Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 26.


(En vigueur le: 01/12/1997 - )

est cité par:

Art. 42.

§ 1. Onverminderd de toepassing van de aligneringsmaatregel, bedoeld in artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de deeltijds werknemer met behoud van rechten die aanspraak heeft op een inkomensgarantieuitkering overeenkomstig de bepalingen van artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van, enerzijds, het product van de vermenigvuldiging van het in artikel 30 bedoelde gederfde loon met een breuk met als teller het brutobedrag van de tijdens de refertemaand toegekende inkomensgarantieuitkering en als noemer het bedrag van de referteuitkering, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75bis, eerste lid en 75quater van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de teopassingsregelen van de werkloosheidsregelementering en, anderzijds, het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Voor de periode bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, of 3° van de gecoördineerde wet, wordt het gederfde loon vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, waarbij echter geen rekening gehouden wordt met het gederfde loon dat in artikel 23 of 26 is bedoeld.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


§ 2. Heeft de deeltijds werknemer met behoud van rechten geen inkomensgarantieuitkering, als bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, aangevraagd of heeft hij geen recht op voormelde uitkering, dan is het gederfde loon gelijk aan het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 42bis

[Onverminderd de toepassing van de aligneringsmaatregel bedoeld in artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de vrijwillig deeltijds werknemer die het werk hervat en wiens halve werkloosheidsuitkeringen worden verminderd overeenkomstig de bepalingen van artikel 104, § 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van enerzijds het in artikel 30, § 3, a) bedoelde gederfde loon en anderzijds het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.]
(En vigueur le: 15/11/2014 - )


Art. 42ter

[Onverminderd de toepassing van artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de vrijwillig deeltijds werknemer die aanspraak heeft op een inkomensgarantie-uitkering overeenkomstig de bepalingen van artikel 104, § 1bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van, enerzijds, het product van de vermenigvuldiging van het in artikel 30, § 3, a) bedoelde gederfde loon met een breuk met als teller het brutobedrag van de tijdens de refertemaand toegekende inkomensgarantie-uitkering en als noemer het bedrag van de referte-uitkering, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75bis, eerste en derde lid, en 75quater van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering en, anderzijds, het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )


Gedurende de periode bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, of 3° van de gecoördineerde wet, wordt het gederfde loon vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, waarbij echter geen rekening gehouden wordt met het gederfde loon dat in artikel 23 of 26 is bedoeld.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )