d'application ŕ partir du 08/04/2013
   

FR   NL  

Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 214.


TITEL XI.- OVERGANGSBEPALINGEN
Art. 215.
P 08/04/2013
  -09/05/2014
§ 1. In afwachting van de inzake de bescherming van de titel of de vereisten inzake vestiging in het beroep te treffen nodige wettelijke maatregelen, wordt bij de Dienst voor geneeskundige verzorging een erkenningsraad ingesteld voor ieder van de beroepen die in aanmerking kunnen komen om de in artikel 34, eerste lid, 4°, met uitsluiting van het verstrekken van hoortoestellen, 4° bisen 7° bis. opgesomde verstrekkingen te verlenen.
10/01/2000 § 2. De erkenningsraden, waarvan de zittingen besloten zijn, zijn belast met het opmaken van de lijst van de personen die ze erkennen volgens de criteria die inzake bevoegdheid en uitoefening van het beroep door de Koning zijn vastgesteld. Vanuit dat oogpunt kunnen ze te allen tijde de erkenning schorsen of intrekken van een erkende zorgverlener die een feit heeft gepleegd dat ze als een tekortkoming in de uitoefening van het beroep beschouwen. Ze kunnen de uitvoering van die sancties opschorten gedurende de door hen te bepalen termijn tussen zes maanden en drie jaar, op voorwaarde dat de betrokken zorgverlener niet al een eerste gelijkaardige sanctie opgelegd heeft gekregen. De raden kunnen, in geval van een lichte overtreding, de zorgverlener ervan verwittigen dat de door hem gepleegde feiten als een tekortkoming in de uitoefening van het beroep worden beschouwd, zonder te beslissen voor die feiten een sanctie, namelijk de schorsing of de intrekking van de erkenning, op te leggen. De raad kan in geval van uitstel van intrekking van de erkenning eveneens proefmaatregelen voorstellen, met name dat het technisch bevoegdheidsexamen opnieuw moet worden afgelegd in de gevallen waarin het afleggen van een dergelijk examen vereist is voor het verkrijgen van de erkenning. De bedoelde zorgverleners worden vooraf in hun verweermiddelen gehoord. Ze moeten niet worden gehoord als ze zich na een tweede oproeping niet aanmelden. De opgeroepen zorgverlener mag zich door een of meer raadslieden laten bijstaan.
10/01/2000 De Koning kan in die maatstaven wijzigingen aanbrengen:
10/01/2000 op grond van het voorstel dat door de bevoegde erkenningsraad op eigen initiatief is geformuleerd en dat aan de betrokken overeenkomstencommissie is voorgelegd; die commissie formuleert een advies, alvorens het samen met het voorstel aan het Verzekeringscomité te bezorgen;
10/01/2000 op grond van het voorstel dat de erkenningsraad op verzoek van de minister of de betrokken overeenkomstencommissie heeft geformuleerd. Die voorstellen worden bezorgd aan het Verzekeringscomité, dat daarover een advies uitbrengt;
10/01/2000 op grond van het voorstel dat door de overeenkomstencommissie of door de minister is uitgewerkt en dat in zijn oorspronkelijke of geamendeerde tekst behouden blijft nadat het voor advies is voorgelegd aan de betrokken erkenningsraad; dat advies wordt geacht te zijn gegeven wanneer het niet is geformuleerd binnen de termijn van drie maanden die ingaat op de dag van de aanvraag.
10/01/2000 De in 3° beoogde procedure kan worden gevolgd:
10/01/2000 a) wanneer de bevoegde erkenningsraad binnen de termijn van drie maanden vanaf de aanvraag niet ingaat op het in 2° beoogde verzoek om een voorstel;
10/01/2000 b) wanneer de bevoegde erkenningsraad een voorstel formuleert dat niet beantwoordt aan de doelstellingen vervat in de in 2° beoogde aanvraag; in dat geval moet de verwerping van het voorstel van de erkenningsraad met redenen worden omkleed.
06/09/1994 § 3. Samenstelling en werkingsregelen van de erkenningsraden worden door de Koning bepaald. Iedere raad wordt voorgezeten door een lid van het Verzekeringscomité gekozen uit de vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen; het wordt door de Koning aangewezen op de voordracht van het Verzekeringscomité.
06/09/1994
  -06/09/2017
§ 4. De Koning bepaalt de modaliteiten volgens welke de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft de lijst aanlegt van de geneesheren die erkend zijn om als specialist de in artikel 34 bedoelde verstrekkingen te verlenen.
06/09/1994 § 5. De Koning bepaalt de modaliteiten volgens welke de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft de lijst aanlegt van de apothekers en de licentiaten in de wetenschappen die erkend zijn om in artikel 34, 3°, bedoelde diagnoseverstrekkingen te verlenen.


Art. 216.

FR   NL   [Affichage pour impression]