Publié le 31/01/1937
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 24 oktober 1936 houdende wijziging en samenordening van de statuten der Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden

Art. 102.


Art. 103.
01/01/2003 § 1. De verzekerde die een beroepsinkomen geniet voortvloeiend uit een vooraf toegelaten arbeid, onder de in § 2 bepaalde voorwaarden, kan respectievelijk slechts aanspraak maken, naargelang hij personen ten laste heeft of niet, op een bedrag gelijk aan het verschil tussen 150 of 125 pct. van de vergoeding wegens werkongeschiktheid, vastgesteld voor de verzekerde met personen ten laste, en het bedrag van het beroepsinkomen, in werkdagen gewaardeerd, zonder het dagbedrag van de vergoeding te mogen overschrijden dat hem zou toegekend worden indien er geen cumulaire was.
01/01/2003 Onder beroepsinkomen wordt verstaan elk inkomen dat een verzekerde zich door een beloonde of zelfstandige persoonlijke arbeid verschaft.
01/01/2003 § 2. Om de toelating te bekomen tot de uitoefening van een beroepsactiviteit tijdens de ongeschiktheid, moet de verzekerde vóór de hervatting van elke activiteit, hiertoe een aanvraag richten tot de geneeskundige instantie bevoegd om de werkongeschiktheid te beoordelen die de toelating kan verlenen voor zover zij verenigbaar is met de betrokken aandoening.
01/01/2003 Die toelating waarin de aard, het volume en de voorwaarden tot uitoefening van die activiteit nader zijn opgegeven, wordt in het geneeskundig en administratief dossier van de betrokkene geborgen. Aan de verzekerde wordt kennis gegeven van de toelating.

Art. 103bis.

FR   NL   [Affichage pour impression]