Publié le 19/06/2020
   

FR   NL  

Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 190bis.


TITEL IX.- FINANCIERING

HOOFDSTUK I.- VERZEKERINGSINKOMSTEN EN HUN VERDELING

Afdeling I.- Verzekeringsinkomsten
Art. 191.
06/09/1994 De verzekeringsinkomsten bestaan uit:
30/04/2007 een aandeel in de geldmiddelen van het globaal beheer bepaald overeenkomstig artikel 24, § 1, 1bis, 1ter en 1quater van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers;
30/04/2007 1°bis een aandeel in de jaarlijkse verdeling van de inkomsten, bedoeld in artikelen 6 en 7 van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
01/05/2017 de persoonlijke bijdragen, gestort door de gerechtigden bij toepassing van onder meer de artikelen 116/1, § 1, 116/2, 2°, 116/3, tweede lid, 121, § 2, 123, eerste lid, 125, 128, § 1, 2°, 129, 2°, 130, tweede lid en 135;
01/01/2017 Opgeheven door: Wet 18-4-17 - B.S. 28-4 - ed. 2 - art. 42
01/01/2017 Opgeheven bij: Wet 18-4-17 - B.S. 28-4 - ed. 2 - art. 42
01/01/2017 Opgeheven bij: Wet 18-4-17 - B.S. 28-4 - ed. 2 - art. 42
01/01/2017 5°bis. Opgeheven door: Wet 18-4-17 - B.S. 28-4 - ed. 2 - art. 42
09/01/2006 5°ter. het bedrag vastgesteld in toepassing van artikel 59, tweede lid, 8°, van de wet van 2 januari 2001 houdende sociale en budgettaire bepalingen wordt vanaf 2006 aangewend voor de financiering van de fondsen bedoeld in artikel 35, § 5, van de wet van 29 juni 1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en van artikel 1, § 6, van de wet van 1 augustus 1985 houdende sociale bepalingen, met het oog op de betaling van de vergoedingen voorzien in de sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector en die door de Federale regering in 2000 en 2005 werden gesloten met de betrokken representatieve organisaties van de werkgevers en werknemers en voor zover deze betrekking hebben op werknemers tewerkgesteld in de thuisverpleging, in wijkgezondheidscentra en door het Rode Kruis;
06/09/1994 de giften en legaten, bestemd voor de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, welke worden aanvaard door het Algemeen comité van het Instituut of door de Minister;
10/05/2014 de opbrengst van een inhouding van 3,55 pct. verricht op de wettelijke ouderdoms-, rust-, anciënniteits- en overlevingspensioenen of op elk ander als zodanig geldend voordeel, of op de overgangsuitkeringenten laste van een Belgisch pensioenstelsel, van een buitenlands pensioenstelsel of van een pensioenstelsel van een internationale instelling, alsmede op elk voordeel, bedoeld als aanvulling van zo'n pensioen, zelfs als dit laatste niet is verworven en toegekend hetzij bij toepassing van wettelijke, reglementaire of statutaire bepalingen, hetzij bij toepassing van bepalingen die voortvloeien uit een arbeidscontract, een ondernemingsreglement, een collectieve ondernemingsovereenkomst of een collectieve sectoriële overeenkomst. Deze inhouding wordt eveneens verricht op het voordeel dat als een pensioen geldt of een pensioen aanvult, dat wordt toegekend aan een zelfstandige krachtens een collectieve overeenkomst of een individuele toezegging van een pensioen afgesloten door de onderneming alsmede op het aanvullend pensioen bepaald in artikel 42, 1°, van de programmawet van 24 december 2002.
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 2de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 3de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 4de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 5de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 6de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 7de lid)
01/01/2004 Lid werd opgeheven bij : Wet(I) 22-12-2003 - B.S. 31-12 - ed. 1 (vroeger achtste lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 8ste lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 9de lid)
01/01/2019 De Rijksdienst voor Pensioenen int de inhouding bedoeld in het eerste lid en stort maandelijks de opbrengst ervan aan het Instituut, na aftrek van de door de Rijksdienst voor Pensioenen ter zake in rekening gebrachte administratiekosten, exclusief de personeelskredieten en de informaticawerkingskredieten. Het Instituut stort jaarlijks een deel van de opbrengsten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering, naar rata van het aantal gerechtigden dat in de hoedanigheid van gepensioneerde of van begunstigde op een overlevingspensioen, aan het bijzonder stelsel van sociale zekerheid voor zeevarenden.
06/09/1994 de opbrengst van een aanvullende bijdrage of premie inzake verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid waarin wordt voorzien door de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, geïnd door de ter zake bevoegde verzekeraars en door het Gemeenschappelijk Waarborgfonds, bedoeld in artikel 49 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, en de opbrengst van een aanvullende bijdrage of premie inzake de verzekering motorrijtuigencasco.
06/09/1994 Deze bijslag wordt vastgesteld op 10 pct. van de bijdrage of premie. Onder de door de Koning vast te stellen voorwaarden wordt dit percentage herleid tot 5 pct. voor de door Hem te bepalen categorieën van motorrijtuigen die voor het professioneel vervoer van goederen of personen worden gebruikt.
01/01/2008 De Koning bepaalt eveneens de wijze van berekening, inning en overdracht van die bijslagen, de verdeling ervan, alsook het gedeelte dat voor de financiering van de uitkeringsverzekering van de regeling voor zelfstandigen en voor de financiering van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen van de regeling voor zeelieden is bestemd.
06/09/1994 De door de Koning aangewezen ambtenaren houden toezicht op de uitvoering van deze bepalingen;
10/05/1997 de ontvangsten als bedoeld in artikel 24, § 1, 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, van de wet van 16 april 1963 betreffende de sociale reclassering van de minder-validen. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
06/09/1994 10° onverminderd de bepalingen van artikel 197, de renteopbrengst van iedere belegging van financiële middelen die de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 2, ter beschikking worden gesteld in het raam van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
06/09/1994 Enkel kortstondige beleggingen op zichtrekeningen kunnen, onder de door de Koning vast te stellen voorwaarden, worden toegestaan. De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden de interesten van deze beleggingen verminderd kunnen worden met eventuele debetinteresten.
