Nomenclatuur Mobiliteitshulpmiddelen

De nieuwe nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen (rolstoelen, orthopedische driewielfietsen, loophulpmiddelen, …) is in werking getreden op 1 oktober 2005. Ze staat in artikel 28, § 8, van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen.

Hierna vindt u de basisinformatie die de artsen toelaat om hun rol van voorschrijver te vervullen

Nieuwe nomenclatuur afgestemd op de functionele noden van de patiënt

 
De nieuwe nomenclatuur van de mobiliteitshulpmiddelen (art. 28 § 8) heeft een totaal andere opbouw dan de oude nomenclatuur. De integrale functionele noden van de patiënt zijn de basis van de terugbetaling van het mobiliteitshulpmiddel en niet langer het al dan niet volledig functieverlies van de onderste ledematen. Daartoe koppelt de nieuwe nomenclatuur de functionele indicaties van de gebruiker aan het aangewezen mobiliteitshulpmiddel.
 
De basis voor het opstellen van de functionele indicaties van de gebruiker is de ICF (International Classification of functioning, disability and health) van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het is een evaluatie-instrument dat zich baseert op de manier waarop mensen leven met hun pathologie en dat de sociale aspecten van de handicap in rekening brengt.
 

Nieuwe nomenclatuur: 3 grote delen

 
 A) Het eerste deel (artikel 28, § 8, I.) omvat:
  • de algemene (functionele) criteria voor de gebruiker om in aanmerking te komen voor een verzekeringstegemoetkoming;
  • de definitie van de mobiliteitshulpmiddelen;
  • de aanvraagprocedure voor het verkrijgen van een verzekeringstegemoetkoming. Voor sommige mobiliteitshulpmiddelen moet de evaluatie van de functionele indicaties van de gebruiker door een multidisciplinair team worden uitgevoerd;
  • een duidelijke omschrijving en de verwijzing naar de documenten nodig voor het indienen van de aanvraag tot tegemoetkoming;
  • de procedure tot opname van een product op de lijst van aangenomen producten.
 
B) Het tweede deel (artikel 28, § 8, II.) bestaat uit de koppeling van de functionele indicaties voor de gebruiker aan de functionele specificaties van het mobiliteitshulpmiddel en dit per type.
  • De functionele indicaties voor de gebruiker: het gebruiksdoel en de specifieke indicaties waarvoor de ICF-typeringen worden gebruikt.
  • De functionele specificaties van het mobiliteitshulpmiddel: de vereiste samenstelling van het mobiliteitshulpmiddel die beantwoordt aan de functionele noden van de gebruiker.
 
De mobiliteitshulpmiddelen zijn daartoe ondergebracht in verschillende hoofd- en subgroepen
 
Naast de bepalingen voor de volwassenen zijn er specifieke bepalingen voor de kinderen voorzien.
 
C) Het derde deel (art. 28, § 8, III.) geeft een overzicht van de aanpassingen bij de mobiliteitshulpmiddelen en hun specificaties.
 

Aanvraagprocedure - Algemene principes

 
 De producten mogen enkel verstrekt worden op voorschrift van een arts en in overeenstemming daarmee. Het voorschrift blijft geldig gedurende:
  • 2 maanden indien het om een eerste aanvraag gaat;
  • 6 maanden indien het om een hernieuwing gaat.
 
De erkende bandagist richt de aanvraag tot tegemoetkoming aan de adviserend arts (behalve voor een loophulpmiddel waarvoor geen enkel voorafgaand akkoord nodig is).
 
De nomenclatuur voorziet in verschillende aanvraagprocedures voor tussenkomst in functie van o.a. het soort gevraagde mobiliteitshulpmiddel en of het om een eerste aanvraag of een vernieuwing gaat. De drie voornaamste aanvraagprocedures zijn: de basisprocedure, de uitgebreide procedure en de bijzondere procedure.
 
De adviserend arts antwoordt binnen de 15 werkdagen op de ingediende aanvraag. (goedkeuring, afkeuring, vraag om bijkomende inlichtingen of fysiek onderzoek van de patiënt). Hij stuurt zijn antwoord naar de bandagist.
 
