d'application à partir du 01/01/2005
   

FR   NL  

Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 190.


TITEL IX.- FINANCIERING

HOOFDSTUK I.- VERZEKERINGSINKOMSTEN EN HUN VERDELING

Afdeling I.- Verzekeringsinkomsten
Art. 191.
06/09/1994 De verzekeringsinkomsten bestaan uit:
10/05/1997
  -29/04/2007
een aandeel in de jaarlijkse verdeling van de inkomsten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, 2°, d) van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
10/05/1997
  -29/04/2007
1°bis de opbrengst van de voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen bestemde bijdragen betrekking hebbende op:
10/05/1997
  -29/04/2007
a) de werknemers die gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
13/03/1998
  -29/04/2007
b) Opgeheven bij: Wet 22-2-98 - B.S. 3-3;
06/09/1994
  -30/04/2017
de persoonlijke bijdragen, gestort door de gerechtigden bij toepassing van onder meer de artikelen 121, § 2, 123, eerste lid, 125, 128, § 1, 2°, 129, 2°, 130, tweede lid en 135;
10/01/2004
  -31/12/2016
het bedrag bedoeld in artikel 67bis van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale en budgettaire bepalingen.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
Het bedrag wordt aangewend voor de betaling van de schadeloosstelling bedoeld in artikel 47, tweede lid, van de wet op de ziekenhuizen, gecoördineerd op 7 augustus 1987, evenals voor de betaling van het gedeelte van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen dat ten laste genomen wordt door de Staat, zoals bedoeld in de artikelen 100 en 102 van dezelfde wet en die betrekking hebben op de facturaties vanaf 1 juli 2003.
10/01/2004
  -31/12/2016
De in het tweede lid bedoelde betaling geschiedt overeenkomstig de betalingsopdrachten en de betalingskalender die de minister bedoeld in artikel 87 van de voornoemde gecoördineerde wet, of de ambtenaar die hij daarvoor aanwijst, aan het Instituut bezorgt.
10/01/2004
  -31/12/2007
De Koning stelt het gedeelte van de inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor zelfstandigen;
10/01/2004
  -31/12/2016
Het bedrag bedoeld in artikel 67ter van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale en budgettaire bepalingen.
10/01/2004
  -31/12/2007
De Koning stelt het gedeelte van de inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor de zelfstandigen.
10/01/2004
  -31/12/2016
De Koning bepaalt de modaliteiten volgens dewelke de betrokken financiële middelen door de Schatkist aan het Instituut worden overgemaakt;
10/01/2004
  -31/12/2016
Het bedrag bedoeld in artikel 67quater van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale en budgettaire bepalingen.
10/01/2004
  -31/12/2016
Dit bedrag wordt binnen de door de Koning vastgestelde voorwaarden aangewend voor het jaar 2004 voor de financiering van projecten tot bestrijding van tabaksverslaving georganiseerd op initiatief van de overheden die Hij aanduidt;
P 01/01/2005
  -31/12/2016
5°bis. het bedrag bedoeld in artikel 67quinquies van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale en budgettaire bepalingen;
06/09/1994 de giften en legaten, bestemd voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, welke worden aanvaard door het Algemeen comité van het Instituut of door de Minister;
10/01/2000
  -31/12/2009
de opbrengst van een inhouding van 3,55 pct., verricht op de wettelijke ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen of op elk ander als zodanig geldend voordeel, alsmede op elk voordeel, bedoeld als aanvulling van een pensioen, zelfs als dit laatste niet is verworven, en toegekend hetzij bij toepassing van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, hetzij bij toepassing van bepalingen die voortvloeien uit een arbeidscontract, een ondernemingsreglement, een collectieve ondernemings- of sectoriële overeenkomst. Deze inhouding wordt eveneens verricht op het voordeel dat het pensioen vervangt of aanvult en dat wordt toegekend aan een zelfstandige krachtens een collectieve overeenkomst of een individuele toezegging van een pensioen afgesloten door de onderneming.
01/01/2002
  -31/12/2013
Deze inhouding mag niet tot gevolg hebben dat het totaal van de hierboven vermelde pensioenen of voordelen vanaf 1 januari 2002 wordt verminderd tot een bedrag, lager dan 535,77 EUR per maand verhoogd met 99,20 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast en, vanaf 1 januari 2003, tot een bedrag, lager dan 546,49 EUR per maand, verhoogd met 101,18 EUR voor de rechthebbenden met gezinslast. Dit bedrag wordt gekoppeld aan de spilindex 132,13. Het wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de Openbare Schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient te worden gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied, opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voornoemd bedrag vaststellen overeenkomstig de bepalingen waarmee het maandbedrag van sommige wettelijke pensioenen na 1 januari 2003 wordt geherwaardeerd.
