Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 23.


(En vigueur le: 01/12/1997 - )

est cité par:

Art. 27.

§ 1. [Voor de uitzendkracht en de seizoenarbeider die voldoen aan de bij artikel 23, eerste lid, bepaalde voorwaarden, wordt het gemiddeld dagloon verkregen door het uurloon te vermenigvuldigen met een breuk waarvan de teller overeenstemt met het gemiddeld aantal arbeidsuren per week van de referentiepersoon en waarvan de noemer gelijk is aan zes.
(En vigueur le: 01/01/2012 - )


Art. 28.

Voor de gerechtigde die is tewerkgesteld krachtens een arbeidsovereenkomst voor uitvoering van tijdelijke arbeid, wordt het gederfde loon berekend overeenkomstig artikel 23, of artikel 27, indien hij is tewerkgesteld als uitzendkracht.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 30

Voor de gerechtigde die zich, bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet in de voorwaarden voorzien bij de artikelen 23 tot 30, § 1, § 2 of § 2/1, eerste lid bevindt, is het gederfde loon gelijk aan het minimumloon dat op de aanvangsdatum van de arbeidsongeschiktheid door het aanvullend nationaal paritair comité voor bedienden is vastgesteld voor een bediende van categorie I met 9 jaren beroepservaring.]
(En vigueur le: 01/03/2013 - )


c) Voor de gerechtigde die bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid niet aan de in de artikelen 23 tot 27 gestelde voorwaarden voldoet om een andere reden dan werkloosheid, en die aan het einde van zijn laatste tijdvak van tewerkstelling deeltijds was tewerkgesteld, wordt het [in § 2/1, tweede lid] bedoelde gederfde loon vermenigvuldigd met een breuk met als teller het gemiddeld aantal arbeidsuren per week, zoals vastgesteld in de schriftelijke arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement, en met als noemer het gemiddeld wekelijks aantal arbeidsuren van een werknemer die in dezelfde onderneming of bij ontstentenis in dezelfde bedrijfstak in een gelijkaardige functie voltijds tewerkgesteld is.
(En vigueur le: 01/03/2013 - )


Art. 31.

[Voor de in artikel 30 bedoelde gerechtigden, wier arbeidsongeschiktheid aanvangt uiterlijk de dertigste dag na het einde van een toestand als bedoeld in de artikelen 23 tot 27 en 34, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen bij het einde van die toestand, volgens het gemiddeld dagloon waarop hij op deze datum aanspraak kon maken.
(En vigueur le: 30/12/2016 - )


Het loon voor overwerk zoals omschreven in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt in aanmerking genomen op voorwaarde dat het minstens 10 pct. van het totale loon vertegenwoordigt dat zou in aanmerking kunnen worden genomen om de uitkeringen te berekenen gedurende de referteperiode die eindigt op de laatste dag van de situatie bedoeld in de artikelen 23 tot 27 of de laatste dag van de arbeidsovereenkomst in de situatie bedoeld in artikel 34, en die aanvat ten vroegste bij de aanvang van hetzelfde kalenderkwartaal of later, bij het begin van de laatste stabiele tewerkstelling als zij is aangevat na het begin van hetzelfde kalenderkwartaal.]
(En vigueur le: 30/12/2016 - )


Art. 33.

§ 1. [Wanneer de gerechtigde zich bevindt in de situatie bedoeld in artikel 32, eerste lid, 4° van de gecoördineerde wet en bij de aanvang van haar rust de bij één van de artikelen 23 tot 27 gestelde voorwaarden vervulde, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen op de eerste dag van de arbeidsonderbreking, volgens het gemiddeld dagloon waarop zij op deze dag aanspraak kon maken.]
(En vigueur le: 30/12/2016 - )


Art. 34

§ 2. Voor de gerechtigde die bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid een vergoeding wegens verbreking van de arbeidsovereenkomst of een ontslagcompensatievergoeding bedoeld in artikel 7, § 1, derde lid, zf), van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders geniet en tevens hetzij verbonden is door een arbeids- of een leerovereenkomst, hetzij onder gelijkaardige voorwaarden arbeidt, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend op grond van het in één van de artikelen 23 tot 27 bedoelde loon met betrekking tot die laatste tewerkstelling.
(En vigueur le: 30/12/2016 - )


Art. 35.

Voor de gerechtigde die bij de aanvang van zijn arbeidsongeschiktheid in gedeeltelijke beroepsloopbaanonderbreking is en een onderbrekingsuitkering ontvangt, wordt de uitkering berekend op basis van het deeltijds gederfd loon bepaald overeenkomstig artikel 23.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 36.

Gedurende de periode echter waarin de voornoemde gerechtigde zijn recht op werkloosheidsuitkeringen behoudt krachtens artikel 10, derde lid van het voormelde koninklijk besluit van 30 juli 1994 zonder dat hij het gewaarborgd loon geniet als bedoeld in artikel 52, § 1 of § 2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering berekend op basis van het halftijds gederfde loon bepaald overeenkomstig artikel 23.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 38.

Wanneer de gerechtigde naast een hoofdactiviteit één of meer nevenactiviteiten heeft, is het gederfde loon gelijk aan de som van de gederfde lonen berekend op grond van de artikelen 23 tot 27.
(En vigueur le: 01/12/1997 - )


Art. 39.

