Antibiotica en antimycotica voor acute behandelingen: regels voor de voorschrijver

Als een arts/tandarts een antibioticum of antimycoticum voor een acute behandeling voorschrijft op merknaam,  dan gelden de regels van het voorschrift op stofnaam.
In het geval van een voorschrift op merknaam, moet de apotheker dus verplicht een geneesmiddel afleveren uit de groep van de ‘goedkoopste’ geneesmiddelen. De arts/tandarts kan op het voorschrift eventueel een therapeutisch bezwaar tegen de aflevering van een ander merk (substitutie) door de apotheker vermelden.

Opgelet
Indien het voorschrift een behandeling betreft (bv. mucoviscidose) waarvoor een machtiging van de adviserend geneesheer van het ziekenfonds (hoofdstuk IV) vereist is, wordt deze behandeling als chronisch beschouwd en mag de apotheker het geneesmiddel niet substitueren door een ander merk. Patiënten zullen tijdens hun behandeling dan niet worden geconfronteerd met een verandering van hun merkgeneesmiddel.

Algemene principes

De arts/tandarts blijft meester van het voorschrift. Hij beslist over de behandeling, met name, het werkzaam bestanddeel, de toedieningsvorm (siroop, tablet, poeder, enz.), de sterkte, de dagdosering en eventueel de specificaties (bv. bruistablet).

De apotheker kan hieraan niets veranderen. Hij zal een geneesmiddel afleveren met hetzelfde werkzaam bestanddeel, dezelfde toedieningsvorm, dosering en de juiste verpakkingsgrootte en de specificaties, maar binnen de groep van de ‘goedkoopste’ geneesmiddelen.

Indien er geen geneesmiddel van de groep van de ‘goedkoopste’ beantwoordt aan het voorschrift wegens de specificaties, dan mag er substitutie zijn naar een ander geneesmiddel volgens de regels van de ‘beslissingsboom op voorwaarde dat het goedkoper is.

Bijzondere gevallen: therapeutische reden of allergie aan een hulpstof

De substitutie is niet toegelaten in 2 gevallen:

  • Indien er een gezondheidsreden bestaat om de voorgeschreven merkspecialiteit te behouden. De voorschrijver vermeldt dan ‘niet-substitueerbaar wegens therapeutische bezwaar’ op het voorschrift. De reden voor dit bezwaar moet hij in het dossier van de patiënt opnemen. Hij kan de vermelding volledig met de hand schrijven of enkel paraferen naast de vermelding wanneer het op een elektronisch voorschrift is afgedrukt. De apotheker mag dan enkel het voorgeschreven geneesmiddel afleveren.

    Opgelet
    De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle van het RIZIV kan de reden van het therapeutisch bezwaar in het dossier van de patiënt controleren.
  • Indien de patiënt allergisch of intolerant is aan een hulpstof met erkende werking (zoals lactose of arachide-olie) vermeldt de voorschrijver « allergie voor xxx » op het voorschrift.

    Opmerking
    Enkel voor de antibiotica en antimycotica zijn de hulpstoffen met erkende werking (HEW) van elke verpakking beschikbaar op de website van het Belgisch centrum voor farmacotherapeutische informatie (BCFI) in de prijsvergelijkingstabellen. Een nieuwe kolom HEW is toegevoegd links van de naam van het geneesmiddel met een apart symbool in functie van de aanwezige HEW. De betekenis van het symbool verschijnt als er met de muis overgegaan wordt.


    De apotheker zal dan een geneesmiddel uit de groep van de goedkoopste afleveren dat de hulpstof niet bevat.

    Als zo’n geneesmiddel niet bestaat, levert hij het voorgeschreven geneesmiddel af tenzij dat de hulpstof bevat.

    Als het voorgeschreven geneesmiddel de hulpstof bevat, moet de apotheker de voorschrijver contacteren met het voorstel om het voorschrift aan te passen.

Verandert de substitutie bij antibiotica en antimycotica iets aan de regeling van het ‘goedkoop voorschrijven’?

Het RIZIV berekent het percentage goedkoop voorschrijven’ op basis van het afgeleverde geneesmiddel. Als de voorschrijver een merkgeneesmiddel voorschrijft en de apotheker door de substitutie een generisch geneesmiddel aflevert, telt dat mee voor het ‘goedkoop voorschrijven’.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 25 november 2014