01/01/2008 De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de regelen voor overboeking en verdeling van deze renteopbrengsten en bepaalt welk deel bestemd is voor de financiering van de verzekering voor uitkeringen van de regeling voor de zelfstandigen.
06/09/1994 Het tweede lid heeft uitwerking vanaf 1 januari 1982;
10/01/2000 10°bis. vanaf 1 januari 1997 100 pct. van de financiële interesten op het afzonderlijke deel, bonifonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds, dat wordt gestijfd door het in artikel 198, § 2, bedoeld gedeelte van het boni;
01/01/2004 10°ter. Vanaf 1 januari 1997 tot en met 31 december 2003, 100 pct. van de financiële interesten op het afzonderlijk deel, bijdragefonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds dat wordt gestijfd door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 199, § 2, tweede en derde lid.
01/01/2004 Vanaf 1 januari 2004, 100 pct. van het saldo van de financiële opbrengsten de financiële kosten van het afzonderlijke deel, bijdragefonds genoemd, van het in artikel 199, § 1, bedoelde reservefonds dat wordt gestijfd door een bijdrage van de gerechtigden en/of door een storting uit de eigen middelen van de verzekeringsinstellingen, bedoeld in artikel 199, § 2, tweede en derde lid;
10/05/1997 11° Opgeheven bij: K.B. 25-4-97 - B.S. 30-4 - ed. 3;
02/01/1996 12° de opbrengst van de administratieve geldboeten die het Instituut int in toepassing van deze gecoördineerde wet;
10/01/2000 13° de opbrengst van een bijdrage op de premies of van een inhouding, verricht op de extra-legale verstrekkingen inzake hospitalisatieverzekering ten behoeve van de rechthebbenden van deze gecoördineerde wet. De delen van premies of prestaties die betrekking hebben op bijkomende risico's en die gedekt zijn door de hospitalisatieverzekering, zijn eveneens aan de bijdrage of inhouding onderworpen.
10/01/2000 De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling inzonderheid de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging;
10/01/2009 14° de opbrengst van een jaarlijkse vergoeding per publiekverpakking en/of per stukverpakking van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 34, 5°, b) en c), en ingeschreven op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen.
10/01/2005 Die vergoeding is ten laste van de aanvragers die de aanneming voor vergoeding van de verzekering voor geneeskundige verzorging verkrijgen of hebben verkregen. Deze vergoeding wordt uiterlijk op de laatste dag van het eerste kwartaal van het kalenderjaar aan het Instituut gestort.
10/01/2009 Er is geen vergoeding verschuldigd voor de verpakkingen van de farmaceutische produkten waarvan de jaarlijkse omzet op de Belgische markt, berekend op de prijs af fabriek, in het jaar voor dat waarvoor de vergoeding verschuldigd is, niet hoger lag dan 61.973,38 EUR.
10/01/2009 Het bedrag van deze vergoeding wordt vastgesteld op 1.487,36 EUR per publiek- of stukverpakking, bedoeld in het eerste lid.
02/01/1996 De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling, meer bepaald met betrekking tot de aangifte, de controle en de inning alsook met betrekking tot de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd, waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding of van de verwijlinterest;
10/09/2002 15° de opbrengst van een heffing op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten.
10/01/2005 Die heffing is ten laste van de aanvragers welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd.
10/01/2005 Voor 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005 worden de bedragen van die heffingen respectievelijk vastgesteld op 2 pct., 3 pct., 4 pct., 4 pct., 4 pct., 4 pct., 3 pct., 2 pct., 2 pct. en 2 pct. van de omzet die respectievelijk in 1994, 1995, 1997, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003 en 2004 is verwezenlijkt.
18/09/2006 Voor de berekening van deze heffing zijn de volgende farmaceutische specialiteiten uitgesloten uit het omzetcijfer op grond waarvan de heffing berekend wordt :
06/01/2017 De Koning bepaalt de procedures en stelt de voorwaarden vast volgens dewelke een farmaceutische specialiteit, die dit statuut verloren heeft als gevolg van het einde van de commerciële exclusiviteit van 10 jaar, geniet van een verlenging van deze uitsluiting. Deze verlenging is afhankelijk van de afwezigheid van een vergoedbaar farmaceutisch alternatief. De verlenging is tot een maximum van 5 jaar beperkt.
18/09/2006 de farmaceutische specialiteiten die uitsluitend ingedeeld werden in vergoedingscategorie Cx, zoals omschreven in artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 mei 1991 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden in de kosten van de in het raam van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen vergoedbare farmaceutische verstrekkingen;
30/12/2009 de farmaceutische specialiteiten op basis van stabiele bloedderivaten die werden afgenomen, bereid, ingevoerd, bewaard, verdeeld, ter hand gesteld, afgeleverd en gebruikt overeenkomstig de bepalingen van de wet van 5 juli 1994 betreffende bloed en bloedderivaten van menselijke oorsprong.
17/08/2008 Voor de toepassing van deze uitsluitingen moet het statuut van het geneesmiddel op 1 januari van het jaar waarvoor de omzetheffing verschuldigd is, in aanmerking genomen worden.
06/01/2017 Deze uitsluitingen gelden tevens voor de berekening van de heffing verschuldigd op grond van 15°quater, 15°quinquies, 15°sexies, 15°septies, 15°novies, 15°decies, 15°undecies, 15°duodecies 15°quaterdecies en 16°bis en van de bijdrage verschuldigd op grond van 15°octies. De uitsluitingen bedoeld in het vierde lid, 1° en 2°, hebben betrekking op de heffingen en bijdragen die verschuldigd zijn vanaf het jaar 2006. De uitsluiting bedoeld in het vierde lid, 3°, heeft betrekking op de heffingen en bijdragen die verschuldigd zijn vanaf het jaar 2005.
