een gespecialiseerde multidisciplinaire diagnose of een multidisciplinair revalidatieprogramma in een referentiecentrum komen patiënten gedurende twee jaar niet meer in aanmerking voor een nieuwe gespecialiseerde multidisciplinaire diagnose of een nieuw multidisciplinair revalidatieprogramma in een referentiecentrum, ook niet in een ander referentiecentrum voor chronische pijn. Behandelingen buiten het kader van de overeenkomst blijven echter mogelijk (bv. nomenclatuurbehandelingen).
Om de samenwerking van de referentiecentra met de doorverwijzers te bevorderen, voorziet de overeenkomst ook in een honorarium voor de huisarts en de behandelende geneesheer-specialist die deelnemen aan een teamvergadering in het referentiecentrum waarin hun patiënt besproken wordt. Het referentiecentrum dient in dat geval het vermelde honorarium aan de verzekeringsinstelling van de patiënt aan te rekenen maar dit bedrag onmiddellijk integraal door te storten aan de betrokken geneesheer. Dit honorarium kan echter niet worden aangerekend voor geneesheren-specialisten die zelf werkzaam zijn in het ziekenhuis waarvan het referentiecentrum deel uitmaakt. Per doorverwezen patiënt kunnen een huisarts en de behandelende geneesheer-specialist slechts één maal aan een vergoedbare teamvergadering in het referentiecentrum deelnemen.
De tussenkomsten van het referentiecentrum dienen steeds zo beperkt mogelijk te worden gehouden, waarna de patiënten opnieuw naar de eerste en de tweede lijn moeten worden verwezen, met adviezen voor de verdere behandeling.
Referentieteksten
- Overeenkomst (PDF - 254 KB)
- Wijzigingsclausule (PDF - 62 KB)
Praktische inlichtingen
Contactpersoon bij het RIZIV
- Koen Deraedt
Telefoon : 02/739.73.77
Fax : 02/739.73.52
E-Mail :
