Publié le 17/06/2019
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 11 juni 2019 tot vaststelling van de verdelingswijze van de administratiekosten onder de landsbonden

Art. 2.


Art. 3.
01/07/2019 § 1. Van het bedrag van de administratiekosten van de vijf landsbonden bedoeld in artikel 195, § 1, 2°, achtste lid, van de gecoördineerde wet, wordt echter een bedrag van 25 000 000 EUR over deze vijf landsbonden verdeeld naar rato van een aantal bijzondere opdrachten te verrichten bij de gerechtigden op prestaties van de uitkeringsverzekering bepaald overeenkomstig § 2.
01/07/2019 § 2. Het bedrag bedoeld in § 1 wordt verdeeld als volgt:
01/07/2019 25 pct. ervan wordt verdeeld naar rato van het aantal opgestarte re-integratietrajecten;
01/07/2019 50 pct. ervan wordt verdeeld naar rato van het aantal met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen;
01/07/2019 25 pct. ervan wordt verdeeld naar rato van het aantal verrichte klinische onderzoeken.
01/07/2019 Voor elk van de in het vorige lid vermelde bijzondere opdrachten, verricht bij de gerechtigden op prestaties van de uitkeringsverzekering, wordt het gemiddelde aantal voor het tweede en derde jaar die het betrokken dienstjaar voorafgaan, in aanmerking genomen.
01/07/2019 Het overeenkomstig het vorige lid voor elke bijzondere opdracht in aanmerking genomen aantal wordt vermenigvuldigd met:
01/07/2019 0,09000 voor, al naargelang van het geval, de eerste schijf van 800 opgestarte re-integratietrajecten, de eerste schijf van 8000 met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen en de eerste schijf van 50 000 verrichte klinische onderzoeken;
01/07/2019 0,0890 voor, al naargelang van het geval, de tweede schijf van 800 opgestarte re-integratietrajecten, de tweede schijf van 8000 met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen en de tweede schijf van 50 000 verrichte klinische onderzoeken;
01/07/2019 0,0880 voor, al naargelang van het geval, de derde schijf van 800 opgestarte re-integratietrajecten, de derde schijf van 8000 met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen en de derde schijf van 50 000 verrichte klinische onderzoeken;
01/07/2019 0,0870 voor, al naargelang van het geval, de vierde schijf van 800 opgestarte re-integratietrajecten, de vierde schijf van 8000 met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen en de vierde schijf van 50 000 verrichte klinische onderzoeken;
01/07/2019 0,0860 voor, al naargelang van het geval, de vijfde schijf van 800 opgestarte re-integratietrajecten, de vijfde schijf van 8000 met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen en de vijfde schijf van 50 000 verrichte klinische onderzoeken;
01/07/2019 0,0850 voor, al naargelang van het geval, het aantal opgestarte re-integratietrajecten boven 4000, het aantal met de toelating van de adviserend arts aangevatte werkhervattingen boven 40 000 en het aantal verrichte klinische onderzoeken boven 250 000.

Art. 4.

FR   NL   [Affichage pour impression]