Pijnstillers: opvallende stijging van het verbruik van 5 opioïden

De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV stelt een opvallende stijging vast van het verbruik van 5 opioïden. Dat verbruik heeft gevolgen voor de patiënt zelf, de ziekteverzekering (verzekering voor geneeskundige verzorging) en de samenleving in het algemeen.

 

De 5 opioïden, een omschrijving

Opioïden zijn morfineachtige pijnstillers. Ze hebben een belangrijke plaats in de behandeling van pijn, maar hebben ook een aantal ernstige bijwerkingen.

De DGEC opende een multidisciplinair onderzoek naar het verbruik van 5 opioïden: fentanyl (pleisters), tramadol, oxycodone, tilidine, en piritramide. De conclusies zijn spraakmakend.

Een zorgwekkende stijging van het verbruik van de 5 bestudeerde opioïden

Tussen 2010 en 2016 is het verbruik sterk gestegen. Het aantal verzekerden die minstens 1 verpakking van één van de 5 onderzochte opioïden afhaalden, steeg met 32 %. De afgehaalde hoeveelheid nam eveneens met 32 % toe.

In 2016 haalden 1.186.943 verzekerden minstens 1 verpakking af voor in totaal 78,6 miljoen DoorsneeDagDosissen of DDD’s. Dat is 10 % van de Belgische bevolking. Een DDD is de veronderstelde onderhoudsdosis per dag, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie dat voor elk geneesmiddel heeft bepaald. Dat verbruik kostte de ziekteverzekering 55,4 miljoen euro.

Hoog chronisch verbruik van opioïden

Vooral het chronisch gebruik van opioïden in hoge dosis kan zorgwekkend zijn. Dergelijk gebruik heeft immers heel wat bijwerkingen zoals gewenning, fysieke en psychische afhankelijkheid, ontwenningsverschijnselen bij afbouw en hyperalgesie (= hogere pijngevoeligheid).

Het controleonderzoek omschrijft een verzekerde die meer dan 365 DDD per jaar afhaalde, als een ‘chronisch grote verbruiker’. Deze verbruikt dus theoretisch gemiddeld 1 dagdosis per dag gedurende een jaar.

In 2016 waren er 30.353 ‘chronisch grote verbruikers’. Dit beperkt aantal verzekerden (2,6 % van de 1.186.943 verzekerden) haalde maar liefst 34 % af van de 78,6 miljoen afgeleverde DDD’s. Het aantal ‘chronisch grote verbruikers’ is met 28 % gestegen ten opzichte van 2010.  Dit bevestigt dat zowel het sporadische verbruik als het chronische grote verbruik is toegenomen. Één op de 5 grote chronische verbruikers was in 2016 jonger dan 50 jaar. Hun verbruik zal  in de komende jaren wellicht nog meer stijgen, gelet op hun jonge leeftijd en de gewenning.

Medical shopping

‘Medical shopping’ betekent dat de verzekerde de opioïden door meerdere artsen laat voorschrijven en ze bij meerdere apotheken afhaalt. De zorgverleners zijn hiervan echter niet op de hoogte. Daardoor hebben de zorgverleners geen overzicht van het verbruik van hun patiënt. Dit brengt de kwaliteit van de gezondheidszorg in het gedrang.

Uit het onderzoek bleek o.a. dat :

  • 193 ‘chronisch grote verbruikers’ meer dan 10 artsen raadplegen voor hun voorschriften
  • 924 ‘chronisch grote verbruikers’ de voorgeschreven opioïden gaat afhalen bij meer dan 10 apotheken en 195 van hen bij meer dan 20 apotheken.

Voorgestelde maatregelen

Een hoog verbruik van opioïden kan zware gevolgen hebben voor de gezondheid van  de verzekerde. Het brengt ook hoge kosten met zich voor de ziekteverzekering en bijkomende indirecte kosten voor de samenleving.

Daarom stelt de DGEC de volgende initiatieven voor:

  1. wetenschappelijk onderzoek over het voorschrijven van opoïden,
  2. zorgverleners helpen bij de detectie van ‘medical shopping’ door het voorschrijfprofiel beschikbaar te stellen
  3. de betrokken zorgverleners sensibileren over de consequenties van hoog chronisch verbruik,
  4. een meer geïntegreerde aanpak door alle betrokkenen.

Het RIZIV organiseert de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (GVU-verzekering). Het instituut bepaalt de voorwaarden voor de terugbetaling van medische zorgverlening en voor de uitkeringen bij arbeidsongeschiktheid en ouderschap.

De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle (DGEC) van het RIZIV waakt over een goede besteding van het budget van de GVU-verzekering. Daarom publiceert de DGEC brochures om de zorgverleners op de hoogte te brengen van de reglementering van de verzekering. Ook analyseert de DGEC de facturatiegegevens van groepen zorgverleners. Ten slotte controleert de DGEC de zorgverleners op een correcte aanrekening van hun prestaties. Waar nodig stelt de DGEC inbreuken op de reglementering vast, om te recupereren wat te veel is aangerekend. Zorgverleners kunnen daarenboven een boete krijgen.

Contacten