07/06/2019 Van de aangegeven totale jaarlijkse omzet van het voorafgaand jaar, berekend op basis van de prijs buiten-bedrijf of buiten-invoerder, moet elk jaar een aangifte worden gedaan die is opgesplitst per publiekverpakking en/of, per stukverpakking van de in het eerste lid beoogde geneesmiddelen. Voor de specialiteiten die worden terugbetaald krachtens artikel 35bis, § 7, en de daartoe door de Koning vastgestelde voorwaarden, wordt een regularisatie van de heffing uitgevoerd en worden de aan het Instituut gestorte compensaties voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen vrijgesteld. De aanvrager moet aanvullend op de voormelde aangifte de waarde van de compensatie uitgevoerd onder de vorm van een storting meedelen alsook het bewijs van betaling van deze laatste. Dit bedrag is onderworpen aan dezelfde berekeningen als deze voorzien in het derde lid en in de artikelen 15°novies, 15° undecies, 15° duodecies 15°terdecies en 15°quaterdecies. Het bedrag dat voortvloeit uit deze berekeningen wordt afgetrokken van de verschuldigde heffingen en, in voorkomend geval, terugbetaald aan de aanvrager. Voor de farmaceutische specialiteiten waarvan de vergoeding bestaat in een vast bedrag onafhankelijk van de prijs krachtens artikel 37, § 3/2, en de daartoe door de Koning vastgestelde voorwaarden, wordt de aan te geven omzet berekend aan de hand van het vast bedrag buiten bedrijf of buiten invoerder.
09/01/2006 De voornoemde verklaringen dienen gedagtekend, ondertekend en waar en echt verklaard te worden en bij een ter post aangetekende brief te worden ingediend bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, Tervurenlaan 211, 1150 Brussel. Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005, dienen ze respectievelijk te worden ingediend voor 1 februari 1996, 1 november 1996, 1 maart 1999, 1 april 1999, 1 mei 2000, 1 mei 2001, 1 mei 2002, 1 mei 2003, 1 mei 2004 en 1 mei 2005. Voor het jaar 2006 dienen ze te worden ingediend voor 1 mei 2006.
01/01/2007 De Dienst voor geneeskundige verzorging kan de totale omzet ambtshalve vaststellen op basis van de gegevens van de gegevensinzameling bedoeld in artikel 165, in geval een aanvrager nagelaten heeft een aangifte te doen overeenkomstig de bepalingen van het achtste lid. De betrokken aanvrager wordt bij ter post aangetekende brief in kennis gesteld van de ambtshalve vaststelling van de omzet.
10/01/2009 Voor de jaren 1995, 1996, 1998, 1999, 2000, 2001, 2002, 2003, 2004 en 2005, dient de heffing respectievelijk gestort te worden voor 1 maart 1996, 1 december 1996, 1 april 1999, 1 mei 1999, 1 juni 2000, 1 juni 2001, 1 juni 2002, 1 juni 2003, 1 juni 2004 en 1 juni 2005 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding, volgens het betrokken jaar : "heffing omzet 1994", "heffing omzet 1995", "heffing omzet 1997", "heffing omzet 1998", "heffing omzet 1999", "heffing omzet 2000", "heffing omzet 2001", "heffing omzet 2002", "heffing omzet 2003" of "heffing omzet 2004".
01/01/1996 De voornoemde Dienst zorgt voor het innen van de bovengenoemde heffing alsook voor het toezicht.
01/01/2007 De schuldenaar die de bovengenoemde heffing niet binnen de in het tiende lid bepaalde termijn stort, is een opslag ten belope van 10 pct. van die heffing verschuldigd, alsmede een op die heffing verrekende verwijlinterest die gelijk is aan de wettelijke rentevoet.
01/01/1996 De Algemene raad kan aan de in het tweede lid bedoelde schuldenaar vrijstelling of vermindering van de opslag van de vergoeding of van de verwijlinterest toestaan op voorwaarde dat:
01/01/1996 - alle vroegere betalingen door de betrokken schuldenaar zijn verricht binnen de vastgestelde termijn;
01/01/1996 - de in derde lid bedoelde omzet binnen de vastgestelde termijn is meegedeeld op een wijze die het mogelijk maakt dat de verschuldigde bedragen worden gecontroleerd;
01/01/1996 - de schuldenaar deugdelijk kan verantwoorden dat het hem onmogelijk is geweest de verschuldigde som binnen de vastgestelde termijn te storten.
01/01/1996 De door de Algemene raad toegekende vrijstelling kan slechts volledig zijn indien de schuldenaar:
01/01/1996 - ofwel het bewijs van een geval van overmacht levert, dit wil zeggen van een gebeurtenis die hem volledig vreemd en onafhankelijk van zijn wil is, redelijkerwijze niet te voorzien en menselijk onoverkomelijk is en die het hem volstrekt onmogelijk heeft gemaakt zijn verplichting binnen de vastgestelde termijn na te komen; bovendien mag de schuldenaar zich geen enkele fout te verwijten hebben in de gebeurtenissen, die aan het overkomen van die vreemde oorzaak zijn voorafgegaan, het hebben voorbereid of het hebben vergezeld;
01/01/1996 - ofwel bewijst dat hij op het ogenblik dat de storting eisbaar was, een vaste en eisbare schuldvordering bezat die hem niet toeliet zijn verplichting binnen de vastgestelde termijn na te komen en hij de Algemene Raad daarover heeft geïnformeerd;
01/01/1996 - ofwel behoorlijk aangetoonde dwingende redenen kan aanvoeren.
01/01/1996 In alle andere uitzonderlijke omstandigheden waarvoor de schuldenaar het bewijs kan leveren, kan de Algemene Raad een vermindering met de helft van de verschuldigde opslag en/of van de verwijlinterest toestaan.
01/01/1996 De verwijlinterest tegen de wettelijke rentevoet wordt toegepast op het bedrag dat niet binnen de vastgestelde termijn is betaald en wordt berekend naar rata van het aantal dagen dat is verstreken tussen de datum waarop de betaling had moeten verricht worden en de dag waarop ze effectief is uitgevoerd.
