d'application à partir du 01/07/2018
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 213.


Art. 214.
01/01/2007 § 1. Het minimum dagbedrag van de uitkering toe te kennen aan de gerechtigden die de hoedanigheid hebben van regelmatig werknemer, wordt als volgt vastgesteld :
01/09/2017 voor de gerechtigden die worden beschouwd als werknemer met persoon ten laste, is het minimum dagbedrag gelijk aan het in werkdagen gewaardeerde bedrag van het minimum gewaarborgde gezinsrustpensioen voor een werknemer met een volledige loopbaan, toegekend krachtens artikel 152, eerste lid, van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en artikel 8, eerste lid, van de wet van 6 juli 2016 tot goedkeuring van een premie aan sommige begunstigden van een minimumpensioen en tot verhoging van sommige minimumpensioenen, in het werknemers- en zelfstandigenstelsel;
01/01/2007 voor de gerechtigden die niet worden beschouwd als werknemer met persoon ten laste, is het minimum dagbedrag :
01/09/2017 a) voor de in artikel 226 of 226bis bedoelde gerechtigden, gelijk aan het in werkdagen gewaardeerde bedrag van het mininum gewaarborgde rustpensioen voor een werknemer met een volledige loopbaan, die niet bedoeld wordt onder 1°, dat krachtens de voormelde artikelen 152, eerste lid en 8, eerste lid worden toegekend;
P 01/09/2017
  -30/06/2019
b) voor de niet in artikel 226 of 226bis bedoelde gerechtigden, gelijk aan 29,1236 EUR.
01/01/2007 Dit minimum dagbedrag wordt pas toegekend vanaf de datum waarop de in artikel 224 bedoelde gerechtigde die geen personen ten laste heeft, de leeftijd van 21 jaar bereikt.
01/01/2003 § 2. Het minimumdagbedrag van de uitkering toegekend aan niet-regelmatige werknemers is gelijk aan het in werkdagen gewaardeerde bedrag van het leefloon dat wordt toegekend krachtens de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
01/07/2018 Voor de gerechtigden met persoon ten laste, als bedoeld in artikel 93 van de gecoördineerde wet], stemt dat bedrag overeen met het bedrag dat wordt toegekend aan een persoon die samenwoont met een gezin te zijnen laste.
01/10/2002 Voor de gerechtigden die geen persoon ten laste hebben, stemt dat bedrag overeen met het bedrag dat wordt toegekend aan een alleenstaande persoon.
01/09/2007 Deze bedragen mogen met ingang van 1 juli 2001 tot 30 september 2004 niet lager zijn dan 28,3957 EUR voor de gerechtigde die beschouwd wordt als werknemer met persoon ten laste, en dan 21,2970 EUR voor de gerechtigde die niet beschouwd wordt als werknemer met persoon ten laste. Met ingang van 1 oktober 2004 tot 30 september 2006 mogen deze bedragen niet lager zijn dan 28,6797 EUR, respectievelijk 21,5100 EUR. Met ingang van 1 oktober 2006 tot 31 maart 2007 mogen deze bedragen niet lager zijn dan 28,9665 EUR, respectievelijk 21,7251 EUR. De voormelde bedragen worden gekoppeld aan het indexcijfer 103,14.
10/08/1996 Onder niet-regelmatige werknemers dient verstaan te worden de gerechtigden aan wie de hoedanigheid van regelmatig werknemer niet kan worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 224.
01/01/2003 § 3. De voormelde minimumbedragen worden toegekend vanaf de eerste dag van de zevende maand van het tijdvak van primaire arbeidsongeschiktheid, alsook tijdens het tijdvak van invaliditeit.
01/01/2003 Om de eerste dag van de zevende maand van de arbeidsongeschiktheid te bepalen, wordt rekening gehouden met de periode van moederschapsbescherming die onmiddellijk voorafgaat aan de periode van arbeidsongeschiktheid, indien de periode van moederschapsbescherming een vorige periode van arbeidsongeschiktheid heeft geschorst.

Art. 215.

FR   NL   [Affichage pour impression]