Geneesmiddelen voorschrijven voor ambulante patiënten

Elektronisch voorschrijven van geneesmiddelen voor ambulante patiënten wordt verplicht vanaf 1 juni 2018. Er zijn echter uitzonderingen.

Hoe maakt u een elektronisch voorschrift aan? Wanneer is een papieren voorschrift toegelaten?


Wat is een ambulant geneesmiddelenvoorschrift?

Een ambulant geneesmiddelenvoorschrift is een voorschrift opgesteld door een ambulante voorschrijver (huisarts, specialist, tandarts of vroedvrouw):

  • in het kabinet van de voorschrijver
  • op huisbezoek bij de patiënt
  • in rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen
  • tijdens een (ambulante) consultatie in het ziekenhuis
  • in andere sectoren waarin een voorschrift opgesteld wordt, zoals een wachtpost, het Instituut voor tropische geneeskunde, enz.

voor uitvoering door:

  • een officina-apotheker
  • of een ziekenhuisapotheker, als de wet de aflevering van het geneesmiddel beperkt tot de ziekenhuisapotheker (bv. weesgeneesmiddelen).

Welke ambulante geneesmiddelenvoorschriften worden verplicht elektronisch vanaf 1 juni 2018?

De ambulante geneesmiddelenvoorschriften die verplicht elektronisch worden vanaf 1 juni 2018 zijn de voorschriften opgesteld door een ambulante voorschrijver (huisarts, specialist, tandarts of vroedvrouw):

  • in het kabinet van de voorschrijver
  • tijdens een (ambulante) consultatie in het ziekenhuis
  • in andere sectoren waarin een voorschrift opgesteld wordt, zoals een wachtpost, het Instituut voor tropische geneeskunde, enz.

De verplichting heeft enkel betrekking op geneesmiddelen, voorgeschreven op merknaam, stofnaam of in de vorm van een magistrale bereiding, ongeacht of ze vergoedbaar zijn of niet.

Uitzonderingen :

  1. De verplichting geldt niet voor de voorschrijvers die de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt op 1 juni 2018.
  2. De verplichting geldt niet voor voorschriften opgesteld door een ambulante voorschrijver (huisarts, specialist, tandarts of vroedvrouw):
    • op huisbezoek bij de patiënt
    • in rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen

en dat ongeacht de leeftijd van de voorschrijver.

Hoe elektronisch voorschrijven?

Elektronisch voorschrijven kan met behulp van:

  • het Elektronisch Medisch Dossier (EMD): aanvaarde softwarepakketten bieden meerdere functionaliteiten aan (elektronisch voorschrift, ‘hoofdstuk IV’- aanvragen, raadplegen van de verzekerbaarheid van de patiënt, sumehr enz.).

Lijst van de goedgekeurde medische softwarepakketten

Uw confraters of beroepsvereniging kunnen u helpen bij uw keuze van het best geschikte softwarepakket in functie van uw verwachtingen en behoeften.

  • het Elektronisch PatiëntenDossier (EPD) van het ziekenhuis
  • de « PARIS » toepassing (Prescription & Autorisation Requesting Information System).

Elektronisch voorschrijven vereist een tweevoudige authenticatie:

1° authenticatie op basis van uw eHealth-certificaat:

eHealth-certificaten dienen voor de authenticatie van actoren uit de gezondheidszorg wanneer hun informaticasystemen (bv. een softwarepakket van huisartsen) een beroep doen op de diensten van het eHealth-platform (zoals eHealthBox, elektronische datering, versleutelen van het elektronisch voorschrift), opdat de inhoud enkel zichtbaar zou zijn voor de actoren die ervoor gemachtigd zijn.

U kan een eHealth-certificaat aanvragen met behulp van de eHealth Certificate Manager.

Die toepassing laat ook toe om:

  • een certificaat te vernieuwen (een eHealth-certificaat is 3 jaar geldig)
  • een certificaat in te trekken
  • het bijhorende paswoord te wijzigen.

Raadpleeg de handleiding.