Voor de gerechtigde die in toepassing van artikel 48 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, werkloosheidsuitkeringen geniet en tevens een nevenactiviteit heeft, is het gederfde loon gelijk aan de som van het gederfde loon berekend op grond van artikel 30 en het gederfde loon berekend op grond van één van de artikelen 23 tot 27.
(En vigueur le: 01/01/2006 - )


Art. 40.

Is het in het artikel 23 bedoelde loon hoger dan het hiervoren bedoelde loon, dan dient evenwel dat loon in aanmerking te worden genomen.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 42.

§ 1. Onverminderd de toepassing van de aligneringsmaatregel, bedoeld in artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de deeltijds werknemer met behoud van rechten die aanspraak heeft op een inkomensgarantieuitkering overeenkomstig de bepalingen van artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van, enerzijds, het product van de vermenigvuldiging van het in artikel 30 bedoelde gederfde loon met een breuk met als teller het brutobedrag van de tijdens de refertemaand toegekende inkomensgarantieuitkering en als noemer het bedrag van de referteuitkering, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75bis, eerste lid en 75quater van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de teopassingsregelen van de werkloosheidsregelementering en, anderzijds, het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Voor de periode bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, of 3° van de gecoördineerde wet, wordt het gederfde loon vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, waarbij echter geen rekening gehouden wordt met het gederfde loon dat in artikel 23 of 26 is bedoeld.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


§ 2. Heeft de deeltijds werknemer met behoud van rechten geen inkomensgarantieuitkering, als bedoeld in artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, aangevraagd of heeft hij geen recht op voormelde uitkering, dan is het gederfde loon gelijk aan het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 42bis

[Onverminderd de toepassing van de aligneringsmaatregel bedoeld in artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de vrijwillig deeltijds werknemer die het werk hervat en wiens halve werkloosheidsuitkeringen worden verminderd overeenkomstig de bepalingen van artikel 104, § 1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van enerzijds het in artikel 30, § 3, a) bedoelde gederfde loon en anderzijds het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.]
(En vigueur le: 15/11/2014 - )


Art. 42ter

[Onverminderd de toepassing van artikel 211, § 2, van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon voor de vrijwillig deeltijds werknemer die aanspraak heeft op een inkomensgarantie-uitkering overeenkomstig de bepalingen van artikel 104, § 1bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991, gelijk aan de som van, enerzijds, het product van de vermenigvuldiging van het in artikel 30, § 3, a) bedoelde gederfde loon met een breuk met als teller het brutobedrag van de tijdens de refertemaand toegekende inkomensgarantie-uitkering en als noemer het bedrag van de referte-uitkering, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 75bis, eerste en derde lid, en 75quater van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering en, anderzijds, het gederfde loon bedoeld in artikel 23 of, als het om een tijdelijke leerkracht gaat, in artikel 26.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )


Gedurende de periode bedoeld in artikel 103, § 1, 1°, of 3° van de gecoördineerde wet, wordt het gederfde loon vastgesteld overeenkomstig het eerste lid, waarbij echter geen rekening gehouden wordt met het gederfde loon dat in artikel 23 of 26 is bedoeld.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )


Art. 45.

§ 1. Het gederfde loon dat in aanmerking genomen moet worden voor het berekenen van de moederschapsuitkering, bedoeld in artikel 113, eerste lid van de gecoördineerde wet, wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 23 tot 44. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid [en artikel 42ter, tweede lid] zijn echter niet van toepassing voor het berekenen van de moederschapsuitkering tijdens het tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )


§ 4. Als een tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 of 114bis van de gecoördineerde wet onmiddellijk volgt op een tijdvak van arbeidsongeschiktheid, moet als gederfd loon voor het berekenen van de moederschapsuitkering het gederfde loon in aanmerking genomen worden dat overeenkomstig de artikelen 23 tot 44 is bepaald op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid [en artikel 42ter, tweede lid] zijn echter niet van toepassing voor de berekening van de moederschapsuitkering tijdens het tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet.
(En vigueur le: 01/07/2013 - )


Art. 52bis.

[Het gederfde loon dat in aanmerking genomen moet worden voor de berekening van de uitkering toegekend tijdens het omgezet moederschapsverlof, bedoeld in de artikelen 221 en 222 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, wordt bepaald overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 23 tot 44. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid en artikel 42ter, tweede lid, zijn echter niet van toepassing voor de berekening van de uitkering tijdens het omgezet moederschapsverlof bedoeld in artikel 221 van het koninklijk besluit van 3 juli 1996.
(En vigueur le: 28/07/2014 - )


Art. 52quinquies.

§ 1. Het gederfde loon, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering voor de [...] dagen vaderschapsverlof of geboorteverlof, bedoeld in artikel 223bis van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28 dat zou zijn toegekend voor die dagen, indien de werknemer zich niet in een tijdvak van vaderschapsverlof of geboorteverlof had bevonden.]
(En vigueur le: 01/01/2021 - )


§ 2. Het gederfde loon, dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering toe te kennen voor de werkdagen van de periode van adoptieverlof, bedoeld in artikel 223ter van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28.
(En vigueur le: 25/07/2004 - )


§ 3. [Het gederfde loon dat in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de uitkering toe te kennen voor de werkdagen van de periode van pleegouderverlof, bedoeld in artikel 223quinquies van het koninklijk besluit van 3 juli 1996, is het gederfde loon dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 23 tot 28.]
(En vigueur le: 01/01/2019 - )