Publié le 05/05/2014
   

FR   NL  

Wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg

Art. 4ter.


Art. 4quater.
? In afwijking van de artikelen 2 en 3 is het Beheerscomité van de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers samengesteld uit :
? een voorzitter;
? een gelijk aantal effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties. Vanaf 30 juni 2014, worden twee effectieve leden van de vertegenwoordiging van de representatieve werkgeversorganisaties vervangen door twee vertegenwoordigers van de representatieve middenstandsorganisaties met de hoedanigheid van effectieve leden;
? effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van andere bij het beheer van de instelling betrokken organisaties;
? effectieve en plaatsvervangende vertegenwoordigers van de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of het Waalse Gewest bij toepassing van artikel 138 van de Grondwet, de Duitstalige Gemeenschap en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.
? De Koning bepaalt het aantal effectieve en plaatsvervangende leden voor de in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde categorieën van vertegenwoordigers.
? De Koning benoemt de in het eerste lid, 2°, bedoelde effectieve en plaatsvervangende leden uit twee lijsten die worden voorgelegd door de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de K.M.O..
? De Koning duidt de in het eerste lid, 3°, bedoelde organisaties aan en benoemt de effectieve en plaatsvervangende leden uit twee lijsten die worden voorgelegd door die organisaties.
? De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, genomen in uitvoering van artikel 92ter van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, na akkoord van de gemeenschapsregeringen, het Waalse Gewest in geval van toepassing van artikel 138 van de Grondwet en van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie het aantal van de in het eerste lid, 4°, bedoelde effectieve en plaatsvervangende leden en de wijze van aanduiden ervan.
? De in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden zijn stemgerechtigd.
? De in het eerste lid, 4°, bedoelde effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden, hebben tot 30 juni 2014 een raadgevende stem. De effectieve leden en hun plaatsvervangers bij afwezigheid van de effectieve leden zijn vanaf 1 juli 2014 stemgerechtigd, behalve inzake het personeelsbeheer en het federaal statuut van dat personeel, waarvoor zij hun raadgevende stem behouden.

Art. 5.

FR   NL   [Affichage pour impression]