Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 87.

Voor de in artikel 86, § 1, 1°, c), bedoelde gerechtigden, alsmede voor de gerechtigden die voormelde hoedanigheid behouden krachtens artikel 131, [wordt het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering, gedurende een door de Koning te bepalen tijdvak, gealigneerd op het bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop zij aanspraak zouden maken indien ze zich niet in staat van arbeidsongeschiktheid bevonden, behalve als het bedrag van de werkloosheidsuitkering hoger is dan het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering]; deze bepaling is niet van toepassing op de tijdelijke werklozen en de werklozen die door de Koning met een tijdelijke werkloze worden gelijkgesteld. De Koning kan de toepassing van deze maatregel uitbreiden tot de voormelde gerechtigden die de hoedanigheid van gerechtigde, bedoeld in artikel 86, § 1, 1°, a), verworven hebben sedert minder dan één maand bij de aanvang van hun arbeidsongeschiktheid.
(En vigueur le: 01/01/2015 - )

est cité par:

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 208.

Voor de toepassing van het bepaalde in artikel 87, vierde lid, van de gecoördineerde wet loopt het recht op de primaire ongeschiktheidsuitkering af op het einde van de kalendermaand vóór die waarin de zesde maand arbeidsongeschiktheid eindigt indien deze uiterlijk de 15e van de maand afloopt en op het einde van de maand waarin de eerste zes maanden arbeidsongeschiktheid eindigen indien deze na de 15e van de maand aflopen.
(En vigueur le: 10/08/1996 - )