Alternatieve zorgvormen voor kwetsbare ouderen: 2e projectoproep

Een nieuwe golf van innovatieve zorgprojecten voor kwetsbare ouderen kwam op ons af. Na afloop van de 2e projectoproep kwamen 26 projecten in aanmerking voor ontwikkeling en tests. Die projecten voegen zich zo bij de groep van de al lopende projecten.

Doelstellingen en kenmerken van de 2e projectoproep

Door de 2e projectoproep te lanceren willen we het permanente leerproces voortzetten waarmee we de toekomstige vormen van tenlasteneming van kwetsbare ouderen kunnen bepalen.

Het gaat dus niet om een herhaling van de 1e projectoproep , maar wel om de lancering van een nieuwe fase. Die fase is meer bepaald gebaseerd op de verworven kennis, waarbij we de initiële doelstellingen van het protocolakkoord nr. 3 tussen de federale regering en de gemeenschappen en gewesten in het achterhoofd houden.

De voornaamste krachtlijnen van de 2e oproep:

  • verzekeren van een globale, multidisciplinaire en geïntegreerde tenlasteneming
  • BelRAI  gebruiken als instrument dat bijdraagt tot een multidisciplinaire en kwalitatieve zorgplanning en tot het delen van informatie tussen de zorgverleners
  • het project nog meer verankeren in de realiteit van de actoren die bij de oudere actief zijn, meer bepaald door de structuren die belast zijn met de coördinatie van de hulp en van de dienstverlening als partners te integreren
  • de band en de betrokkenheid van de huisarts bij die projecten verstevigen.

Concreet zijn er van de 63 kandidaturen 26 voorstellen in aanmerking genomen. Die hebben de groep van de lopende projecten dus vergroot. Die 26 projecten en hun 108 voltijdse equivalenten zouden elk jaar de tenlasteneming van 2.700 personen mogelijk moeten maken. Hun financiering bedraagt 8.800.000 EUR.

Welke plaats krijgt vernieuwing in de 2e projectoproep?

Via de bottom-up-benadering omvatten de projecten van de 1e oproep  al een ruime waaier aan vernieuwende acties. In de 2e oproep werd de manoeuvreerruimte voor de projecten bewust beperkt om ze homogener te maken.

Vernieuwing blijft echter mogelijk, en wel op 2 vlakken:

  • in de organisatorische modaliteiten van de invoering van een functie die het concept ‘case management’ benadert en in de combinaties ervan met andere vormen van activiteiten
  • in de aard van bepaalde voorgestelde vernieuwende activiteiten zoals:
    • de tenlasteneming van het risico op ondervoeding door middel van logopedische en/of diëtetische verzorging;
    • de uitbreiding van de psychologische ondersteuning, meer bepaald door er  het gebruik van instrumenten aan te koppelen, zoals kunsttherapie bij patiënten met dementie of esthetische verpleegkundige verzorging
    • de invoering van nieuwe technologieën om de zelfredzaamheid van de oudere te versterken en de betrokkenheid van de zorgverleners te vereenvoudigen.

Welke steun voor de projecten van de 2e oproep?

De begeleiding van de projecten die in aanmerking komen, houdt dezelfde structuur als die van de 1e oproep: een administratieve follow-up en een wetenschappelijke follow-up.

Op wetenschappelijk vlak is elke zorgverlener die binnen een project actief is van essentieel belang, omdat hij deelneemt aan de verzameling van gegevens om de projecten te evalueren. De onderzoeksvragen zijn geëvolueerd, maar de voornaamste instrumenten en referenties van de zorgverlener om gegevens over de patiënten te verzamelen, blijven dezelfde:

Op administratief vlak beheert de gespecialiseerde cel ‘protocol 3’ alle projecten. De nodige administratieve documenten voor de werking van de projecten van de 2e oproep zijn allemaal geactualiseerd: de overeenkomst, de bijlagen ervan, de besprekingen van het Sectoraal comité.

De presentaties van de infosessies over de 2e projectoproep  bevatten ook de belangrijkste gegevens.

Meer informatie

Contacten

 

Laatst aangepast op 12 augustus 2014