De levering moet gebeuren binnen een termijn van 75 werkdagen na de goedkeuring van de adviserend arts, behoudens een bewezen overmacht.
 

 Vereiste medische documenten voor de aanvraag

 
  • voor alle procedures : medisch voorschrift
  • voor de bijzondere procedure : medisch voorschrift + functioneringsrapport op te stellen door een multidisciplinaire equipe, waarvan een specialist voor fysische geneeskunde en revalidatie of een specialist met een bijkomend getuigschrift in de revalidatie voor locomotorische, neuromotorische en neurologische aandoeningen deel uitmaakt.
 

Volledig nieuw medisch voorschift

 
A) In te vullen door de arts
 
In het medisch voorschrift omschrijft de voorschrijvende arts, op basis van de diagnose, de mate of omvang van de functionele en anatomische stoornissen van de rechthebbende en de beperkingen in activiteiten en participatieproblemen die hiervan het gevolg zijn.
  • Functiebeschrijving van het bewegingssysteem
 
Hiervoor beschrijft hij een aantal functies van het bewegingssysteem in detail op basis van het ICF–typeringssysteem. Aan de hand daarvan bepaalt hij voor elke functie de typering, meer bepaald de graad van functionele beperkingen.
 
Er zijn 7 functies te evalueren: de verplaatsing binnenshuis, de verplaatsing buitenshuis, het rechtop staan, het gebruik van handen en armen, de transfer, de zithouding en de cognitieve functies. Voor de loophulpmiddelen moeten enkel de eerste 3 functies geëvalueerd worden.
 
Op het medisch voorschrift moet zowel de kwalificatiecode als de beschrijving van elke functie worden ingevuld.
 
De globale beoordeling van de verschillende functies bepaalt uiteindelijk of de rechthebbende in aanmerking komt voor het voorgestelde mobiliteitshulpmiddel.
  • Aanvullende informatie
 
 Naast het onderzoek van de verschillende functie, heeft de voorschrijvende arts ook de mogelijkheid om aanvullende informatie over de toestand van zijn patiënt te geven.
 
B) In te vullen door de patiënt
 
De patiënt moet ook een deel van het voorschrift invullen met betrekking tot de gebruiksdoelstellingen van het mobiliteitshulpmiddel en de factoren die het gebruik van het hulpmiddel beïnvloeden (korte beschrijving van zijn leefomgeving).
 
C) Noodzaak
 
Al deze informatie is noodzakelijk voor de bandagist om het hulpmiddel dat het beste beantwoordt aan de noden van de patiënt aan te bevelen alsook voor de adviserend arts om een correct beeld te hebben van de globale situatie van de patiënt.
 
D) Bestelling voorschriften
 
Voorschriften ('bijlage 19') kunnen schriftelijk worden besteld op het volgende adres:
 
 RIZIV
Dienst Economaat
Tervurenlaan 211
1150 BRUSSEL
 

Verzekeringstegemoetkoming

 
Enkel de producten die voorkomen op de lijst van voor vergoeding aangenomen producten komen in aanmerking voor een verzekeringstegemoetkoming voor een mobiliteitshulpmiddel.
 
Wat de verzekeringstegemoetkoming betreft, is er ook een groot verschil met de huidige nomenclatuur. Indien de gebruiker kiest voor een ander mobiliteitshulpmiddel dan datgene wat volgens zijn functionele indicaties aangewezen is, krijgt hij een forfaitaire tegemoetkoming voor het mobiliteitshulpmiddel van zijn keuze. Dit forfait is nooit hoger dan de tegemoetkoming van de aangewezen rolstoel.
 

Definities

 
De definities van de begrippen in de nomenclatuur werden vastgelegd of aangepast door het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging.
Het gaat enerzijds om een reeks functionele begrippen (gebaseerd op het ICF) en anderzijds om een reeks van technische definities met betrekking tot de mobiliteitshulpmiddelen.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 14 februari 2018