06/09/1994
  -31/12/2013
De inhouding wordt verricht bij elke betaling van het pensioen of van het voordeel door het uitbetalingsorganisme dat er burgerlijk verantwoordelijk voor is. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder hetzij van de invordering van achterstallige met niet verrichte inhoudingen overeenkomende bedragen kan worden afgezien, hetzij door het Instituut opdracht kan worden gegeven aan de uitbetalingsorganismen tijdelijk een hogere inhouding toe te passen tot invordering van de achterstallige met niet verrichte inhoudingen overeenkomende bedragen.
06/09/1994
  -31/12/2013
Met uitzondering van de overheidsdiensten die krachtens artikel 32 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, van rechtswege aangesloten zijn bij het Rijksinstituut voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, storten de uitbetalingsorganismen de opbrengst van de inhouding aan het Instituut tijdens de maand, volgend op die gedurende welke ze werd uitgevoerd. Elk uitbetalingsorganisme dat de inhouding niet tijdig stort is tevens een opslag en een verwijlinterest verschuldigd waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden door de Koning worden vastgesteld. De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde inhouding.
06/09/1994
  -31/12/2013
De Koning bepaalt alle nodige modaliteiten ter uitvoering van deze maatregel, alsmede de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van geneeskundige verzorging. De Koning stelt eveneens de forfaitaire vergoeding vast die verschuldigd is bij niet naleving van de aan het uitbetalingsorganisme opgelegde mededelingsplicht.
06/09/1994
  -31/12/2013
De Koning kan de toepassing van de in het eerste lid bepaalde inhouding uitbreiden tot andere aan de gepensioneerden toegekende voordelen, alsmede tot de beroepsinkomsten die zij genieten en die niet onderworpen zijn aan inhoudingen van sociale zekerheid.
06/09/1994
  -31/12/2013
De door de Koning aangewezen ambtenaren waken over de uitvoering van deze bepalingen.
01/01/2004 Lid werd opgeheven bij : Wet(I) 22-12-2003 - B.S. 31-12 - ed. 1 (vroeger achtste lid)
06/09/1994
  -31/12/2013
Wanneer de invordering van de hem verschuldigde sommen al te onzeker of te bezwarend blijkt te zijn in verhouding tot het bedrag van de in te vorderen sommen, kan het Instituut van de invordering van die bedragen door een gedwongen tenuitvoerlegging afzien binnen de perken van een reglement dat door zijn Algemeen comité is vastgesteld en door de Minister is goedgekeurd.
13/03/1998
  -31/12/2013
Ieder uitbetalingsorganisme is verplicht zich bij het Instituut te laten inschrijven en alle inlichtingen te verstrekken waarom in het kader van de uitvoering van deze maatregel en van artikel 9bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid wordt verzocht;
06/09/1994 de opbrengst van een aanvullende bijdrage of premie inzake verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid waarin wordt voorzien door de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, geïnd door de ter zake bevoegde verzekeraars en door het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, bedoeld in artikel 49 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, en de opbrengst van een aanvullende bijdrage of premie inzake de verzekering motorrijtuigencasco.
06/09/1994 Deze bijslag wordt vastgesteld op 10 pct. van de bijdrage of premie. Onder de door de Koning vast te stellen voorwaarden wordt dit percentage herleid tot 5 pct. voor de door Hem te bepalen categorieën van motorrijtuigen die voor het professioneel vervoer van goederen of personen worden gebruikt.
06/09/1994
  -31/12/2007
De Koning bepaalt eveneens de wijze van berekening, inning en overdracht van die bijslagen, de verdeling ervan, alsook het gedeelte dat voor de financiering van de ziekte- en invaliditeitsverzekering van de regeling voor de zelfstandigen en de regeling voor zeelieden is bestemd.
06/09/1994 De door de Koning aangewezen ambtenaren houden toezicht op de uitvoering van deze bepalingen;
10/05/1997 de ontvangsten als bedoeld in artikel 24, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, van de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
06/09/1994 10° onverminderd de bepalingen van artikel 197, de renteopbrengst van iedere belegging van financiële middelen die de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 2, ter beschikking worden gesteld in het raam van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
06/09/1994 Enkel kortstondige beleggingen op zichtrekeningen kunnen, onder de door de Koning vast te stellen voorwaarden, worden toegestaan. De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden de interesten van deze beleggingen verminderd kunnen worden met eventuele debetinteresten.
06/09/1994
  -31/12/2007
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de regelen voor overboeking en verdeling van deze renteopbrengsten en bepaalt welk deel bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen van de regeling voor de zelfstandigen.
