Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994

Art. 87.


(En vigueur le: 06/09/1994 - )

est citÚ par:

Art. 93.

Die hoegrootheid is ten minste 60 pct. van het in artikel 87, eerste lid, omschreven loon voor de gerechtigden met personen ten laste en ten minste 40 pct. van hetzelfde loon voor de gerechtigden die geen personen ten laste hebben.
(En vigueur le: 06/09/1994 - )


Art. 96.

Voor elke werkdag of hiermee gelijkgestelde dag van het tijdvak van primaire arbeidsongeschiktheid bedoeld in artikel 87 ontvangt de leerling die bij de aanvang van de arbeidsongeschiktheid verbonden is door een leerovereenkomst bedoeld in de wet van 19 juli 1983 op het leerlingenwezen voor beroepen uitgeoefend door arbeiders in loondienst, een primaire ongeschiktheidsuitkering die gelijk is aan het bedrag van de overbruggingsvergoeding, die hem met toepassing van de reglementering betreffende de werkloosheidsuitkeringen zou zijn toegekend indien hij niet arbeidsongeschikt zou zijn geweest. Niettemin kan de gerechtigde aanspraak maken op het minimumbedrag zoals bepaald in artikel 87, zevende lid, onder toepassing van de in deze bepaling omschreven voorwaarden.
(En vigueur le: 01/01/2003 - 31/12/2011)


Art. 97.

Indien, om een andere reden dan de koppeling aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen, de loongrens wordt verhoogd tot beloop waarvan de bijdragen bestemd voor de verplichte uitkeringsverzekering, berekend worden krachtens de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, kan de Koning, onder de voorwaarden die Hij bepaalt, voorzien in regelen tot aanpassing van de uitkering wegens arbeidsongeschiktheid ten behoeve van de personen, aan wie een hogere uitkering zou toegekend zijn, indien de bovenbedoelde verhoging van de loongrens van toepassing had kunnen zijn op de referteperiode vermeld in artikel 87.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 113.

Het gederfde loon wordt vastgesteld overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip "gemiddeld dagloon" wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, en krachtens de nadere berekeningsregels zoals bepaald door de in artikel 80, 5░ bedoelde verordening. Het maximumbedrag tot beloop waarvan dat loon in aanmerking genomen wordt, is het bedrag dat is vastgesteld krachtens artikel 87, eerste lid.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 116bis.

Het gederfd loon dat in aanmerking wordt genomen voor de berekening van deze uitkering, wordt vastgesteld door de Koning; dit loon wordt evenwel niet beperkt tot het bedrag vastgesteld krachtens artikel 87, eerste lid.
(En vigueur le: 01/07/2002 - )


Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994.

Art. 210.

De mijnwerker die bij afloop van het in artikel 208 bepaalde tijdvak recht heeft op een invaliditeitspensioen krachtens de wetgeving op de rustpensioenregeling voor mijnwerkers, heeft, totdat het in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet bepaalde ÚÚnjarige tijdvak afloopt, aanspraak op het verschil tussen het bedrag van de primaire ongeschiktheidsuitkering en het bedrag van het in werkdagen gewaardeerde invaliditeitspensioen dat hem als mijnwerker wordt toegekend.
(En vigueur le: 10/08/1996 - )


Art. 211.

ž 1. De hoegrootheid van de primaire ongeschiktheidsuitkering gedurende de eerste dertig dagen van arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld op 60 pct. van het gederfde loon bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet. Vanaf de eenendertigste dag van de ongeschiktheid blijft die hoegrootheid bepaald op 60 pct. van hetzelfde loon voor de werknemers met persoon ten laste, bedoeld in artikel 225, ž 1, 1░ tot 5░, evenals voor de werknemers zonder persoon ten laste aan wie een hogere uitkering kan worden toegekend wegens verlies van enig inkomen overeenkomstig artikel 226. Die hoegrootheid wordt vanaf de eenendertigste dag van de ongeschiktheid verminderd tot 55 pct. van hetzelfde loon voor de gerechtigden zonder persoon ten laste die niet voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 226.
(En vigueur le: 01/01/2000 - 31/12/2008)


Art. 212.

Het maximumbedrag van het loon bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet wordt vastgesteld op 93,5067 EUR.
(En vigueur le: 01/01/2002 - )


Art. 213.

De hoegrootheid van de invaliditeitsuitkering wordt vastgesteld op 65 pct. van het in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet bedoelde gederfde loon. Voor de gerechtigden, wier arbeidsongeschiktheid is ingegaan vˇˇr 1 januari 1975, wordt dit loon verhoogd met een bedrag van 29,42 frank, gekoppeld aan het indexcijfer 114,20. Voor de gerechtigde wier arbeidsongeschiktheid van 1 januari 1975 af en uiterlijk op 31 december 1976 is ingegaan, wordt dit loon verhoogd met een bedrag van 15,13 frank gekoppeld aan het indexcijfer 114,20.
(En vigueur le: 10/08/1996 - )


