d'application à partir du 01/01/2005
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 15 september 1980 tot uitvoering van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 2.


Art. 3.
01/01/2002 § 1. Elk uitbetalingsorganisme dat pensioenen uitkeert doet van ambtswege de inhouding op het globaal bedrag van de door hem aan dezelfde persoon betaalde pensioenen en aanvullende voordelen voor zover dit bedrag de drempel overschrijdt.
01/01/2002 § 2. Elk uitbetalingsorganisme dat aanvullende voordelen toekent is verplicht de inhouding te doen op de door hem betaalde voordelen zonder dat met de drempel rekening wordt gehouden.
01/01/2005 § 3. Wanneer aan een zelfde persoon één of meer pensioenen worden toegekend waarop de inhouding van ambtswege niet overeenkomstig § 1 is verricht, maar waarvan het totaal bedrag, eventueel verhoogd met het bedrag van de aanvullende voordelen en van de pensioenen of voordelen, toegekend door buitenlandse of supranationale instellingen, hoger is dan de drempel, geeft de Rijksdienst de uitbetalingsorganismen die niet bedoeld zijn in § 6 de opdracht de inhouding te doen. Deze inhouding, waarvan het percentage lager is dan of gelijk aan 3,55 %, wordt verricht vanaf de betaling die volgt op de mededeling van de Rijksdienst.
01/01/2005 De Rijksdienst controleert of de in het eerste lid en de in artikel 3, § 6, eerste lid, bedoelde opdracht effectief wordt uitgevoerd door de uitbetalingsorganismen.
01/01/2005 § 4. Indien na inhouding het totaal bedrag van de pensioenen en de aanvullende voordelen dat aan dezelfde persoon is uitbetaald, lager is dan de drempel, betaalt de Rijksdienst de overschuldigde inhoudingen van ambtswege terug aan de betrokkene.
01/01/2002 In afwijking van § 2 kan het Rijksinstituut eveneens de organismen opdracht geven geen inhouding te verrichten op de taalde voordelen.
01/01/2005 § 5. De door het Rijksinstituut te innen of de door de Rijksdienst terug te betalen bijdragen worden berekend zonder dat rekening wordt gehouden met centgedeelten van minder dan 0,5 cent, centgedeelten van 0,5 cent of meer worden voor één cent gerekend.
01/01/2005 De afronding op één cent naar boven of naar onder geschiedt op elk te storten of te innen bedrag.
01/01/2005 § 6. In afwijking van de §§ 1 en 3 verichten de Administratie en de Rijksdienst, zodra zij weten dat het bedrag van de pensioenen en voordelen dat door verschillende uitbetalingsinstellingen aan een zelfde persoon is toegekend, hoger ligt dan de drempel, ambtshalve en voorlopig de inhouding die elk van hen berekent op de pensioenen en voordelen die zij uitbetalen.
01/01/2002 In afwijking van § 4 betalen het Ministerie van Financiën en de Rijksdienst voor Pensioenen de voormelde voorlopige inhoudingen ambtshalve terug, wanneer zij onrechtmatig zijn verricht.

Art. 3bis.

FR   NL   [Affichage pour impression]