Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 60.

§ 2. De tegemoetkoming in de verstrekkingen inzake klinische biologie, verleend aan niet in een ziekenhuis opgenomen rechthebbenden, zoals die verstrekkingen door de Koning zijn omschreven, wordt vastgesteld op grond van forfaitaire honoraria.
(En vigueur le: 06/09/1994 - )

est cité par:

Art. 56quinquies

Tijdens de opvang in een functie eerste opvang van spoedgevallen of in een functie gespecialiseerde spoedgevallenzorg kunnen de krachtens artikel 60, § 2, voorziene forfaitaire tegemoetkomingen alsook de krachtens deze wet voorziene consultancehonoraria en de forfaitaire honoraria per voorschrift en per dag van de [arts-specialist] voor röntgendiagnose (geaccrediteerd of niet geaccrediteerd), niet worden gecumuleerd door eenzelfde ziekenhuis, voor eenzelfde dag en eenzelfde patiënt met de in het eerste lid bedoelde forfaitaire tegemoetkomingen, ongeacht of deze al dan niet werden verminderd met toepassing van hetzelfde lid.
(En vigueur le: 07/09/2017 - )


Art. 69.

§ 2. De toepassing van de bepaling van artikel 60, § 2, kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, door de Koning worden verruimd tot alle in artikel 34 bedoelde verstrekkingen.
(En vigueur le: 06/09/1994 - )


Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 155.

Behalve de verstrekkingen die als uitzondering worden vermeld in het koninklijk besluit van 31 januari 1977 tot bepaling van de verstrekkingen van klinische biologie bedoeld in artikel 63 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, wanneer die verstrekkingen worden uitgevoerd in een laboratorium dat niet is erkend krachtens het koninklijk besluit van 29 mei 1989 betreffende erkenning van laboratoria inzake klinische biologie door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, worden de verstrekkingen inzake klinische biologie, bedoeld in de artikelen 3, § 1, A, II, B en C, I, 18, § 2, B, e) en 24, § 1, van de bijlage bij het koninklijk besluit van 14 september 1984 tot vaststelling van de nomenclatuur van de geneeskundige verstrekkingen inzake verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, voor 75 pct. vergoed op basis van forfaitaire honoraria, vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 60, § 2, van de gecoördineerde wet. De forfaitaire honoraria komen in de plaats van 75 pct. van de honoraria zoals die voor de betreffende verstrekkingen zijn vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 50 van de gecoördineerde wet.
(En vigueur le: 01/05/2000 - )