Locomotorische en neurologische aandoeningen: voortzetting van de revalidatie in een R30-R60-revalidatiecentrum

Als u lijdt aan een locomotorische of neurologische aandoening en u al voor deze aandoening in een algemeen of specifiek revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen gerevalideerd bent, dan kan u deze revalidatie soms voortzetten en afronden in een ander revalidatiecentrum. Bijvoorbeeld in een revalidatiecentrum dat dichter bij uw woonplaats is. Uw ziekenfonds komt tegemoet in de kosten.
 

Kunt u overschakelen naar een ander revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen?

 
Als u in een algemeen revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen of een specifiek revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen revalideert en het revalidatieprogramma nog niet afgerond is, kunt u steeds overschakelen naar een ander algemeen of specifiek revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen. U kunt echter niet meer overschakelen als u al de maximum toegestane revalidatie gekregen hebt in dat algemeen of specifiek revalidatiecentrum. De maximum toegestane revalidatie verschilt per aandoening. In de specifieke revalidatiecentra hangt de maximum toegestane revalidatie ook af van de specifieke regels die voor ieder revalidatiecentrum anders kunnen zijn.
 
Als u maar een beperkt revalidatieprogramma gevolgd heeft in een algemeen of specifiek revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen, dan kan u ook overschakelen naar een R30-R60-revalidatiecentrum. In dit R30-R60-revalidatiecentrum kan u dan nog.
 
Hier vindt u de lijst met locomotorische en neurologische aandoeningen die voor voortzetting van de revalidatie in een R30-R60-revalidatiecentrum in aanmerking komen.
 
In deze revalidatiecentra kunt u als ambulante en als gehospitaliseerde patiënt terecht.
 
De R30-R60-revalidatiecentra (en de meeste andere ziekenhuizen) kunnen ook een gelijkaardig beperkt revalidatieprogramma aanbieden aan patiënten die nooit in een algemeen of specifiek revalidatiecentrum zijn gerevalideerd geweest. Dat wordt dan op basis van een andere reglementering gefinancierd.
 

Wat biedt een R30-R60-revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen u aan?

 
Een R30-R60-revalidatiecentrum biedt een voortzetting van uw revalidatieprogramma dat al gestart werd in een algemeen of specifiek revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische revalidatie.
 
Het stelt een individueel revalidatieprogramma op in overleg met het verwijzend revalidatiecentrum. Het omvat een aantal tussenkomsten van een kinesitherapeut en ergotherapeut en eventueel ook van een logopedist of een psycholoog. Deze tussenkomsten staan onder supervisie van een revalidatiearts en duren minimum 1 uur (R30) of minimum 2 uur per dag (R60). Elk programma is intensief en beperkt in duur. Per aandoening is er een maximumduur van de revalidatie. Daarbij moet ook worden rekening gehouden met de revalidatie die u reeds in het algemeen of specifiek revalidatiecentrum gekregen heeft.
 
Het doel is uw toestand, zelfredzaamheid en psychologisch welzijn te verbeteren om zo te komen tot een zo goed mogelijke sociale en professionele (re-)integratie.
 
Op het einde van uw revalidatie maakt het centrum een eindbalans op, dat onder meer raadgevingen bevat voor uw re-integratie.
 
Als u uw revalidatieprogramma bijna afgerond heeft, kan u ook beroep doen op een ergotherapeut die bij u aan huis komt, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
 

Wat moet u doen voordat een R30-R60-revalidatiecentrum voor locomotorische en neurologische aandoeningen uw behandeling kan verderzetten?

 
 

Wat moet het revalidatiecentrum doen om u te kunnen behandelen?

 
Het centrum moet: 
  • nagaan of u voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een tegemoetkoming van uw ziekenfonds.
  • het aanvraagformulier tot tenlasteneming in de kosten voor revalidatieverstrekkingen invullen en daarbij een medisch verslag voegen met een kopie van het verwijsformulier(inclusief bijlagen) waarmee een algemeen of specifiek revalidatiecentrum u naar het revalidatiecentrum verwezen heeft. Dit formulier moet vermelden welke revalidatie u reeds genoten heeft in het algemeen of specifiek revalidatiecentrum.
  • deze formulieren en verslag indienen bij uw ziekenfonds. Als het ziekenfonds akkoord gaat dan kan het centrum u behandelen.
 

Wat moet u zelf bekostigen?

 
U betaalt alleen een persoonlijk aandeel (remgeld) per tussenkomst (R30-R60). De rest van de kostprijs wordt rechtstreeks verrekend met het ziekenfonds (derdebetalersregeling).
Op een dag dat een tussenkomst (R30-R60) plaatsvindt, moet u nooit een kinesitherapeutische, fysiotherapeutische of logopedische behandeling betalen. U moet voor die dagen ook nooit iets betalen voor de tussenkomsten van de revalidatiearts (meestal een arts-specialist in fysische geneeskunde en revalidatie).
Voor de tussenkomst van een psycholoog en een ergotherapeut tijdens het revalidatieprogramma moet u nooit betalen. Voor de ergotherapieverstrekkingen die na afloop van het revalidatieprogramma nog kunnen worden verricht is er wel een persoonlijk aandeel (remgeld).
 
In geval van hospitalisatie betaalt u daarnaast ook nog de gebruikelijke kosten verbonden aan uw ziekenhuisverblijf.

Meer informatie

 

Laatst aangepast op 30 juli 2018