01/01/2007 Iedere aanvraag ingeleid volgens de regels bepaald in het artikel 35bis, § 6, eerste lid, door een schuldenaar die niet in orde is met de betalingen, moet worden beschouwd als onontvankelijk vanaf de vervaldag van de betaling bedoeld in het tiende lid en tot op het ogenblik van de betaling van al de verschuldigde sommen op basis van dit artikel. De aanvragen ingeleid door de schuldenaar voor deze datum en die nog niet het voorwerp hebben uitgemaakt van een definitief voorstel van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen kunnen eveneens worden afgesloten. Deze sanctie wordt nochtans niet toegepast in de twee volgende gevallen: ofwel wanneer een vrijstelling aan de Algemene Raad wordt gevraagd op basis van het dertiende lid, en dit tot op het ogenblik dat er uitspraak wordt gedaan over de aanvraag tot vrijstelling; ofwel wanneer een dergelijke vrijstelling door de Algemene Raad wordt verleend.
10/01/2005 De ontvangsten die voortvloeien uit de voornoemde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 1995 voor de heffing omzet 1994, 1996 voor de heffing omzet 1995, 1998 voor de heffing omzet 1997, 2000 voor de heffing omzet 1999, 2001 voor de heffing omzet 2000, 2002 voor de heffing omzet 2001, 2003 voor de heffing omzet 2002, 2004 voor de heffing omzet 2003 en 2005 voor de heffing omzet 2004;
10/01/2000 15°bis. De opbrengst van een bijkomende heffing op de omzet die is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen, bedoeld in artikel 34, 5°, b) en c), ingeschreven op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen en afgeleverd door een ziekenhuisapotheek of een geneesmiddelendepot aan ter verpleging opgenomen rechthebbenden of aan niet ter verpleging opgenomen rechthebbenden.
10/01/2000 Die heffing is ten laste van de farmaceutische firma's welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar dat voorafgaat aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd.
10/01/2000 Voor het jaar 2000 wordt het bedrag van de heffing vastgesteld op 2 pct. van de omzet verwezenlijkt in het jaar 1999.
10/01/2000 De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van deze bepaling, meer bepaald met betrekking tot de aangifte, de controle en de inning, alsook met betrekking tot de verdeling van de opbrengst en het gedeelte ervan dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen van verzekering voor geneeskundige verzorging.
10/01/2000 De schuldenaar die de verschuldigde heffing niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, in (lees is) aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning. De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde heffing en de op deze heffing berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
10/01/2000 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar bedoeld in het vorige lid, vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de heffing en van de verwijlinterest;
10/09/2000 15°ter. Voor 2000 wordt een aanvullende heffing van 2 pct. van de omzet die in 1999 is verwezenlijkt, ingesteld onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten bepaald in 15° en de voorwaarden bepaald in het voorlaatste lid van 15°ter.
10/09/2000 Onder de bijkomende voorwaarden bepaald in het laatste lid van 15°ter, wordt de in het eerste lid van 15°ter bedoelde aanvullende heffing voor 2000 verhoogd tot 5 pct. van de omzet die in 1999 is verwezenlijkt.
10/01/2000 De aangifte bedoeld in het vierde lid van het 15° dient te worden ingediend vóór 1 november 2000.
10/01/2009 De heffing dient te worden gestort vóór 1 december 2000 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "aanvullende heffing omzet 1999".
10/01/2000 De ontvangsten die volgen uit deze aanvullende heffing zullen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen worden in het boekjaar 2000.
10/01/2000 De heffing bedoeld in artikel 191, eerste lid, 15°ter, is verschuldigd als op basis van een rapport van de Algemene raad, na advies van de Commissie voor begrotingscontrole, wordt vastgesteld dat het partieel begrotingsobjectief inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten wordt overschreden of dreigt overschreden te worden door het bestaan van een beduidend risico op overschrijding van de partiële begrotingsdoelstelling inzake farmaceutische specialiteiten en gelijkgestelde producten. De Koning stelt vast, op basis van het voornoemde rapport dat uiterlijk op 15 juli 2000 aan de minister van Sociale Zaken wordt overgemaakt, of aan deze voorwaarden is voldaan;
10/09/2000 De verhoging bedoeld in artikel 191, eerste lid, 15°ter, tweede lid, is verschuldigd als bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit wordt vastgesteld dat er op 1 oktober 2000 geen akkoord is bereikt tussen de minister van Sociale zaken en de farmaceutische industrie over de ontwikkeling en de beheersing van het budget voor geneesmiddelen;
01/01/2002 15°quater.
01/01/2007 § 1. Voor het jaar 2002, 2003, 2004, 2005 en 2006, wordt een aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarvoor de heffing is verschuldigd volgens de nadere regels bepaald in 15° en de voorwaarden gesteld in deze bepaling.
01/01/2002 Deze heffing is verschuldigd indien in het voorafgaande jaar de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven hoger liggen dan het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5.
01/01/2002 De in het vorige lid bedoelde overschrijding kan door de Algemene raad na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole worden aangepast teneinde rekening te houden met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad. Bovendien wordt de aldus gecorrigeerde overschrijding, verminderd met 25 pct. van de eventuele onderschrijding van de in artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling.
30/05/2005 Het globaal bedrag van de heffing is gelijk aan 65 pct. van deze overschrijding, onverminderd de toepassing van het derde lid. Wat de heffing verschuldigd vanaf 2006 betreft, is het globale bedrag van de heffing gelijk aan 72 pct. van die overschrijding.
10/01/2009 Voor het jaar 2002 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2001 2,98 pct.. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2001, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 66.857.451,70 EUR, van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2001, zijnde 2.243.567.638,14 EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2001, zijnde 2.453.929.385,65 EUR en hogervermeld globaal budget zijnde 2.351.071.767,65 EUR en bedraagt 102.857.618,00 EUR. Hogervermelde heffing dient te worden gestort vóór 1 november 2002 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "aanvullende heffing 2001 van 2,98 pct." De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2002.