06/09/1994 Het tweede lid heeft uitwerking vanaf 1 januari 1982;
10/01/2000 10°bis. vanaf 1 januari 1997 100 pct. van de financiële interesten op het afzonderlijke deel, bonifonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds, dat wordt gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoeld gedeelte van het boni;
01/01/2004 10°ter. Vanaf 1 januari 1997 tot en met 31 december 2003, 100 pct. van de financiële interesten op het afzonderlijk deel, bijdragefonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds dat wordt gestijfd door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 199, § 2, tweede en derde lid.
01/01/2004 Vanaf 1 januari 2004, 100 pct. van het saldo van de financiële opbrengsten de financiële kosten van het afzonderlijke deel, bijdragefonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds dat wordt gestijfd door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 199, § 2, tweede en derde lid;
10/05/1997 11° Opgeheven bij: K.B. 25-4-97 - B.S. 30-4 - ed. 3;
02/01/1996 12° de opbrengst van de administratieve geldboeten die het Instituut int in toepassing van deze gecoördineerde wet;
10/01/2000 13° de opbrengst van een bijdrage op de premies of van een inhouding, verricht op de extra-legale verstrekkingen inzake hospitalisatieverzekering ten behoeve van de rechthebbenden van deze gecoördineerde wet. De delen van premies of prestaties die betrekking hebben op bijkomende risico's en die gedekt zijn door de hospitalisatieverzekering, zijn eveneens aan de bijdrage of inhouding onderworpen.
10/01/2000 De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling inzonderheid de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging;
06/09/1994
  -09/01/2009
14° de opbrengst van een jaarlijkse vergoeding per publiekverpakking of, bij ontstentenis daarvan, per stukverpakking van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 34, 5°, b) en c), en ingeschreven op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen.
P 06/09/1994
  -09/01/2005
Die vergoeding is ten laste van de farmaceutische firma's die de aanneming voor vergoeding van de verzekering voor geneeskundige verzorging verkrijgen of hebben verkregen. Deze vergoeding wordt uiterlijk op de laatste dag van het eerste kwartaal van het kalenderjaar aan het Instituut gestort.
06/09/1994
  -09/01/2009
Er is geen vergoeding verschuldigd voor de verpakkingen van de farmaceutische produkten waarvan de jaarlijkse omzet op de Belgische markt, berekend op de prijs af fabriek, in het jaar voor dat waarvoor de vergoeding verschuldigd is, niet hoger lag dan 2,5 miljoen frank.
06/09/1994
  -09/01/2009
Het bedrag van deze vergoeding wordt vastgesteld op 60.000 frank per publiek- of stukverpakking, bedoeld in het eerste lid.
02/01/1996 De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling, meer bepaald met betrekking tot de aangifte, de controle en de inning alsook met betrekking tot de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd, waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding of van de verwijlinterest;
10/09/2002 15° de opbrengst van een heffing op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten.
P 01/01/1996
  -09/01/2005
Die heffing is ten laste van de farmaceutische firma's welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
Voor 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004 worden de bedragen van die heffingen respectievelijk vastgesteld op 2 pct., 3 pct., 4 pct., 4 pct., 4 pct., 4 pct., 3 pct., 2 pct. en 2 pct. van de omzet die respectievelijk in 1994, 1995, 1997, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002 en 2003 is verwezenlijkt.
01/01/1996
  -08/01/2006
Van de aangegeven totale omzet, berekend op basis van de prijs buiten-bedrijf of buiten-invoerder, moet een aangifte worden gedaan die is opgesplitst per publiekverpakking of, bij ontstentenis daarvan, per stukverpakking van de in het eerste lid beoogde geneesmiddelen.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De voornoemde verklaringen dienen gedagtekend, ondertekend en waar en echt verklaard te worden en bij een ter post aangetekende brief te worden ingediend bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel. Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004, dienen ze respectievelijk te worden ingediend voor 1 februari 1996, 1 november 1996, 1 maart 1999, 1 april 1999, 1 mei 2000, 1 mei 2001, 1 mei 2002, 1 mei 2003 en 1 mei 2004.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004, dient de heffing respectievelijk gestort te worden voor 1 maart 1996, 1 december 1996, 1 april 1999, 1 mei 1999, 1 juni 2000, 1 juni 2001, 1 juni 2002, 1 juni 2003 en 1 juni 2004 op rekening nr. 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding, volgens het betrokken jaar: "heffing omzet 1994", "heffing omzet 1995", "heffing omzet 1997", "heffing omzet 1998", "heffing omzet 1999", "heffing omzet 2000", "heffing omzet 2001", "heffing omzet 2002" of "heffing omzet 2003".
01/01/1996 De voornoemde Dienst zorgt voor het innen van de bovengenoemde heffing alsook voor het toezicht.
