Elektronische datering van geneesmiddelenvoorschriften in ziekenhuizen

De datering van de elektronische geneesmiddelenvoorschriften in de ziekenhuizen beoogt een administratieve vereenvoudiging voor de ziekenhuizen. De elektronische voorschriften krijgen hierdoor dezelfde bewijskracht als de papieren voorschriften.
 

Wat?

 
Het betreft de uitwisseling van sets van voorschriften die door de ziekenhuisapotheken behandeld werden en de elektronische datering van deze uitwisselingen.
 
De organisaties van de verzorgingsinstellingen en verzekeringsinstellingen hebben een protocol over de datering van geneesmiddelenvoorschriften opgesteld. De minister van Sociale zaken heeft dit protocol goedgekeurd op 31 maart 2011. Het Verzekeringscomité heeft hiervan kennis genomen op 2 mei 2011.
 
De datering (timestamping) gebeurt via een verbinding met een basisdienst van het eHealthplatform.
 

Voor wie?

 
Deze functionaliteit is bestemd voor:
  • de ziekenhuisapotheken, zodat deze hun voorschriften kunnen dateren en
  • onze controlediensten (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle en Dienst voor administratieve controle), zodat ze de sets van behandelde geneesmiddelenvoorschriften kunnen raadplegen.
     

Hoe invullen/gebruiken?

 
Om van deze functionaliteit gebruik te kunnen maken, moeten de ziekenhuizen een eigen interface ontwikkelen die de voorschriften overmaakt die door hun apotheek behandeld werden en die gebruik maakt van de basisdienst voor elektronische datering van eHealth.
 
Het koninklijk besluit van 7 juni 2009 bepaalt de criteria voor het gebruik van een elektronisch voorschrift binnen een ziekenhuis. Dit vereist o.m. de opstelling van een informaticaprotocol tussen enerzijds de directie van het ziekenhuis, de hoofdarts, de apotheker-titularis of hoofdapotheker en de verantwoordelijke van het informaticasysteem en anderzijds elke voorschrijvende arts en beoefenaar van de tandheelkunde.
 
Dit informaticaprotocol omvat:
 
1° de procedure aan de hand waarvan de betrokken arts of beoefenaar van de tandheelkunde bij het opstellen van het elektronisch voorschrift zijn of haar identiteit kan authentiseren
 
2° de procedure waardoor:
  • het elektronisch voorschrift met precisie kan worden geassocieerd aan een referentiedatum en een referentietijdstip
  • het elektronisch voorschrift niet meer onmerkbaar kan worden gewijzigd na de vermelding van de identiteit van de betrokken arts of van de betrokken beoefenaar van de tandheelkunde en na de associatie aan een referentiedatum en een referentietijdstip.
     
Deze laatste procedure is in overeenstemming met het RIZIV-protocol over de datering van geneesmiddelenvoorschriften.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 01 februari 2018