10/01/2009 Voor het jaar 2003 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2002 0,17 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2002, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 4.021 duizend EUR van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2002, zijnde 2.433.844 duizend EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2002, zijnde 2.586.475 duizend EUR en hoger vermeld globaal budget 2002, zijnde 2.435.300 duizend EUR en bedraagt 151.175 duizend EUR, verminderd met 25 pct. van de onderschrijding van de in artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, zijnde 63.646 duizend EUR, en verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 81.343 duizend EUR. Aan de betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 1 april 2004. De betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 0,17 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 1 april 2004 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "bijbetaling aanvullende heffing 2003". De betrokken aanvragers die het voorschot van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 1 april 2004 0,17 pct. van de omzet die in 2002 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke intrestvoet te rekenen vanaf 15 december 2002 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "laattijdige betaling aanvullende heffing 2003". De betrokken aanvragers die het voorschot van 1,35 pct. op de omzet die in 2001 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2001 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 1 april 2004 0,17 pct. van de omzet die in 2002 is verwezenlijkt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "betaling aanvullende heffing 2003". De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2003. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeninge van de verplichte verzekering worden opgenomen in het boekjaar 2004.
10/01/2009 Voor het jaar 2004 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2003 4,41 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2003, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 119.847 duizend EUR, van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2003, zijnde 2.719.101 duizend EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2003, zijnde 2.812.543 duizend EUR en hoger vermeld globaal budget 2003, zijnde 2.541.745 duizend EUR en bedraagt 270.798 duizend EUR, verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 86.418 duizend EUR. Aan de betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, groter is dan het bedrag van 4,41 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 31 december 2004. De betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 4,41 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 31 december 2004 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « bijbetaling aanvullende heffing 2004 ». De betrokken aanvragers die het voorschot van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 31 december 2004 4,41 pct. van de omzet die in 2003 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke interestvoet te rekenen vanaf 1 juli 2003 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « laattijdige betaling aanvullende heffing 2004 ». De betrokken aanvragers die het voorschot van 2,55 pct. op de omzet die in 2002 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2002 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 31 december 2004 4,41 pct. van de omzet die in 2003 is verwezenlijkt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « betaling aanvullende heffing 2004 ». De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2004. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2004.
10/01/2009 Voor het jaar 2005 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2004 8,01 pct. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van het globaal budget 2004, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, en rekening houdend met de bepalingen van § 3, beperkt tot 65 pct., zijnde 218.375 duizend EUR, van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2004, zijnde 2.726.059 duizend EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2004, zijnde 2.903.522 duizend EUR en hoger vermeld globaal budget 2004, zijnde 2.524.434 duizend EUR en bedraagt 379.088 duizend EUR, verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 43.126 duizend EUR. Aan de betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, groter is dan het bedrag van 8,01 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 1 april 2006. De betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 8,01 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 1 april 2006 op de rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "bijbetaling aanvullende heffing 2005". De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 1 april 2006 8,01 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke interestvoet te rekenen vanaf 1 juli 2004 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "laattijdige betaling aanvullende heffing 2005". De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2003 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 1 april 2006 8,01 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "betaling aanvullende heffing 2005". De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006.
26/12/2006 Voor het jaar 2006 is geen aanvullende heffing verschuldigd ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2005, aangezien de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven van het jaar 2005, zijnde 2.984.772 duizend EUR, verminderd met 25 pct. van de onderschrijding van de in artikel 40 bedoelde globale jaarlijkse begrotingsdoelstelling, zijnde 37.044 duizend EUR, en verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 83.280 duizend EUR, niet hoger liggen dan het globaal budget, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, en rekening houdend met de bepalingen van § 3, zijnde 2.936.056 duizend EUR. Het door de aanvragers met de vermelding « voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2005 » gestorte voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 2,55 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, wordt teruggestort vóór 1 april 2007. De terugstortingen van de hogervermelde voorschotten worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar 2006.
10/01/2009 § 2. In afwachting van de vaststelling van de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, met betrekking tot de eventuele overschrijding van de uitgaven van de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005 is respectievelijk in 2002, 2003, 2004 en 2005 door de betrokken aanvragers een voorschot verschuldigd gelijk aan respectievelijk 1,35 pct., 2,55 pct., 7,44 pct. en 2,55 pct. van de omzet van respectievelijk het jaar 2001, het jaar 2002, het jaar 2003 en het jaar 2004. Een eerste deel van het voorschot gelijk aan 1 pct. van de omzet van het jaar 2001 wordt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2002 met de vermelding "eerste voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2002". Een tweede deel van het voorschot gelijk aan 0,35 pct. van de omzet van het jaar 2001 wordt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 15 december 2002 met de vermelding "tweede voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2002". Het voorschot gelijk aan 2,55 pct. van de omzet van het jaar 2002 wordt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2003 met de vermelding "voorschot aanvullende heffing diensjaar 2003". Een eerste deel van het voorschot gelijk aan 2,55 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003 wordt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 1 juli 2004 met de vermelding "voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2004". Een tweede deel van het voorschot gelijk aan 1,95 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003 wordt op het zelfde rekeningnummer gestort vóór 15 december 2004 met de vermelding "tweede voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2004". Een derde deel van het voorschot gelijk aan 2,94 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003 wordt op het zelfde rekeningnummer gestort vóór 31 december 2004 met de vermelding "derde voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2004". De ontvangsten die ontstaan uit het derde deel van het voorschot gelijk aan 2,94 pct. van de omzet van het jaar 2003 dienen te worden opgenomen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar 2004. Het voorschot gelijk aan 2,55 pct. van de omzet van het jaar 2004 wordt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering gestort vóór 15 november 2005 met de vermelding "voorschot aanvullende heffing dienstjaar 2005".
10/01/2005 De schuldenaar die het verschuldigde voorschot en/of de verschuldigde heffing niet binnen de vastgestelde termijn stort, is aan het Instiuut een opslag ten belope van 10 pct. van dit voorschot en/of die heffing verschuldigd, alsmede een op dit voorschot en/of die heffing verrekende verwijlinterest die gelijk is aan de wettelijke rentevoet. Een vrijstelling of vermindering van de opslag of van de verwijlinterest kan worden toegestaan onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°. In afwijking van het voorgaande is, wat betreft het derde deel van het voorschot gelijk aan 2,94 pct. van het omzetcijfer van het jaar 2003, de hierboven vastgelegde verwijlinterest en opslag slechts verschuldigd wanneer de schuldenaar dit voorschot niet stort vóór 17 januari 2005.
10/01/2005 Indien op 31 december 2003 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2002 of lager is dan 1,35 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 1 april 2004 aan de betrokken aanvragers terug.