01/01/1996
  -08/01/2006
De schuldenaar die de bovengenoemde heffing niet binnen de in het zesde lid vastgestelde termijnen stort, is een opslag ten belope van 10 pct. van die heffing verschuldigd, alsmede een op die heffing verrekende verwijlinterest die gelijk is aan de wettelijke rentevoet.
01/01/1996 De Algemene raad kan aan de in het tweede lid bedoelde schuldenaar vrijstelling of vermindering van de opslag van de vergoeding of van de verwijlinterest toestaan op voorwaarde dat:
01/01/1996 - alle vroegere betalingen door de betrokken schuldenaar zijn verricht binnen de vastgestelde termijn;
01/01/1996 - de in derde lid bedoelde omzet binnen de vastgestelde termijn is meegedeeld op een wijze die het mogelijk maakt dat de verschuldigde bedragen worden gecontroleerd;
01/01/1996 - de schuldenaar deugdelijk kan verantwoorden dat het hem onmogelijk is geweest de verschuldigde som binnen de vastgestelde termijn te storten.
01/01/1996 De door de Algemene raad toegekende vrijstelling kan slechts volledig zijn indien de schuldenaar:
01/01/1996 - ofwel het bewijs van een geval van overmacht levert, dit wil zeggen van een gebeurtenis die hem volledig vreemd en onafhankelijk van zijn wil is, redelijkerwijze niet te voorzien en menselijk onoverkomelijk is en die het hem volstrekt onmogelijk heeft gemaakt zijn verplichting binnen de vastgestelde termijn na te komen; bovendien mag de schuldenaar zich geen enkele fout te verwijten hebben in de gebeurtenissen, die aan het overkomen van die vreemde oorzaak zijn voorafgegaan, het hebben voorbereid of het hebben vergezeld;
01/01/1996 - ofwel bewijst dat hij op het ogenblik dat de storting eisbaar was, een vaste en eisbare schuldvordering bezat die hem niet toeliet zijn verplichting binnen de vastgestelde termijn na te komen en hij de Algemene Raad daarover heeft geïnformeerd;
01/01/1996 - ofwel behoorlijk aangetoonde dwingende redenen kan aanvoeren.
01/01/1996 In alle andere uitzonderlijke omstandigheden waarvoor de schuldenaar het bewijs kan leveren, kan de Algemene Raad een vermindering met de helft van de verschuldigde opslag en/of van de verwijlinterest toestaan.
01/01/1996 De verwijlinterest tegen de wettelijke rentevoet wordt toegepast op het bedrag dat niet binnen de vastgestelde termijn is betaald en wordt berekend naar rata van het aantal dagen dat is verstreken tussen de datum waarop de betaling had moeten verricht worden en de dag waarop ze effectief is uitgevoerd.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De ontvangsten die voortvloeien uit de voornoemde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 1995 voor de heffing omzet 1994, 1996 voor de heffing omzet 1995, 1998 voor de heffing omzet 1997, 2000 voor de heffing omzet 1999, 2001 voor de heffing omzet 2000, 2002 voor de heffing omzet 2001, 2003 voor de heffing omzet 2002 en 2004 voor de heffing omzet 2003.
10/01/2000 15°bis. De opbrengst van een bijkomende heffing op de omzet die is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen, bedoeld in artikel 34, 5°, b) en c), ingeschreven op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen en afgeleverd door een ziekenhuisapotheek of een geneesmiddelendepot aan ter verpleging opgenomen rechthebbenden of aan niet ter verpleging opgenomen rechthebbenden.
10/01/2000 Die heffing is ten laste van de farmaceutische firma's welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar dat voorafgaat aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd.
10/01/2000 Voor het jaar 2000 wordt het bedrag van de heffing vastgesteld op 2 pct. van de omzet verwezenlijkt in het jaar 1999.
10/01/2000 De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling, meer bepaald met betrekking tot de aangifte, de controle en de inning, alsook met betrekking tot de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging.
10/01/2000 De schuldenaar die de verschuldigde heffing niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, in (lees is) aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning. De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde heffing en de op deze heffing berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
10/01/2000 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar bedoeld in het vorige lid, vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de heffing en van de verwijlinterest;
10/09/2000 15°ter. Voor 2000 wordt een aanvullende heffing van 2 pct. van de omzet die in 1999 is verwezenlijkt, ingesteld onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald in 15° en de voorwaarden bepaald in het voorlaatste lid van 15°ter.
10/09/2000 Onder de bijkomende voorwaarden bepaald in het laatste lid van 15°ter, wordt de in het eerste lid van 15°ter bedoelde aanvullende heffing voor 2000 verhoogd tot 5 pct. van de omzet die in 1999 is verwezenlijkt.
10/01/2000 De aangifte bedoeld in het vierde lid van het 15° dient te worden ingediend vóór 1 november 2000.
