Publié le 23/05/2016
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten

Art. 92.


HOOFDSTUK III - TIJDVAKKEN VAN MOEDERSCHAPSRUST
Art. 93.
01/01/2017 § 1. Het tijdvak van moederschapsrust is een rustperiode van twaalf of dertien weken wanneer de geboorte van een meerling wordt voorzien, tijdens dewelke de gerechtigde noch haar normale beroepsactiviteit noch enige andere beroepsactiviteit mag uitoefenen.
01/01/2009 § 2. Het tijdvak van moederschapsrust bestaat uit een verplichte en een facultatieve periode.
01/01/2009 a) De verplichte periode omvat in het totaal drie weken : één week verplichte voorbevallingsrust en twee weken verplichte nabevallingsrust.
01/01/2009 De verplichte week voorbevallingsrust neemt een aanvang de zevende dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum.
01/01/2009 De verplichte weken nabevallingsrust nemen een aanvang vanaf de dag van de bevalling en strekken zich uit over een tijdvak dat overeenstemt met twee weken.
01/01/2009 b) De facultatieve periode bestaat uit de facultatieve voorbevallingsrust en de facultatieve nabevallingsrust.
01/01/2009 De facultatieve voorbevallingsrust strekt zich uit ten vroegste vanaf de derde week vóór de vermoedelijke bevallingsdatum, tot de zevende dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum.
01/01/2017 De facultatieve nabevallingsrust strekt zich uit over een periode die overeenstemt met de twaalf weken of dertien weken in geval van geboorte van een meerling, waarvan de eventuele periode van facultatieve voorbevallingsrust en de verplichte periode worden afgetrokken.
01/01/2009 De facultatieve nabevallingsrust vangt ten vroegste aan de eerste dag volgend op de twee weken verplichte nabevallingsrust.
01/01/2017 In afwijking van § 1, kan de gerechtigde tijdens de facultatieve periode haar normale beroepsactiviteit per periode van zeven kalenderdagen halftijds uitoefenen. In dat geval omvat de facultatieve periode maximaal achttien weken van halftijdse moederschapsrust of twintig weken van halftijdse moederschapsrust wanneer de geboorte van een meerling wordt voorzien.
01/01/2017 De periode van facultatieve nabevallingsrust, ongeacht het volledige dan wel halftijdse rust betreft, moet per periode van zeven kalenderdagen en voor het einde van een tijdvak van maximum zesendertig weken worden opgenomen. Dit tijdvak van zesendertig weken neemt een aanvang de eerste dag volgend op de twee weken verplichte nabevallingsrust.
01/01/2010 § 3. Op verzoek van de gerechtigde kan het tijdvak van moederschapsrust, bedoeld in § 2, verlengd worden wanneer het pasgeboren kind meer dan zeven dagen te rekenen vanaf de geboorte opgenomen moet blijven in het ziekenhuis.
01/01/2010 In het geval bedoeld in het vorige lid, wordt het tijdvak van moederschapsrust verlengd met een duur gelijk aan het aantal volledige weken hospitalisatie van het kind die deze eerste zeven dagen overschrijdt. De duur van deze verlenging mag echter vierentwintig weken niet overschrijden.
01/01/2017 Het maximale tijdvak van facultatieve moederschapsrust van vierentwintig weken dat voortvloeit uit de verlenging wegens de hospitalisatie van het kind zoals bedoeld in het voorgaande lid, kan per periode van zeven kalenderdagen halftijds worden opgenomen waarin de gerechtigde haar normale beroepsactiviteit hervat. In dat geval omvat de duur van de verlenging maximaal achtenveertig weken van halftijdse moederschapsrust.
01/01/2017 De verlenging van het tijdvak van moederschapsrust van een periode van vierentwintig weken of achtenveertig weken in geval van halftijdse moederschapsrust maximum vangt aan op de eerste dag die volgt op de twee weken verplichte nabevallingsrust bedoeld in § 2, a) van dit artikel.
01/01/2010 In afwijking van § 2, b) van dit artikel, vangt de periode van facultatieve nabevallingsrust, in geval van verlenging wegens hospitalisatie van de pasgeborene, aan op de eerste dag die volgt op het einde van de periode van verlenging.


HOOFDSTUK IV - MOEDERSCHAPSUITKERING

Afdeling I - Bedrag van de moederschapsuitkering

Art. 94.

FR   NL   [Affichage pour impression]