Laatste uitkeringsbedragen voor de zelfstandigen - 01/02/2012
Laatste wijzigingen van de bedragen op 01/02/2012
- Aanpassing aan de nieuwe gezondheidsindex
A. Primaire arbeidsongeschiktheid
Gerechtigde met gezinslast |
Alleenstaande gerechtigde |
Samenwonende gerechtigde |
|---|---|---|
51,41 EUR |
39,51 EUR |
32,08 EUR |
B. Invaliditeit
Situatie |
Gerechtigde met gezinslast |
Alleenstaande gerechtigde |
Samenwonende gerechtigde |
|---|---|---|---|
| Zonder stopzetting van zijn bedrijf | 51,41 EUR |
39,51 EUR |
32,08 EUR |
| Met stopzetting van zijn bedrijf | 52,28 EUR |
41,83 EUR |
35,87 EUR |
Inhaalpremie voor langdurig invaliden
Vanaf de maand mei van het jaar 2011 zal er in de maand mei van het jaar N een inhaalpremie betaald worden aan de invaliden waarvan de duur van ongeschiktheid minstens 1 jaar bereikt heeft op 31 december van het voorgaande jaar (N-1).
Het bedrag van deze premie is gelijk aan:
| Mei 2012 | 204,01 EUR |
|---|
C. Moederschapsuitkering
Vanaf 1 juli 2007 is het tijdvak van moederschapsrust een rustperiode van 8 weken maar mag, naar keuze van de gerechtigde, tot 6 of 7 weken beperkt worden. Dit tijdvak is met een week verlengd in geval van een geboorte van een meerling.
Het bedrag van de moederschapsuitkering bedraagt 398,71 EUR voor elke uitgekeerde week.
D. Adoptieuitkering
In geval van adoptie hebben de ouders recht op een verlof van:
- 6 weken, als het kind jonger is dan 3 jaar
- 4 weken als het kind tussen de 3 en 8 jaar oud is
Deze termijnen worden verdubbeld als het om een gehandicapt kind gaat.
Het bedrag van de wekelijkse uitkering is gelijk aan 398,71 EUR.
E. Toegelaten jaarlijks beroepsinkomen in geval van de hervatting van een bezoldigde activiteit
In geval van een toegelaten hervatting van een bezoldigde activiteit kan, vanaf 1 januari van het vierde kalenderjaar volgend op het jaar waarin de toegelaten activiteit een aanvang nam, de uitkering ofwel geschorst ofwel verminderd worden overeenkomstig artikel 107, §4, eerste lid, 1° en 2° van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
De uitkeringen worden geschorst indien het beroepsinkomen uit de toegelaten activiteit tenminste 15% hoger liggen dan het jaarlijks toegelaten beroepsinkomen dat vastgesteld is op 17.149,19 EUR voor inkomens vanaf 2008.
Indien het beroepsinkomen uit de toegelaten activiteit dit jaarlijks toegelaten beroepsinkomen met minder dan 15% overschrijdt, worden de uitkeringen verminderd naar rata van het overschrijdingspercentage.
F. Forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden
Het bedrag van de forfaitaire tegemoetkoming hulp van derden is gelijk aan 16,57 EUR.
G. Toegelaten inkomen personen ten laste
Om als gerechtigde met last te worden beschouwd mag de persoon ten laste geen bruto-inkomen verdienen van meer dan 914,67 EUR per maand.
Een tweede plafond staat toe om als alleenstaande beschouwd te worden wanneer het maandelijks bruto beroepsinkomen hoger is dan 914,67 EUR, maar kleiner is aan 1.472,40 EUR.
Een derde plafond staat toe om als alleenstaande beschouwd te worden wanneer het maandelijks bruto vervangingsinkomen hoger is dan 914,67 EUR, maar kleiner of gelijk is aan 1.006,65 EUR.
H. Maximumvergoedingen voor vrijwilligerswerk
De wet van 3 juli 2005 (BS van 29 augustus 2005) betreffende de rechten van vrijwilligers (gewijzigd door de wet van 19 juli 2006 – BS 11 augustus 2006 éd.2) bepaalt in artikel 10 dat het onbezoldigd karakter van het vrijwilligerswerk niet belet dat de door de vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten worden vergoed. De vrijwilliger moet de realiteit en de omvang van deze kosten niet bewijzen, voor zover het totaal van de ontvangen vergoedingen niet meer bedraagt dan de volgende bedragen :
Voor het dienstjaar 2011 :
- Dagelijks bedrag: 30,82 EUR.
- Jaarlijks bedrag : 1.232,92 EUR.
Voor het dienstjaar 2012 :
- Dagelijks bedrag: 31,44 EUR.
- Jaarlijks bedrag : 1.257,51 EUR.
Bedraagt het totaal van de door de vrijwilliger van de organisatie ontvangen vergoedingen meer dan deze bedragen, dan kunnen deze enkel als een terugbetaling van door de vrijwilliger voor de organisatie gemaakte kosten worden beschouwd, indien de realiteit en het bedrag van deze kosten kan aangetoond worden aan de hand van bewijskrachtige documenten.