Voor de gerechtigde wiens arbeidsongeschiktheid vˇˇr 1 oktober 1974 is aangevangen, wordt het maximumbedrag van de invaliditeitsuitkering vanaf 1 juli 1984 vastgesteld op 38,3895 EUR voor de gerechtigde die beschouwd wordt als werknemer met persoon ten laste en op 25,6917 EUR voor de gerechtigde die niet beschouwd wordt als werknemer met persoon ten laste. Voor de gerechtigden wier arbeidsongeschiktheid ten vroegste op 1 januari 1974 en ten laatste op 30 september 1974 is aangevangen en wier ongeschiktheid op 1 juli 1984 nog altijd voortduurt, is het bedrag van het gederfde loon dat in aanmerking dient te worden genomen voor de berekening van de vanaf laatstgenoemde datum te verlenen uitkering gelijk aan het bedrag van het werkelijk loon zoals bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet, zij het beperkt tot het maximumbedrag waarop de bijdragen voor de uitkeringsverzekering werden geheven. Dat maximumbedrag wordt met 10,24 pct. verhoogd vooraleer het eerste lid wordt toegepast.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 215.

Voor de gerechtigden die tussen 2 april 1964 en 30 juni 1970 arbeidsongeschikt werden en wier arbeidsongeschiktheid op 1 juli 1971 voortduurt, is het bedrag van het gederfde loon dat in aanmerking dient te worden genomen voor de berekening van de uitkering te verlenen van deze laatste datum af, gelijk aan het bedrag van het werkelijke loon zoals bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet, evenwel beperkt tot het maximumbedrag op hetwelk de bijdragen voor de verzekering voor geneeskundige verzorging werden ingehouden en zonder dat het maandbedrag van het loon 14.300 frank mag overschrijden tijdens het eerste kwartaal 1970 en 14.575 frank tijdens het tweede kwartaal 1970.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Art. 215bis.

ž 2. De invalide gerechtigden bedoeld in de artikelen 226 en 226bis, die eveneens voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 225, ž 1, 6░, kunnen aanspraak maken op de uitkering van 50 pct. bedoeld in artikel 213, tweede lid, verhoogd met een forfaitaire tegemoetkoming voor hulp van derden waarvan het dagbedrag 10,4466 EUR bedraagt, indien het verschil tussen het bedrag van de uitkering ten belope van 65 pct. van het in artikel 87, eerste lid van de geco÷rdineerde wet bedoelde gederfd loon, en het bedrag van de uitkering ten belope van 50 pct. van voormeld gederfd loon, lager is dan 10,4466 EUR.
(En vigueur le: 01/01/2006 - 31/12/2006)


Art. 222.

ž 3. De vader heeft over elke werkdag van het tijdvak van vaderschapsverlof en over iedere dag van datzelfde tijdvak die krachtens een verordening van het BeheerscomitÚ van de Dienst voor uitkeringen met een werkdag wordt gelijkgesteld, aanspraak op een uitkering waarvan de hoegrootheid wordt vastgesteld op 60 pct. van het gederfde loon bedoeld in artikel 87, eerste lid, van de geco÷rdineerde wet.
(En vigueur le: 10/08/1996 - 27/07/2014)


Art. 223bis.

De in het vorige lid bedoelde uitkering wordt toegekend voor de dagen van vaderschapsverlof die samenvallen met dagen tijdens dewelke de werknemer normaal gewerkt zou hebben, volgens zijn arbeidsregeling. Het uitkeringspercentage wordt vastgesteld op 82 pct. van het gederfde loon, bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip "gemiddeld dagloon" wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, en op basis van de modaliteiten vastgelegd door het reglement bedoeld in artikel 80, 5░, van de geco÷rdineerde wet. Het maximumbedrag ten belope waarvan dit loon in aanmerking wordt genomen, is het bedrag vastgesteld krachtens artikel 87, eerste lid van de geco÷rdineerde wet.
(En vigueur le: 01/01/2003 - 05/07/2015)


Art. 223ter.

Het uitkeringspercentage wordt vastgesteld op 82 pct. van het gederfde loon, bepaald overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 waarin, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, het uniform begrip "gemiddeld dagloon" wordt vastgesteld en sommige wettelijke bepalingen in overeenstemming worden gebracht, en op basis van de modaliteiten vastgelegd door het reglement bedoeld in artikel 80, 5░, van de geco÷rdineerde wet. Het maximumbedrag ten belope waarvan dit loon in aanmerking wordt genomen, is het bedrag vastgesteld krachtens artikel 87, eerste lid van de geco÷rdineerde wet.
(En vigueur le: 25/07/2004 - 31/12/2018)


Art. 224.

4░ de gerechtigden moeten over het totale aantal werkdagen van het onder 2░ bedoelde refertetijdvak doen blijken van een gemiddeld dagloon van ten minste 21,42 EUR als zij 21 jaar of ouder zijn, van ten minste 16,06 EUR als zij 18 tot 20 jaar zijn en van ten minste 10,71 EUR als zij jonger dan 18 jaar zijn. Daartoe wordt voor de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen een fictief loon toegepast, gelijk aan het gederfde loon, zoals dit is bepaald in artikel 87 van de geco÷rdineerde wet, dat als basis heeft gediend voor de berekening van de uitkering.
(En vigueur le: 01/01/2003 - )


Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, ž 1, 5░ van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994

Art. 2.

De gerechtigde die hervalt in de zin van de artikelen 87 en 93 van de geco÷rdineerde wet moet van zijn arbeidsongeschiktheid aangifte doen binnen de termijn voorzien in het tweede lid.
(En vigueur le: 01/12/1997 - )