Statistieken over de primaire arbeidsongeschiktheid van werknemers en werklozen in 2017

Deze statistieken gaan over de werknemers in de privésector en de werklozen die zich minder dan 1 jaar in arbeidsongeschiktheid bevinden (“periode van primaire arbeidsongeschiktheid”).

Als een persoon na één jaar nog altijd arbeidsongeschikt erkend is, zal hij intreden in “invaliditeit”. De cijfers op deze pagina hebben geen betrekking op de personen erkend als invaliden.

Aantal werknemers en werklozen die recht hebben op een vergoeding in geval van primaire arbeidsongeschiktheid

Het aantal «primaire uitkeringsgerechtigden» (PUG) stemt overeen met het aantal gerechtigden verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, verminderd met het aantal invaliden. Concreet gaat het over de actieve werknemers, de werklozen, de werknemers in de periode van het gewaarborgde loon en de gerechtigden erkend in de periode van primaire arbeidsongeschiktheid.

Elke toename van deze populatie kan een stijging van het aantal werknemers en werklozen in primaire arbeidsongeschiktheid en in invaliditeit tot gevolg hebben.

De analyse van het aantal «primaire uitkeringsgerechtigden» kan bijgevolg belangrijk blijken om de evoluties te verklaren die in de statistieken over de primaire arbeidsongeschiktheid en de invaliditeit worden vastgesteld.

Tussen 2013 en 2017 is het aantal verzekerden met 0,69% gedaald. Tussen 2012 en 2016 werd er ook een daling vastgesteld, terwijl de algemene tendens een constante toename was gedurende verschillende jaren. Het is echter belangrijk om te verduidelijken dat de verzekerde bevolking zeer licht toegenomen is tussen 2016 en 2017, met een stijging van 0,36%. De evolutie die sinds 2015 bij de verzekerde bevolking van de vrouwen en de mannen is waargenomen, is vergelijkbaar.
De stijgende evolutie van de verzekerde bevolking tot 2014 was hoger bij de vrouwen dan bij de mannen. Deze tendens kan worden verklaard door deze factoren:

  • De toenemende participatiegraad van vrouwen op de arbeidsmarkt
  • Het verhogen van de ouderdomspensioenen van vrouwen: hoe ouder een uitkeringsgerechtigde is, hoe meer risico hij loopt om arbeidsongeschikt te worden
  • De vergrijzing van de bevolking.

Dezelfde factoren kunnen ook verklaren waarom de vastgestelde daling over de periode 2012-2016 minder uitgesproken is bij de vrouwen.

Aantal werknemers en werklozen die recht hebben op een vergoeding in geval van primaire arbeidsongeschiktheid - Evolutie 2013-2017

Aantal dagen in primaire arbeidsongeschiktheid, uitgekeerde bedragen en gemiddelde dagelijkse uitkering

 

Vergoede dagen en uitgekeerde bedragen

Het aantal vergoede dagen en uitgekeerde bedragen ligt hoger bij de arbeiders dan bij de bedienden. Er zijn twee factoren die deze tendens kunnen verklaren:

  • De duur van de periode van het gewaarborgde loon: deze periode is korter bij arbeiders (2 kalenderweken) dan bij bedienden (30 dagen). De arbeiders vallen dus sneller ten laste van de uitkeringsverzekering.
  • De aard van het werk: de arbeiders voeren over het algemeen taken uit die fysiek meer belastend en gevaarlijker zijn dan deze van bedienden. Ze lopen bijgevolg een groter risico op letsels en ongevallen die een periode van arbeidsongeschiktheid tot gevolg hebben.

Waar het aantal vergoede dagen in primaire arbeidsongeschiktheid al vele jaren gestaag toenam, stellen we tussen 2015 en 2016 een eerste daling vast van 4,64%. Dit aantal is nog verder gedaald in 2017, zij het in mindere mate (-0,77%). Deze daling is vooral uitgesproken bij arbeiders, zowel bij de mannen (-2,07%%) als bij de vrouwen (-3,17%). Bij de bedienden stijgt het aantal vergoede dagen, en dit doet zich opnieuw voor bij zowel de mannen als de vrouwen met respectievelijk +3,19% en 2,35%.

De evolutie van het aantal vergoede dagen is sterk gelinkt aan de evolutie van het aantal primaire uitkeringsgerechtigden (PUG), met soms een kleine vertraging.