10/01/2000
  -09/01/2009
De heffing dient te worden gestort vóór 1 december 2000 op rekening nr. 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "aanvullende heffing omzet 1999".
10/01/2000 De ontvangsten die volgen uit deze aanvullende heffing zullen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen worden in het boekjaar 2000.
10/01/2000 De heffing bedoeld in artikel 191, eerste lid, 15°ter, is verschuldigd als op basis van een rapport van de Algemene raad, na advies van de Commissie voor begrotingscontrole, wordt vastgesteld dat het partieel begrotingsobjectief inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten wordt overschreden of dreigt overschreden te worden door het bestaan van een beduidend risico op overschrijding van de partiële begrotingsdoelstelling inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten. De Koning stelt vast, op basis van het voornoemde rapport dat uiterlijk op 15 juli 2000 aan de minister van Sociale Zaken wordt overgemaakt, of aan deze voorwaarden is voldaan;
10/09/2000 De verhoging bedoeld in artikel 191, eerste lid, 15°ter, tweede lid, is verschuldigd als bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit wordt vastgesteld dat er op 1 oktober 2000 geen akkoord is bereikt tussen de minister van Sociale zaken en de farmaceutische industrie over de ontwikkeling en de beheersing van het budget voor geneesmiddelen;
01/01/2002 15°quater.
P 01/01/2002
  -09/01/2005
§ 1. Vanaf 2002 wordt jaarlijks een aanvullende heffing ingesteld ten laste van de farmaceutische firma's op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in 15° en de voorwaarden gesteld in deze bepaling.
01/01/2002 Deze heffing is verschuldigd indien in het voorafgaande jaar de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven hoger liggen dan het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5.
01/01/2002 De in het vorige lid bedoelde overschrijding kan door de Algemene raad na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole worden aangepast teneinde rekening te houden met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad. Bovendien wordt de aldus gecorrigeerde overschrijding, verminderd met 25 pct. van de eventuele onderschrijding van de in artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling.
01/01/2002
  -29/05/2005
Het globaal bedrag van de heffing is gelijk aan 65 pct. van deze overschrijding, onverminderd de toepassing van het derde lid.
P 29/08/2002
  -09/01/2005
Voor het jaar 2002 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de farmaceutische firma's op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2001 2,98 pct.. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2001, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 66.857.451,70 EUR, van de omzet die de farmaceutische firma's hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2001, zijnde 2.243.567.638,14 EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2001, zijnde 2.453.929.385,65 EUR en hogervermeld globaal budget zijnde 2.351.071.767,65 EUR en bedraagt 102.857.618,00 EUR. Hogervermelde heffing dient te worden gestort vóór 1 november 2002 op rekening nr. 001-1950023-1 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "aanvullende heffing 2001 van 2,98 pct." De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2002.
P 25/07/2004
  -09/01/2005
Voor het jaar 2003 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de farmaceutische firma's op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2002 0,17 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2002, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 4.021 duizend euro van de omzet die de farmaceutische firma's hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2002, zijnde 2.433.844 duizend euro. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2002, zijnde 2.586.475 duizend euro en hoger vermeld globaal budget 2002, zijnde 2.435.300 duizend euro en bedraagt 151.175 duizend euro, verminderd met 25 pct. van de onderschrijding van de in artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstalling, zijnde 63.646 duizend euro, en verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 81.343 duizend euro. Aan de betrokken farmaceutische firma's waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 1 april 2004. De betrokken farmaceutische firma's waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 0,17 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 1 april 2004 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "bijbetaling aanvullende heffing 2003". De betrokken firma's die het voorschot van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 1 april 2004 0,17 pct. van de omzet die in 2002 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke intrestvoet te rekenen vanaf 15 december 2002 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "laattijdige betaling aanvullende heffing 2003". De betrokken firma's die het voorschot van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2001 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 1 april 2004 0,17 pct. van de omzet die in 2002 is verwezenlijkt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "betaling aanvullende heffing 2003". De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2003. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeninge van de verplichte verzekering worden opgenomen in het boekjaar 2004.
P 25/07/2004
  -09/01/2005
Voor het jaar 2004 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de farmaceutische firma's op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2003 4,41 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2003, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 119 847 duizend euro, van de omzet die de farmaceutische firma's hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2003, zijnde 2 719 101 duizend euro. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2003, zijnde 2 812 543 duizend euro en hoger vermeld globaal budget 2003, zijnde 2 541 745 duizend euro en bedraagt 270 798 duizend euro, verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 86 418 duizend euro. Aan de betrokken farmaceutische firma's waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, groter is dan het bedrag van 4,41 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 31 december 2004. De betrokken farmaceutische firma's waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 4,41 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 31 december 2004 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « bijbetaling aanvullende heffing 2004 ». De betrokken firma's die het voorschot van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 31 december 2004 4,41 pct. van de omzet die in 2003 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke interestvoet te rekenen vanaf 1 juli 2003 op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « laattijdige betaling aanvullende heffing 2004 ». De betrokken firma's die het voorschot van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2002 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 31 december 2004 4,41 pct. van de omzet die in 2003 is verwezenlijkt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « betaling aanvullende heffing 2004 ». De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2004. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2004.