10/01/2005 Indien op 1 oktober 2004 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2003 of lager is dan 2,55 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 31 december 2004 aan de betrokken aanvragers terug.
22/07/2005 Indien op 31 december 2005 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2004 of lager is dan 7,44 pct., stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 1 april 2006 aan de betrokken aanvragers terug.
10/01/2005 Indien op 31 december 2006 de aanvullende heffing, bedoeld in § 1, eerste lid, niet werd ingesteld voor het jaar 2005 of lager is dan 2,55 pct. stort het Instituut het voorschot of het saldo vóór 1 april 2007 aan de betrokken aanvragers terug.
10/01/2005 § 3. Indien overeenkomstig de bepalingen van artikel 69, § 5, wordt overgegaan tot het opsplitsen van het globaal budget van de financiële middelen in deelbudgetten voor farmacotherapeutische klassen, gekoppeld aan terugvordering van de overschrijding van de deelbudgetten zoals bedoeld in 16°bis, worden, voor de instelling van deze aanvullende heffing, deze deelbudgetten in mindering gebracht van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5 en wordt er geen rekening gehouden met de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven voor de specialiteiten die behoren tot de farmacotherapeutische klassen waarvoor deze deelbudgetten zijn vastgesteld. In dit geval wordt de aanvullende heffing ingesteld op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten en die niet behoren tot de farmacotherapeutische klassen waarvoor deelbdugetten zijn vastgesteld;
10/01/2005 15°quinquies. Voor de jaren 2002, 2003, 2004 en 2005 wordt een bijkomende heffing van 1,5 pct. van de omzet die respectievelijk in het jaar 2001, 2002, 2003 en 2004 is verwezenlijkt, ingesteld onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°.
10/01/2005 Dit lid werd opgeheven door: Wet 27-12-2004 - B.S. 31-12 - ed. 2 (vroeger tweede lid)
10/01/2009 De heffing dient respectievelijk te worden gestort vóór 1 december 2002, 1 november 2003, 1 november 2004 en 1 november 2005 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding, volgens het betrokken jaar: "bijkomende heffing omzet 2001", "bijkomende heffing omzet 2002", "bijkomende heffing omzet 2003" en "bijkomende heffing omzet 2004".
10/01/2005 De ontvangsten die volgen uit deze bijkomende heffing zullen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen worden in het boekjaar 2002 voor de bijkomende heffing omzet 2001, in het boekjaar 2003 voor de bijkomende heffing omzet 2002, in het boekjaar 2004 voor de bijkomende heffing omzet 2003 en in het boekjaar 2005 voor de bijkomende heffing omzet 2004.
30/05/2005 15°sexies. Overeenkomstig de nadere regelen bepaald in 15°, wordt voor het jaar 2005 een bijzondere heffing van 5,52 pct. ingesteld op het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2003 op de Belgische markt van geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten.
10/01/2005 Die heffing is ten laste van de aanvragers welke die omzet hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2003. Deze heffing moet worden beschouwd als een last die weegt op het boekjaar 2005 van de aanvragers.
10/01/2009 Die heffing dient te worden gestort op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering vóór 1 juli 2005 met de vermelding "bijzondere heffing dienstjaar 2005".
10/01/2005 de ontvangsten die volgen uit deze bijzondere heffing zullen in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen worden in het boekjaar 2005.
09/01/2006 Dit lid werd opgeheven door: Wet 27-12-05 - B.S. 30-12 - éd. 2 (vroeger 5e lid)
09/01/2006 Dit lid werd opgeheven door: Wet 27-12-05 - B.S. 30-12 - ed. 2 (vroeger 6e lid);
09/01/2006 15°septies. § 1. Voor 2005 wordt een uitzonderlijke heffing van 1,5 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt, ingesteld ten laste van de aanvragers onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°. Deze heffing wordt beschouwd als een last die weegt op het boekjaar 2005 van de aanvragers.
10/01/2009 De heffing dient te worden gestort vóór 20 december 2005 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "uitzonderlijke heffing 2005 omzet 2004".
09/01/2006 De ontvangsten die voortvloeien uit deze uitzonderlijke heffing worden in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen in het boekjaar 2005.
09/01/2006 § 2. Op 1 juli 2006 worden de prijzen en de vergoedingsbases van de hierna bedoelde vergoedbare farmaceutische specialiteiten verminderd volgens de hierna volgende modaliteiten.
09/01/2006 de vermindering moet per aanvrager een besparing opleveren voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorgen en uitkeringen waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 2 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen van deze aanvrager die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten gedurende het jaar 2004 zoals aangegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°, of ambtshalve vastgesteld op basis van dat artikel.
09/01/2006 De aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), kunnen ten laatste op 15 februari 2006 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) of c), 1), waarvoor ze verantwoordelijk zijn, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan 2 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2004. De voorgestelde daling dient per specialiteit minimaal 4 pct. te bedragen, met dien verstande dat voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld er geen rekening wordt gehouden met prijsdalingen die geen invloed hebben op de nieuwe vergoedingsbasis. Indien een daling van de prijs en de vergoedingsbasis wordt voorgesteld voor een specialiteit waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, worden alle aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en die deze specialiteit als referentiespecialiteit hebben, op de hoogte gebracht van deze vrijwillige daling van de vergoedingsbasis en wordt hen meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambtshalve worden aangepast.
09/01/2006 Indien een aanvrager van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van alle specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1) van de betrokken aanvrager met 2 pct. De aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2) en die de betrokken specialiteiten als referentiespecialiteit hebben, worden op de hoogte gebracht van deze ambtshalve prijsdaling en hen wordt meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambthalve zal worden aangepast.
01/01/2007 Indien als gevolg van de daling van de vergoedingsbasis van hun referentiespecialiteit voor de aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), de besparing meer bedraagt dan 2 pct., zal het saldo teruggestort worden uiterlijk twee maanden na de bekenmaking van deze gewijzigde bepaling in het Belgisch Staatsblad, op voorwaarde echter dat het in 15°novies, achtste lid, bedoelde voorschot, werd gestort.
