Publié le 02/06/2009
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 246.


Afdeling II.- Voortgezette verzekering
Art. 247.
10/08/1996 § 1. Wordt beschouwd in een behartigenswaardige maatschappelijke toestand te verkeren als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 6°, van de gecoördineerde wet en kan, indien hij aan de in artikel 121 of artikel 128 van de gecoördineerde wet gestelde voorwaarden heeft voldaan, in voortgezette verzekering treden tijdens de hierna vastgestelde tijdvakken:
10/08/2001 de werkloze gerechtigde wie werkloosheidsuitkeringen ontzegd zijn met toepassing van de volgende artikelen van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering:
10/08/2001 a) de artikelen 30 tot 34, 37, 38 en 85, omdat hij de gestelde toelaatbaarheidsvoorwaarden niet vervult;
10/08/2001 b) artikel 44, omdat hij niet zonder arbeid en zonder loon is;
10/08/2001 c) de artikelen 52, § 3, 52bis, § 2, 56, § 1, eerste lid, en 155, tweede lid;
01/07/2004 d) artikel 81, omdat de duur van zijn werkloosheid het in deze bepaling gestelde maximum overschrijdt, of artikel 59sexies, omdat de werkloze geen voldoende inspanningen heeft geleverd om zich te integreren in de arbeidsmarkt;
10/08/2001 e) artikel 71, omdat hij de verplichtingen inzake controle niet vervult.
10/08/2001 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur die niet korter mag zijn dan één maand en niet langer dan twaalf maanden; in de gevallen bedoeld onder punten b) en e) kan de voortgezette verzekering niet toegestaan worden, wanneer de uitgeoefende activiteit van bedrieglijke aard is, gelet op de verplichtingen opgelegd door de sociale wetgeving;
10/08/2001 de werkloze gerechtigde die voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen, doch daarvan vrijwillig afziet, zonder dat hij evenwel de voorwaarden vervult, bepaald in artikel 246, eerste lid, 11°.
10/08/2001 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welk niet korter mag zijn dan één maand en niet langer dan drie maanden;
10/08/2001 opgeheven bij: K.B. 10-7-01 - B.S. 31-7 - ed. 1
01/07/2009 de gerechtigde die na afloop van de termijn van zes maanden, als bedoeld in artikel 215septies, niet langer arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet en die een beroep uitoefent waardoor hij onderworpen wordt aan het sociaal statuut der zelfstandigen of die een beroep uitoefent waarop geen verzekeringsplicht staat krachtens één der wetgevingen inzake sociale zekerheid.
01/07/2009 De voortgezette verzekering kan worden toegestaan voor een periode van twee jaar, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van zes maanden, als bedoeld in het vorige lid; dit tijdvak kan worden hernieuwd;
01/01/2003 de gerechtigde in verlof zonder wedde.
01/01/2003 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet langer mag zijn dan drie maanden per kalenderjaar;
10/08/1996 de gerechtigde die haar kind zoogt.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een tijdvak van maximaal vijf maand vanaf de dag van de bevalling;
01/01/2003 de gerechtigde die verkeert in een periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving. Indien hij echter bij de aanvang van de periode van voorlopige hechtenis of van vrijheidsberoving in staat van arbeidsongeschiktheid is als bedoeld in artikel 100 van de gecoördineerde wet gaat het tijdvak van voortgezette verzekering pas in de dag dat die staat van arbeidsongeschiktheid afloopt.
01/01/2003 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet langer mag zijn dan de periode van voorlopige hechtenis of vrijheidsberoving;
10/08/1996 de gerechtigde die tijdelijk of definitief niet meer arbeidt in de loop van een periode van vijf jaar welke afloopt op het einde van de maand waarin hij de in artikel 108, 1°, van de gecoördineerde wet bedoelde leeftijd bereikt.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke afloopt op het einde van de maand waarin de gerechtigde de in genoemd artikel vastgestelde leeftijd bereikt wanneer het gaat om een definitieve stopzetting en voor de duur aangegeven door de gerechtigde bij zijn aanvraag om in voortgezette verzekering te treden, wanneer het gaat om een tijdelijke stopzetting;
10/08/1996 de gerechtigde man of vrouw die de arbeid verzaakt opdat zijn gerechtigde echtgenote of haar gerechtigde - echtgenoot het maximale bedrag van haar of zijn ouderdomspensioen zou kunnen genieten.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke afloopt op het einde van de maand waarin de gerechtigde 65 of 60 jaar wordt naargelang het een man of een vrouw betreft;
10/08/1996 10° de gerechtigde die na zijn normale legerdienst bij tuchtmaatregel onder de wapens gehouden of teruggeroepen wordt.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet korter noch langer mag zijn dan die van het behoud of van de terugroeping onder de wapens;
10/08/1996 11° de gerechtigde die in het buitenland tijdelijk hetzelfde beroep uitoefent als hetgeen hij in België uitoefende, wanneer hij niet verzekeringsplichtig is krachtens de wetgeving inzake de sociale zekerheid van zijn nieuwe arbeidsplaats.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet langer mag zijn dan die van de tewerkstelling in het buitenland;
01/01/2003 12° de gerechtigde in tijdelijke werkloosheid ingevolge staking of lock-out en die bij ontstentenis van een toelating van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, geen aanspraak heeft op werkloosheidsuitkeringen.