P 17/12/2004
  -09/01/2005
§ 2. In afwachting van de vaststelling van de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, met betrekking tot de eventuele overschrijding van de uitgaven van de jaren 2002, 2003 en 2004 is respectievelijk in 2002, 2003 en 2004 door de betrokken farmaceutische firma's een voorschot verschuldigd gelijk aan 1,35 pct., 2,55 pct. en 4,50 pct. van de omzet van respectievelijk het jaar 2001, het jaar 2002 en het jaar 2003. Een eerste deel van het voorschot gelijk aan 1 pct. van de omzet van het jaar 2001 wordt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2002 met de vermelding "eerste voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2002". Een tweede deel van het voorschot gelijk aan 0,35 pct. van de omzet van het jaar 2001 wordt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 15 december 2002 met de vermelding "tweede voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2002". Het voorschot gelijk aan 2,55 pct. van de omzet van het jaar 2002 wordt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2003 met de vermelding "voorschot aanvullende heffing diensjaar 2003". Een eerste deel van het voorschot gelijk aan 2,55 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003 wordt op het rekeningnummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2004 met de vermelding "voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2004". Een tweede deel van het voorschot gelijk aan 1,95 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003 wordt op hetzelfde rekeningnummer gestort vóór 15 december 2004 met de vermelding "tweede voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2004".
P 31/12/2003
  -09/01/2005
De schuldenaar die het verschuldigde voorschot en/of de verschuldigde heffing niet binnen de vastgestelde termijn stort, is aan het Instiuut een opslag ten belope van 10 pct. van dit voorschot en/of die heffing verschuldigd, alsmede een op dit voorschot en/of die heffing verrekende verwijlinterest die gelijk is aan de wettelijke rentevoet. Een vrijstelling of vermindering van de opslag of van de verwijlinterest kan worden toegestaan onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°.
P 10/01/2003
  -09/01/2005
Indien op 31 december 2003 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2002 of lager is dan 1,35 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 1 april 2004 aan de betrokken farmaceutische firma's terug.
P 10/01/2003
  -09/01/2005
Indien op 1 oktober 2004 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2003 of lager is dan 2,55 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 31 december 2004 aan de betrokken farmaceutische firma's terug.
P 17/12/2004
  -09/01/2005
Indien op 1 oktober 2005 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2004 of lager is dan 4,50 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 31 december 2005 aan de betrokken farmaceutische firma's terug.
P 25/07/2004
  -09/01/2005
§ 3. Indien overeenkomstig de bepalingen van artikel 69, § 5, wordt overgegaan tot het opsplitsen van het globaal budget van de financiële middelen in deelbudgetten voor farmacotherapeutische klassen, gekoppeld aan een terugvordering van de overschrijding van de deelbudgetten zoals bedoeld in 16°bis, worden deze deelbudgetten in mindering ebracht vanhet globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, voor de inning van deze aanvullende heffing.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
15°quinquies. Voor de jaren 2002, 2003 en 2004 wordt een bijkomende heffing van 1,5 pct. van de omzet die respectievelijk in het jaar 2001, 2002 en 2003 is verwezenlijkt, ingesteld onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De aangifte bedoeld in 15°, vierde lid, dient respectievelijk te worden ingediend vóór 1 november 2002, vóór 1 oktober 2003 en vóór 1 oktober 2004.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De heffing dient respectievelijk te worden gestort vóór 1 december 2002, 1 november 2003 en 1 november 2004 op het rekening nummer 001-1950023-11 van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding, volgens het betrokken jaar: "bijkomende heffing omzet 2001", "bijkomende heffing omzet 2002" en "bijkomende heffing omzet 2003".
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De ontvangsten die volgen uit deze bijkomende heffing zullen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen worden in het boekjaar 2002 voor de bijkomende heffing omzet 2001, in het boekjaar 2003 voor de bijkomende heffing omzet 2002 en in het boekjaar 2004 voor de bijkomende heffing omzet 2003.