In 2017 werden van het totaal aantal vergoede dagen 33,80% aan mannelijke arbeiders en 29,79% aan arbeidsters uitgekeerd. Voor de bedienden bedroegen de percentages 9,56% bij de mannen en 26,86% bij de vrouwen. Voor de periode 2013-2017 was de groei het sterkst bij de vrouwelijke bedienden (+5,18%).

Gemiddelde dagelijkse uitkering

De vergelijking van de gemiddelde dagelijkse uitkering van 2016 met die van de jaren voorgaand aan 2015 ligt niet voor de hand. Dit is het gevolg van een nieuwe, meer verfijnde berekeningsmethode die voor het eerst wordt gebruikt voor de gegevens van 2015 en als gevolg daarvan van de nieuwe manier om de gemiddelde uitkering te bepalen.

Door de totale gemiddelde uitkering van 2015 (EUR 45,34) rechtstreeks te vergelijken met die van 2014, zien we een daling van 1,85%, terwijl verschillende maatregelen om de sociale uitkeringen te herwaarderen in 2015 in werking zijn getreden (met name de bedragen betaald aan gerechtigden die een minimale uitkering krijgen, zijn geherwaardeerd met 2% vanaf 1 september 2015). Merk ook op dat er geen aanpassing van de sociale uitkeringen aan de gezondheidsindex (indexatie) heeft plaatsvonden in 2015.

De daling in 2015 wordt toegeschreven aan het feit dat de gemiddelde dagelijkse uitkering wordt berekend op basis van een nieuwe, meer verfijnde flux.

In 2017 bedroeg het bedrag van de gemiddelde dagelijkse uitkering 47,59 EUR, een stijging van 1,89% in vergelijking met 2016. Deze stijging is voornamelijk te wijten aan de indexatie met 2% van de uitkeringen in juni 2017 en aan diverse andere herwaarderingsmaatregelen die in werking getreden zijn in de loop van 2017.

Werknemers en werklozen - Aantal dagen in primaire arbeidsongeschiktheid, uitgekeerde bedragen en gemiddelde dagelijkse uitkering - Evolutie 2013-2017

Aantal perioden van primaire arbeidsongeschiktheid en hun duurtijd

Enkele elementen voor een beter begrip van de cijfers in deze tabellen en grafieken:

  • Deze cijfers hebben enkel betrekking op de perioden van arbeidsongeschiktheid die eindigden tijdens een van de onderzochte jaren (2013 tot 2017).
  • Deze cijfers bevatten niet de arbeidsongeschiktheden waarvoor de duur van ongeschiktheid de periode van het gewaarborgde loon niet overschrijdt (14 dagen voor arbeiders en 30 dagen voor bedienden) en die m.a.w. niet ten laste vallen van de uitkeringsverzekering. Indien de ongeschiktheid echter verder loopt dan de periode van het gewaarborgde loon, dan zal het geval geregistreerd worden voor de totale duur van de ongeschiktheid.
  • De arbeidsongeschiktheden waarbij de duur kleiner is dan 15 dagen hebben vooral betrekking op werklozen, die reeds vanaf de eerste dag ten laste van de uitkeringsverzekering vallen.
  • De periode tussen 338 en 365 dagen herneemt hoofdzakelijk de perioden van ongeschiktheid die 1 jaar ongeschiktheid hebben bereikt, en die naar alle waarschijnlijkheid in invaliditeit zullen treden.

In 25,95% van de gevallen bevindt de duur van de ongeschiktheid zich tussen 15 en 42 dagen.
Bij 17,98% van de gevallen kan een duur tussen 43 en 70 dagen worden vastgesteld. Vervolgens neemt het aantal gevallen stelselmatig af naarmate de duur van de ongeschiktheid toeneemt. De enige uitzondering wordt gevormd door de laatste categorie van arbeidsongeschiktheidsduur: in 14,20% van de gevallen duurt de ongeschiktheid tussen de 338 en 365 dagen. Het betreft hier de gerechtigden waarvan de duur van ongeschiktheid 1 jaar heeft bereikt en die naar alle waarschijnlijkheid hun tweede jaar van ongeschiktheid zullen aanvatten, zijnde de periode van invaliditeit.

Werknemers en werklozen - Aantal perioden van primaire arbeidsongeschiktheid en hun duurtijd - Evolutie 2013-2017

Contacten