Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994

Art. 114.

De voorbevallingsrust neemt een aanvang, op vraag van de gerechtigde, ten vroegste vanaf de zevende week voor de vermoedelijke bevallingsdatum. De gerechtigde geeft daartoe aan haar verzekeringsinstelling een geneeskundig getuigschrift af, waarbij wordt verklaard dat ze normaal zal bevallen aan het einde van de gevraagde bevallingsrust. Ingeval de bevalling plaatsheeft na de datum die door de geneesheer is voorzien, wordt de voorbevallingsrust verlengd tot aan de werkelijke datum van de bevalling.
(En vigueur le: 06/09/1994 - 15/02/1999)

est citÚ par:

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994.

Art. 220.

Voor het verlengen van de nabevallingsrust met toepassing van artikel 114, tweede lid, van de geco÷rdineerde wet, worden gelijkgesteld met een periode tijdens welke de gerechtigde is blijven doorwerken:
(En vigueur le: 10/08/1996 - 31/12/2002)


Art. 221.

ž 1. In geval van overlijden van de moeder, kan de vader van het kind, overeenkomstig artikel 114, vierde lid, van de geco÷rdineerde wet, aanspraak maken op vaderschapsverlof, waarvan de duur het deel van de nabevallingsrust bedoeld in artikel 114, tweede lid, van de geco÷rdineerde wet, nog niet opgenomen door de moeder bij haar overlijden, niet mag overschrijden.
(En vigueur le: 10/08/1996 - 30/06/2004)


Art. 246.

Onder gecontroleerde werkloosheid, bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3░, van de geco÷rdineerde wet, wordt eveneens verstaan, de periode gedurende welke de in artikel 32, eerste lid, 1░, van die geco÷rdineerde wet bedoelde werknemer zijn beroepsloopbaan heeft onderbroken in toepassing van artikel 100 van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, en een onderbrekingsuitkering geniet waarvoor hem een bewijs van rechthebbende op een onderbrekingsuitkering wordt uitgereikt als bedoeld in artikel 281, ž 3; voor de werknemer die voor de onderbreking van zijn beroepsloopbaan niet beschouwd werd als een in artikel 86, ž 1, van de geco÷rdineerde wet bedoelde uitkeringsgerechtigde, blijft de werkingssfeer van deze bepaling evenwel beperkt tot de sector van de geneeskundige verzorging. Die gelijkstelling wordt bovendien niet in aanmerking genomen voor het verlengen van de nabevallingsrust met toepassing van artikel 114, tweede lid, van de geco÷rdineerde wet.
(En vigueur le: 10/08/1996 - 31/12/2002)