10/05/1997 16° de stortingen die moeten worden verricht door degenen die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van geneesmiddelen krachtens een prijs-volume-contract dat gesloten is op basis van artikel 72, in geval van overschrijding van de vastgestelde maximumuitgaven ten laste van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
P 10/01/2004
  -09/01/2005
16°bis. Vanaf 2004 wordt, voor zover een deelbudget is vastgesteld door de Koning overeenkomstig de bepalingen van artikel 69, § 5, vóór 30 april van het betrokken jaar, een bijdrage in de overschrijding ten belope van 65 pct. ingesteld ten laste van de betrokken farmaceutische firma's die gedurende het jaar waarin de overschrijding heeft plaatsgevonden een omzet hebben verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten binnen het betrokken deelbudget.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
De in het vorige lid bedoelde overschrijding wordt door de Algemene Raad vastgesteld en kan door de Algemene Raad na advies van de Commissie voor begrotingscontrole worden aangepast teneinde rekening te houden met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad. De aldus gecorrigeerde overschrijding wordt uitgedrukt als een percentage van het omzetcijfer van de betrokken farmaceutische firma's binnen het betrokken deelbudget.
P 10/01/2004
  -09/01/2005
Bij de vaststelling van het percentage kan rekening worden gehouden met de evolutie van het marktaandeel in het betrokken jaar van de betrokken specialiteiten van de onderscheiden farmaceutische firma's met het jaar van inschrijving van de betrokken specialiteiten op de lijst bedoeld in artikel 35bis, § 1, met het al dan niet onder octrooi zijn van het voornaamste werkzaam bestanddeel bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), en met andere door de Koning te bepalen elementen.
10/01/2000
  -14/05/2007
17° de opbrengst van de in de artikelen 146, 156 en 157 bedoelde terugvorderingen. De Koning bepaalt de regels volgens welke het gedeelte van die inkomsten kan worden vastgesteld dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor de zelfstandigen;
10/05/1997
  -31/12/2007
18° de opbrengst van de in artikel 60 bedoelde bedragen. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor de zelfstandigen;
10/05/1997
  -06/09/2017
19° de opbrengst van de heffing die door de erkende tariferingsdiensten tussen 1 januari 1996 en 31 december 1997 moet worden verricht op de facturen betreffende de in artikel 34, 5°, bedoelde farmaceutische verstrekkingen, die aan de rechthebbenden zijn afgeleverd door de apothekers met een voor het publiek toegankelijke officina en door de geneesheren die een vergunning hebben om een geneesmiddelendepot te houden.
06/09/1994 De Koning bepaalt het heffingspercentage, zonder dat dit evenwel meer dan 3 pct. kan bedragen. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden inzake de toepassing van deze bepaling waar het onder meer gaat om het tarief van de verstrekkingen waarop die heffing wordt verricht, alsmede de voorwaarden waaronder de door de tariferingsdiensten geheven bedragen aan het Instituut moeten worden gestort.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding en van de verwijlinterest.
06/09/1994 De toepassing van deze bepaling mag niet tot gevolg hebben dat het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden wordt verhoogd.
10/05/1997 De Koning bepaalt de datum waarop deze bepaling in werking treedt. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
10/05/1997 20° de opbrengst van de heffing die tussen 1 januari 1996 en 31 december 1997 wordt verricht op de brutowinst die de erkende groothandelverdelers van geneesmiddelen gerealiseerd hebben met de verkoop van de farmaceutische specialiteiten die op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen ingeschreven zijn.
06/09/1994 De Koning bepaalt het heffingspercentage zonder dat dit evenwel meer dan 3 pct. kan bedragen. Hij bepaalt de toepassingsvoorwaarden alsmede de modaliteiten volgens welke de ingehouden sommen worden gestort aan het Instituut.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlintrest verschuldigd, waarvan het bedrag en de voorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlintrest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding en van de verwijlinterest.
06/09/1994 De toepassing van deze bepaling mag in geen geval leiden tot een toename van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden.
10/05/1997 De Koning bepaalt de datum waarop deze bepaling in werking treedt. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
10/05/1997 21° de opbrengst van de gerechtelijke intresten van de verzekeringsinstelling;
01/05/2004
  -09/05/2014
22°. de bijdragen bedoeld in artikel 30, § 2, van de wet van 7 mei 2004 betreffende de experimenten op de menselijke persoon.
01/05/2004
  -09/05/2014
25 pct. van de bedragen afkomstig van deze bijdrage worden gestort op de orderrekening van de thesaurie zoals is bedoeld in artikel 30, § 2, laatste lid van de wet van 7 mei 2004 betreffende de experimenten op de menselijke persoon.