09/01/2006 de Minister past met ingang van 1 juli 2006 de lijst van de vergoedbare specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen;
08/01/2009 § 3. Op 1 mei 2009 worden de prijzen en de vergoedingsbases van de hierna bedoelde vergoedbare farmaceutische specialiteiten verminderd volgens de hierna volgende modaliteiten.
08/01/2009 De vermindering moet per aanvrager een besparing opleveren voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische makrt gedurende het jaar 2007 van de geneesmiddelen van deze aanvrager die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, zoals aangegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°, of ambtshalve vastgesteld op basis van dat artikel, op 1 januari 2009. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen, enerzijds, het omzetcijfer gerealiseerd met specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), dat telt voor de berekening van de besparing bedoeld in het derde lid, en anderzijds, het omzetcijfer gerealiseerd met specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), dat telt voor de berekening van de besparing bedoeld in het zesde lid.
08/01/2009 De aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), kunnen ten laatste op 21 januari 2009 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten, bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2009, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2007 voor de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2009. Voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, bedraagt de voorgestelde daling maximaal 9,25 pct. per specialiteit, met dien verstande dat er geen rekening wordt gehouden met prijsdalingen die geen invloed hebben op de nieuwe vergoedingsbasis. Er wordt eveneens geen rekening gehouden met voorstellen voor specialiteiten waarvan de vergoedingsbasis werd verminderd, naar aanleiding van een groepsgewijze herziening, enkel of mede wegens budgettaire overwegingen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35bis, § 4, vijfde lid. Indien een daling van de prijs en de vergoedingsbasis wordt voorgesteld voor een specialiteit waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, worden alle aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en die deze specialiteiten als referentiespecialiteit hebben, op de hoogte gebracht van deze vrijwillige daling van de vergoedingsbasis en wordt hen meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambtshalve zal worden aangepast.
08/01/2009 Indien een aanvrager van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), een daling van de prijs en de vergoedingsbasis indient voor een welbepaalde verpakking van een specialiteit waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2009, moet hetzelfde pct. daling voorgesteld worden voor alle verpakkingen van de specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2009, met hetzelfde werkzame bestanddeel/dezelfde werkzame bestanddelen, met uitzondering van de injecteerbare vormen.
08/01/2009 Indien een aanvrager van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van alle specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), 1), waarvoor de betrokken aanvrager op 1 januari 2009 verantwoordelijk is, met 1,95 pct. De aanvragers die verantwoordelijk zijn voor specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en die de betrokken specialiteiten als referentiespecialiteit hebben, worde op de hoogte gebracht van deze ambtshalve prijsdaling en hen wordt meegedeeld dat de prijs van hun overeenkomstige specialiteit niet hoger mag zijn en bijgevolg ambtshalve zal worden aangepast.
08/01/2009 Indien als gevolg van de daling van de vergoedingsbasis van hun referentiespecialiteit voor de aanvragers van specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), de besparing bedraagt dan 1,95 pct., zal het saldo vóór 28 februari 2010 teruggestort worden.
08/01/2009 De Minister past met ingang van 1 mei 2009 de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen.
09/01/2012 § 4. Op 1 april 2012 worden de prijzen en de vergoedingsbases van de hierna bedoelde vergoedbare farmaceutische specialiteiten verminderd volgens de hierna volgende modaliteiten.
09/01/2012 De vermindering moet per aanvrager een besparing opleveren voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt gedurende het jaar 2010 van de geneesmiddelen van deze aanvrager die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, zoals aangegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°, of ambtshalve vastgesteld op basis van dat artikel, op 1 januari 2012.
09/01/2012 De aanvragers kunnen ten laatste op 21 januari 2012 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2012, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2010 voor de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2012. De voorgestelde vermindering mag maximum 20 pct. bedragen per specialiteit. Voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, wordt er geen rekening gehouden met prijsdalingen die geen invloed hebben op de nieuwe vergoedingsbasis.
09/01/2012 Indien een aanvrager een daling van de prijs en de vergoedingsbasis indient voor een welbepaalde verpakking van een specialiteit waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2012, moet hetzelfde pct. daling voorgesteld worden voor alle verpakkingen van de specialiteiten waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2012 met hetzelfde werkzame bestanddeel/dezelfde werkzame bestanddelen, met uitzondering van de injecteerbare vormen.
09/01/2012 Indien een aanvrager geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van alle specialiteiten waarvoor de betrokken aanvrager op 1 januari 2012 verantwoordelijk is, met 1,95 pct.
09/01/2012 De Minister past met ingang van 1 april 2012 de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen.
27/02/2012 De aanvragers die, overeenkomstig het derde lid, ten laatste op 21 januari 2012 een voorstel hebben ingediend dat in prijsverminderingen voorziet voor een specialiteit bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), waarvoor de verzekeringstegemoetkoming 100 pct. van de vergoedingsbasis bedraagt, kunnen ten laatste op 5 maart 2012 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat in alternatieve prijsverminderingen voorziet, berekend op basis van de prijs buiten bedrijf, voor alle farmaceutische specialiteiten waarvoor ze op 1 januari 2012 verantwoordelijk zijn of voor sommige daarvan, met uitzondering van de specialiteiten die behoren tot de klassen van antibiotica en antimycotica, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing op jaarbasis minstens gelijk is aan deze berekend op jaarbasis op basis van het initiële voorstel voor de specialiteit bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), waarvoor de verzekeringstegemoetkoming 100 pct. van de vergoedingsbasis bedraagt. De voorgestelde vermindering mag maximum 20 pct. bedragen per specialiteit. Als het voorstel overeenstemt met de vooropgestelde besparing, schrapt de minister van rechtswege de initiële vermindering van de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten vanaf 1 april 2012 en past hij vanaf 1 juni 2012 de lijst aan in functie van de nieuwe voorstellen die werden ingediend.
10/01/2013 § 5. Op 1 april 2013 worden de prijzen en de vergoedingsbases van de hierna bedoelde vergoedbare farmaceutische specialiteiten verminderd volgens de hierna volgende modaliteiten.
