d'application à partir du 01/01/2005
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 15 september 1980 tot uitvoering van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 7.


Art. 7bis.
01/01/2005 § 1. De Rijksdienst deelt aan de begunstigde per gewone brief het bedrag van de inhouding en de berekeningswijze ervan mee. Deze mededeling geldt als motivering en kennisgeving.
01/01/2005 Tegen de in het eerste lid bedoelde mededeling kan beroep worden ingeleid bij de bevoegde rechtsmacht binnen de drie maanden die volgen op de datum van de mededeling aan de begunstigde.
01/01/2005 § 2. Indien door het Rijksinstituut wordt vastgesteld dat bij de bepaling van de inhouding een materiële vergissing werd begaan, zet het ambtshalve de vergissing recht en deelt het aan de Rijksdienst en aan de andere uitbetalingsorganismen de elementen waarop de nieuwe berekening van de inhouding steunt mee.
01/01/2005 Indien de materiële vergissing door de Rijksdienst wordt vastgesteld, is het Rijksinstituut ervan op de hoogte gebracht en handelt het conform de bepalingen van het eerste lid.
01/01/2005 In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, brengt de Rijksdienst de begunstigde van de vergissing op de hoogte en betekent hij hem het juiste bedrag van de inhouding alsook haar berekeningswijze.
01/01/2005 Indien de vergissing aanleiding heeft gegeven tot :
01/01/2005 - ten onrechte verrichte inhoudingen, betaalt de Rijksdienst deze aan de begunstigde terug, zonder dat hierop verwijlinteresten verschuldigd zijn;
01/01/2005 - tot het verrichten van een onvoldoende inhouding, past de bevoegde uitbetalingsorganisme het bedrag van de inhouding aan vanaf de betaling die volgt op de datum waarop de in het derde lid bedoelde mededeling aan de begunstigde werd betekend.
01/01/2005 Het Rijksinstituut controleert de tenuitvoerlegging van dit artikel door de uitbetalingsorganismen.

Art. 8.

FR   NL   [Affichage pour impression]