01/05/2004
  -09/05/2014
De overige 75 pct. zijn, krachtens de door de Koning vastgestelde modaliteiten, bestemd voor de financiering van de ethische comités voor de in dezelfde wet bedoelde opdrachten;
01/06/1998 23° opgeheven bij: Wet 15-1-99 - B.S. 26-1 ;
10/01/2000
  -31/12/2013
24° de vergoedingen door de verzekeringsinstellingen geïnd in uitvoering van artikel 4, vierde lid van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsel naar aanleiding van de vervanging of de vernieuwing van de sociale identiteitskaart;
10/01/2000
  -31/12/2013
25° de bedragen die worden gestort met toepassing van het koninklijk besluit van 31 januari 1997 tot uitvoering van de artikelen 4, vijfde lid, en 16 van het koninklijk besluit van 18 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een sociale identiteitskaart ten behoeve van alle sociaal verzekerden, met toepassing van de artikelen 38, 40, 41 en 49 van de wet van 26 juli 1996 houdende de modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, als bijdrage van de sociale-zekerheidsinstellingen in de financiering van de kaart, bedoeld in artikel 1, vijfde lid, van het voormelde koninklijk besluit van 31 januari 1997;
10/01/2000 26° de sommen ingevorderd door de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een terugvordering bedoeld in artikel 164;
01/05/2003 27° de opbrengst van een inhouding op de premies gestort in het raam van de verzekeringsovereenkomsten of in het kader van een systeem, georganiseerd door sportfederaties, dat de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid, de lichamelijke schade en/of de materiële schade tengevolge van een sportongeval beoogt.
01/05/2003 De Koning bepaalt het bedrag van de inhouding, zonder dat dit evenwel meer dan 10 pct. mag bedragen, alsmede de toepassingsmoldaliteiten van deze bepaling, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
01/05/2003
  -31/12/2007
De Koning bepaalt bovendien de nadere regels van berekening, inning en overdracht van deze inhouding, de verdeling ervan alsook het gedeelte dat bestemd is voor financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen van de zelfstandigen;
01/01/2002
  -31/12/2007
28° de opbrengst van de administratieve geldboetes door de Raad van de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen uitgesproken in toepassing van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, die het Instituut van de Controledienst ontvangt. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging van de regeling voor de zelfstandigen.
16/02/1999
  -31/12/2005
Als de aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, vermeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, voortvloeien uit verzekeringen die werden aangegaan bij een buitenlandse verzekeraar, bepaalt de Koning de modaliteiten voor de inning van deze inkomsten en eveneens, in dit kader, de opdracht van de vertegenwoordigers, beoogd in de artikelen 178 van het Wetboek van de met het zegel gelijkgestelde taksen en 224-2bis van de Algemene verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen.
10/01/2000 In afwijking van artikel 21bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, heeft het Instituut het recht om, in het kader van haar controleopdracht, op de inning van aanvullende bedragen of premies, ontvangsten en inhoudingen vermeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, informatie te krijgen van de Controledienst voor de verzekeringen.
10/01/2000 De aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, verschuldigd krachtens het eerste lid, 8°, 9° en 13°, kunnen worden geïnd door tussenkomst van de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
01/01/2005
  -31/12/2013
De Rijksdienst voor pensioenen betaalt van ambtswege de onverschuldigde inhoudingen terug aan de rechthebbende. De Koning bepaalt de modaliteiten van terugbetaling en de opdrachten van de Rijksdienst met betrekking tot deze inhouding.
01/01/2005
  -31/12/2013
De schuldvorderingen van het Instituut op de inhoudingen bedoeld in het eerste lid, 7°, verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de betaling van het pensioen of het aanvullend voordeel. De schuldvorderingen van Rijksdienst voor pensioenen op de, in toepassing van het vijfde lid, gestorte bedragen, verjaren na vijf jaar te rekenen vanaf de terugbetaling door de Rijksdienst.
01/01/2005 De schuldvorderingen van het Instituut op de aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, die verschuldigd zijn krachtens het eerste lid, 8°, 9° en 13°, verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die aanvullende bijdragen, ontvangsten en inhoudingen aan het Instituut zijn overgemaakt of door hem zijn vergoed.
01/01/2005
  -31/12/2013
De vorderingen tot terugvordering van onverschuldigde inhoudingen, bedoeld in het eerste lid, 7°, ingesteld door de gerechtigden tegen de Rijksdienst, en, tot terugvordering van onverschuldigde bijdragen en ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, ingesteld door de uitbetalingsinstellingen en tegen het Instituut, verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de inhouding, de aanvullende bijdrage of de ontvangst zijn overgemaakt aan het Instituut.
01/01/2005
  -31/12/2013
De verjaring van de vorderingen bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid, wordt onderbroken :
01/01/2005 op de wijze zoals voorzien in de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;
01/01/2005 met een aangetekende brief die door het Instituut aan de uitbetalingsinstelling is gericht of met een aangetekende brief die door de uitbetalingsinstelling aan het Instituut is gericht.


Art. 192.

FR   NL   [Affichage pour impression]