Publié le 05/05/2014
   

FR   NL  

Wet van 25 april 1963 betreffende het beheer van de instellingen van openbaar nut voor sociale zekerheid en sociale voorzorg

Art. 20.


Art. 21.
01/01/2005 Wanneer het comité in gebreke blijft om een maatregel te treffen of een handeling te verrichten die door de wet of de verordeningen is voorgeschreven, kan de Minister van wie het lichaam afhangt zich in zijn plaats stellen na het verzocht te hebben de maatregelen te nemen of noodzakelijke handelingen te verrichten binnen een door hem gestelde tijd, die niet minder dan acht dagen mag bedragen.
01/01/2005 Dit geldt met name wanneer de maatregel niet kan worden genomen of de handeling niet kan worden verricht omdat de voorzitter vaststelt dat gedurende twee vergaderingen over hetzelfde punt bij de stemming geen meerderheid is bereikt.
01/01/2005 De Minister kan de bevoegdheden van het beheerscomité uitoefenen wanneer, en voor de tijd, dat dit in de onmogelijkheid verkeert tot handelen:
? door het feit dat de organisaties van werkgevers, van werknemers die bedoeld zijn in artikel 4 en artikel 4quater, of, wanneer het om stemgerechtigde leden gaat, die bedoeld zijn in artikel 4bis, eerste lid, 2° en 3°, regelmatig uitgenodigd om hun kandidatenlijsten voor de samenstelling van het beheerscomité voor te dragen, of, voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, doordat de in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde overheden hun vertegenwoordigers niet aanwijzen binnen de gestelde termijn hoewel ze daartoe regelmatig zijn uitgenodigd, verwaarlozen het te doen binnen de gestelde tijden;
01/01/2005 wanneer, niettegenstaande regelmatige samenroeping, het beheerscomité in de onmogelijkheid is te handelen:
? a) door de herhaalde afwezigheid van de meerderheid hetzij van de leden die de werkgevers, hetzij de leden die werknemers die bedoeld zijn in artikel 4 en artikel 4quater, of, wanneer het om stemgerechtigde leden gaat, die bedoeld zijn in artikel 4bis, eerste lid, 2° en 3°, regelmatig uitgenodigd om hun kandidatenlijsten voor de samenstelling van het beheerscomité voor te dragen, of, voor de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers, doordat de in artikel 4quater, eerste lid, 4°, bedoelde overheden hun vertegenwoordigers niet aanwijzen binnen de gestelde termijn hoewel ze daartoe regelmatig zijn uitgenodigd;
01/01/2005 b) door de herhaalde afwezigheid van de leden die het bij artikel 4bis, eerste lid, 3°, bedoelde Nationaal intermutualistisch college vertegenwoordigen, voor de materies die hen rechtstreeks of onrechtstreeks aanbelangen.
? De Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers ressorteert onder de federale minister belast met Sociale Zaken.

Art. 22.

FR   NL   [Affichage pour impression]