01/01/2003 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke niet langer mag zijn dan die van de staking of het lock-out;
10/08/1996 13° de gerechtigde die wegens een geval van overmacht de arbeid verzuimt.
10/08/1996 De Dienst voor administratieve controle doet op verzoek van de verzekeringsinstelling uitspraak over de gevallen van overmacht die zij erkent.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor de duur welke door die Dienst wordt vastgesteld;
10/08/1996 14° de gerechtigde die krachtens het koninklijk besluit van 11 maart 1954, houdende statuut van het Korps voor burgerlijke bescherming, de cursussen volgt van de School voor burgerlijke bescherming.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur die niet langer mag zijn dan deze van de zittijd waaraan de gerechtigde deelneemt;
10/08/1996 15° de gerechtigde die een pensioen geniet ten laste van een openbaar bestuur of een pensioen waarvan de betaling door de Belgische Staat is gewaarborgd en die tijdelijk niet meer arbeidt ingevolge een erkende arbeidsongeschiktheid als bedoeld in artikel 100 van de gecoördineerde wet waarover uitkeringen worden ontzegd krachtens artikel 108, 3°, van de gecoördineerde wet.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor de duur van de arbeidsongeschiktheid;
10/08/1996 16° de gerechtigde die generlei arbeid ter verkrijging van inkomen verricht en regelmatig leergangen van het hoger middelbaar vak- of technisch onderwijs volgt, op voorwaarde dat die leergangen gegeven worden gedurende de dag, de vakantie, de zondagen en de feestdagen daargelaten.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur die niet langer mag zijn dan die waarover de gerechtigde de leergangen volgt;
10/08/1996 17° de gerechtigde die de leergangen van een erkende school voor gezinshelp(st)ers volgt. De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur die niet langer mag zijn dan die waarover de gerechtigde de leergangen volgt;
10/08/1996 18° de gerechtigde die, nadat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, voort arbeidt of die na die leeftijd de arbeid hervat, wanneer hij de arbeid tijdelijk onderbreekt en geen pensioen aanvraagt.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke door de gerechtigde bij zijn aanvraag wordt opgeheven; zij eindigt evenwel zodra het pensioen ingaat;
10/08/1996 19° de gerechtigde die wegens lichamelijke ongeschiktheid voortijdig gepensioneerd is, wanneer hij niet voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 100, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet, waar het de arbeidsongeschiktheidsgraad beoogt, gedurende een tijdvak dat niet verder mag gaan dan de pensioengerechtigde leeftijd, krachtens de wetgeving inzake de rust- en overlevingspensioenen van de arbeiders en de bedienden.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan vanaf de dag waarop de gerechtigde niet langer 66 pct. arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 100, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet;
10/08/1996 20° de gerechtigde waarvan de onderwerping voor het stelsel van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, beperkt is tot de geneeskundige verzorging en die:
10/08/1996 a) geen arbeidsprestaties moet verrichten, hetzij op grond van persoonlijke aangelegenheden, hetzij ingevolge tuchtmaatregelen.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur welke gelijk is aan die van het tijdvak waarin de gerechtigde geen arbeidsprestaties moet verrichten;
10/08/1996 b) zijn ambt in het buitenland uitoefent en aldaar zijn administratieve standplaats heeft.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor de duur van het tijdvak waarin de gerechtigde zijn ambt in het buitenland uitoefent en aldaar zijn administratieve standplaats heeft;
10/08/1996
  -22/12/2013
c) door de administratieve gezondheidsdienst definitief arbeidsongeschikt wordt geacht voor zover hij niet werkongeschikt is in de zin van artikel 100, § 1, van de gecoördineerde wet, en niet het vereiste aantal jaren dienst heeft om een vervroegd pensioen te genieten.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor de duur van het tijdvak dat afloopt op de pensioengerechtigde leeftijd krachtens het administratief en geldelijk statuut dat op hem toepasselijk is;
10/08/1996 21° de gerechtigde die ophoudt tewerkgesteld te zijn volgens een arbeidsovereenkomst voor dienstboden hoofdzakelijk bestaande uit huishoudelijke arbeid van lichamelijke aard voor de behoefte van de huishouding van de werkgever of van zijn gezin.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor een duur van ten hoogste drie maanden per kalenderjaar;
10/08/1996 22° de gerechtigde die als mijnwerker wegens sluiting van een kolenmijn is ontslagen en die de wachtvergoeding voor bejaarde werknemers uit de kolenindustrie geniet in toepassing van artikel 56, § 2 van het Verdrag van Parijs tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.
10/08/1996 De voortgezette verzekering wordt toegestaan voor de duur van het tijdvak tijdens hetwelk de wachtvergoeding wordt toegekend.
10/08/1996 § 2. Het tijdvak van voortgezette verzekering loopt af hetzij op het einde van de periode waarover het is toegestaan, hetzij op de datum waarop de toestand een einde neemt op grond waarvan het is toegestaan, hetzij, alleen in de onder § 1, 2° en 4°, bedoelde gevallen, zodra de gerechtigde in staat van arbeidsongeschiktheid is als bedoeld in artikel 100 van de gecoördineerde wet.


Art. 248.

FR   NL   [Affichage pour impression]