Om een eHealth-certificaat aan te vragen is een identificatie op basis van uw eID (en pincode) of token (gebaseerd op het “Time-based One-Time Password” (TOTP) principe) nodig. De FOD Binnenlandse zaken, in samenwerking met het eHealth-platform, heeft een project opgestart om aan buitenlandse zorgverleners die werken in België een specifiek identificatie- en authenticatiemiddel te kunnen aanbieden in de vorm van een technisch equivalente kaart aan de Belgische eID-kaart.

Ga na in welke gevallen u als buitenlandse voorschrijver elektronisch kan voorschrijven

2° authenticatie op basis van uw eID (en pincode) of token (gebaseerd op het “Time-based One-Time Password” (TOTP) principe).

Een token gebruiken is momenteel nog niet altijd mogelijk.

Hoe kunt u ‘mobiel’ voorschrijven?

De technische analyse is lopende, om het mobiel voorschrijven van geneesmiddelen vanaf halfweg 2019 te kunnen invoeren. ‘Mobiele’ versies van softwarepakketten, voor tablet of smartphone, zullen progressief ter beschikking gesteld worden.

Hoe krijgen de patiënt en de apotheker toegang tot een elektronisch voorschrift?

  1. Als de voorschrijver (huisarts, specialist, tandarts of vroedvrouw) een elektronisch voorschrift opstelt, dan print hij met zijn software een ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ af.

Dat bewijs:

  • is slechts het technische middel voor de apotheker om toegang te krijgen tot het elektronisch voorschrift: op dat bewijs staat een barcode (de Recip-e barcode of ‘RID’)
  • heeft geen wettelijke waarde (het is niet ondertekend)
  • heeft een andere lay-out dan het klassieke voorschrift.
Enkel de inhoud van het elektronisch voorschrift telt. De apotheker mag bij het uitvoeren van het elektronisch voorschrift dus geen rekening houden met manuele toevoegingen op het bewijs.
  1. De voorschrijver overhandigt het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ aan de patiënt.
  2. In de apotheek bezorgt de patiënt het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ aan de apotheker.
  3. De apotheker:
    • scant de barcode op het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ en kan op die manier het elektronisch voorschrift ophalen
    • voert het voorschrift uit en archiveert het daarna
    • kan het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ aan de patiënt teruggeven (met een aanduiding dat het uitgevoerd werd, om misverstanden te vermijden). De apotheker kan het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ bij technische problemen bijhouden om later de administratie in orde te brengen.

Een dematerialisatietraject

Begin 2018 is er nog geen sprake van een volledige dematerialisatie. Het elektronisch voorschrift alleen volstaat niet omdat de identificatie van het voorschrift verder gebeurt op basis van de Recip-e barcode of ‘RID’ die de patiënt aan de apotheker moet kunnen bezorgen:

  • via het papieren ‘bewijs van elektronisch voorschrift’
  • via een digitale versie (of een foto) van het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ op zijn smartphone of tablet
  • onder de vorm van een RID die manueel genoteerd werd.

Een Taskforce ‘dematerialisatie’ zal een ‘dematerialisatietraject’ uitwerken. Vanaf 2018 zal ze progressief alternatieven voor het gebruik van het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ voorstellen. Er zijn meerdere pistes om op een realistische manier te kunnen antwoorden op de variabele situaties van alle patiënten.

Papier zal echter altijd gebruikt kunnen worden als de patiënt dat wenst, maar het zal hoofdzakelijk bedoeld zijn om duidelijke en nuttige informatie te geven voor een correcte inname van de geneesmiddelen.

We blijven het volgende verder onderzoeken:

  • het gebruik van het rijksregisternummer op het elektronisch identiteitsbewijs (elektronische identiteitskaart, Kids-ID, ISI+) van de patiënt om toegang te krijgen tot het elektronisch voorschrift
  • het gebruik van een QR-code in combinatie met het gebruik van mobiele toestellen (smartphone of tablet)
  • de betrokkenheid van de patiënt bij het beheer van zijn voorschriften.

Vanaf half 2019 is het mogelijk om in alle apotheken geneesmiddelen af te halen zonder een papieren bewijs van elektronisch voorschrift te moeten tonen. Op dat ogenblik zal de patiënt in staat zijn om de openstaande voorschriften elektronisch te raadplegen, via een toepassing of in de apotheek. De apotheker zal op een gebruiksvriendelijke manier toegang hebben tot de openstaande voorschriften op basis van het identificatienummer van de sociale zekerheid (INSZ) van een patiënt en de voorschriften kunnen uitvoeren die de patiënt aanduidt. De toegang tot de openstaande voorschriften van een patiënt wordt gelogd. De concrete modaliteiten hiervan volgen, na overleg met alle betrokkenen.

In welke gevallen blijft een papieren voorschrift toegelaten?

Papieren voorschriften zijn nog toegelaten:

  • in de overgangsfase tot 31 mei 2018
  • vanaf 1 juni 2018 in één van deze situaties:
    • als de voorschrijver op 1 juni 2018 de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt
    • als, ongeacht de leeftijd van de voorschrijver, het voorschrift opgesteld is door een ambulante voorschrijver (huisarts, specialist, tandarts of vroedvrouw):
      • op huisbezoek bij de patiënt
      • in rustoorden en rust- en verzorgingstehuizen.
  • (altijd) in noodsituaties:
    Een ‘noodprotocol’ (in voorbereiding) beschrijft de voorwaarden en situaties waarin men wegens overmacht terug kan vallen op het papieren voorschrift:
    • Dringende medische hulp is ontegensprekelijk noodzakelijk.
    • De voorschrijver is een buitenlander zonder INSZ (of bis-nummer).
    • Het gaat om een buitenlandse patiënt zonder INSZ (of bis-nummer).
    • Enz.

In die gevallen en als het gaat om een voorschrift voor vergoedbare geneesmiddelen:

  • is het voorschriftmodel reglementair bepaald
  • moet het RIZIV-identificatienummer van de voorschrijver vermeld zijn in cijfers en in streepjescode.

Hoe correct geneesmiddelen voorschrijven?

Om een geldig voorschrift te hebben, moet het bepaalde gegevens bevatten (zowel in het geval van een elektronisch voorschrift als in het geval van een papieren voorschrift):

Hoe lang blijft een voorschrift geldig?

Een voorschrift voor vergoedbare farmaceutische specialiteiten blijft in aanmerking komen voor tegemoetkoming van de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) tot het einde van de 3e kalendermaand die volgt op:

  • ofwel de datum van het voorschrift
  • ofwel de datum van uitvoering van het voorschrift (indien gepreciseerd door de voorschrijver).

Meer info vindt u in onze omzendbrief ‘Geldigheidsduur van een vergoedbaar geneesmiddelenvoorschrift’. Een voorschrift voor niet-vergoedbare geneesmiddelen daarentegen is onbeperkt geldig.

Een voorschrift voor niet-vergoedbare geneesmiddelen daarentegen is onbeperkt geldig.

Waar kan ik terecht met vragen en technische problemen?

  • U bent voorschrijver:
    • Contacteer de helpdesk van uw softwareprovider om de oorzaak van het probleem te identificeren.
    • Als u aanhoudend technische problemen ondervindt, dan kunt u terugvallen op het ‘noodprotocol’ (in voorbereiding).
    • Contacteer het eHealth contactcenter als u problemen ondervindt met uw eHealth-certificaat.
  • U bent apotheker:
    • Contacteer de helpdesk van uw softwareprovider om de oorzaak van het probleem te identificeren.
    • Als er geen voorschrift op de Recip-e server beschikbaar is:
      • Contacteer de voorschrijver om u ervan te vergewissen dat de voorschrijver het voorschrift niet geannuleerd heeft.
      • Tijdens de periode van de overgangsmaatregel : aflevering op basis van het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’.
      • Na de periode van de overgangsmaatregel: geen aflevering uitvoeren.
    • In geval van een tijdelijk technisch probleem met één van de systemen: later opnieuw proberen met behulp van het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’. In dat geval mag de apotheker het ‘bewijs van elektronisch voorschrift’ dus bijhouden.
    • In geval van een aanhoudend technisch probleem met één van de systemen: situatie aanduiden als een ‘geval van overmacht’.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 13 december 2017