10/01/2013 De vermindering moet per aanvrager een besparing opleveren voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen waarvan het bedrag minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt op de Belgische markt gedurende het jaar 2011 van de geneesmiddelen van deze aanvrager die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, zoals aangegeven overeenkomstig de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15°, of ambtshalve vastgesteld op basis van dat artikel, op 1 januari 2013.
10/01/2013 De aanvragers kunnen ten laatste op 21 januari 2013 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2013, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2011 voor de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2013. Voor de specialiteiten die worden terugbetaald krachtens artikel 35bis, § 7, en de daartoe door de Koning vastgestelde voorwaarden, wordt een regularisatie van de heffing uitgevoerd en worden de tijdens het jaar 2012 aan het Instituut gestorte compensaties voor de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen afgetrokken van het zakencijfer alvorens het te verwezenlijken bedrag van de besparing gelijk aan 1,95 pct. wordt vastgesteld. De aanvrager moet aanvullend op de voormelde aangifte de waarde van de compensatie uitgevoerd onder de vorm van een storting meedelen alsook het bewijs van betaling van deze laatste voor zover dit nog niet gebeurd zou zijn.
10/01/2013 Voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld en voor de specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), mag de voorgestelde vermindering :
10/01/2013 maximum 20 pct. bedragen per specialiteit, als de bepalingen van artikel 35ter, § 1, zesde lid, nog niet toegepast werden;
10/01/2013 maximum 6 pct. bedragen per specialiteit, als de bepalingen van artikel 35ter, § 1, zesde lid, reeds toegepast werden;
10/01/2013 met uitzondering van de niet injecteerbare vormen van de specialiteiten die behoren tot de ATC klasse J01 of J02, waarvoor de voorgestelde vermindering maximum 1,95 pct. mag bedragen per specialiteit.
10/01/2013 Voor de specialiteiten die behoren tot de ATC klasse C08, C09A, C09B of N06A, wordt een ambtshalve vermindering van 1,95 pct. toegepast per specialiteit.
10/01/2013 Voor specialiteiten waarvoor overeenkomstig artikel 35ter een nieuwe vergoedingsbasis is vastgesteld, wordt er geen rekening gehouden met prijsdalingen die geen invloed hebben op de nieuwe vergoedingsbasis.
10/01/2013 Indien een aanvrager een daling van de prijs en de vergoedingsbasis indient voor een welbepaalde verpakking van een specialiteit waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2013, moet hetzelfde percentage daling voorgesteld worden voor alle verpakkingen van de specialiteiten waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2013 met hetzelfde werkzame bestanddeel/dezelfde werkzame bestanddelen, met uitzondering van de injecteerbare vormen.
10/01/2013 De aanvragers van wie alle farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn het voorwerp uitmaken van een overeenkomst bedoeld in artikel 35bis, § 7, kunnen ten laatste op 21 januari 2013 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie tegemoetkoming Geneesmiddelen, dat voorziet in de storting aan het Instituut van een bedrag dat overeenstemt met de vooropgestelde besparing. Dit voorstel wordt vergezeld van een budgetimpact waaruit blijkt dat het bedrag van de voorgestelde storting minstens gelijk is aan 1,95 pct. van het omzetcijfer dat is verwezenlijkt gedurende het jaar 2011 voor de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2013.
10/01/2013 Indien een aanvrager geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van alle specialiteiten waarvoor de betrokken aanvrager op 1 januari 2013 verantwoordelijk is, met 1,95 pct.
10/01/2013 De minister past met ingang van 1 april 2013 de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen. Indien het voorstel bestaat uit de storting van een bedrag, wordt dit voor 1 april 2013 gestort op de rekening van het Instituut.
10/01/2013 § 6. Op 1 april 2013 worden, onverminderd de toepassing van paragraaf 5, de prijzen en de vergoedingsbases van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 72bis, 8°, laatste zin, met uitzondering van de farmaceutische specialiteiten die het voorwerp uitmaken van een overeenkomst bedoeld in artikel 35bis, § 7, en de farmaceutische specialiteiten waarvoor de tegemoetkoming met toepassing van artikel 37, § 3/2, tweede lid, bestaat in een vast bedrag per indicatie, behandeling of onderzoek, verminderd volgens de hierna volgende nadere regels.
10/01/2013 Voor elke specialiteit, per vorm en per sterkte van het werkzaam bestanddeel (of combinatie van werkzame bestanddelen), wordt het gemiddelde bepaald, uitgedrukt als percentage, van de dalingen van de laagste buiten bedrijf prijzen, berekend per eenheid, tussen 1 januari 2011 en 1 januari 2012, van de zes Europese landen vermeld in artikel 72bis, 8°.
10/01/2013 Als gevolg van een vermindering in uitvoering van het voorgaande lid, mogen de buiten bedrijf prijs en de vergoedingsbasis (niveau buiten bedrijf), berekend per eenheid, van een farmaceutische specialiteit niet lager worden dan een bedrag dat gelijk is aan de laagste buiten bedrijf prijs, berekend per eenheid, per vorm en per sterkte van het werkzaam bestanddeel (of combinatie van werkzame bestanddelen), toegepast op 1 januari 2012 binnen het geheel van de zes Europese landen vermeld in artikel 72bis, 8°, en in België.
10/01/2013 De aanvragers kunnen ten laatste op 21 januari 2013 een voorstel indienen bij het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen dat prijsdalingen, berekend op de prijs buiten bedrijf, voorziet voor alle of bepaalde van de farmaceutische specialiteiten waarvoor ze verantwoordelijk zijn op 1 januari 2013, vergezeld van een schatting van de budgetimpact waaruit blijkt dat het totale bedrag van de vooropgestelde besparing minstens gelijk is aan deze die door het secretariaat van de Commissie Tegemoetkoming Geneesmiddelen ingeschat wordt door de vermindering van de prijzen en de vergoedingsbases toe te passen zoals bedoeld in het tweede en derde lid van deze paragraaf. Indien de aanvrager een vermindering van de prijs en de vergoedingsbasis indient voor een welbepaalde verpakking van een specialiteit waarvoor hij verantwoordelijk is op 1 januari 2013, moet hij de bepalingen van artikel 191, eerste lid, 15° septies, § 5, in acht nemen.
10/01/2013 Indien een aanvrager geen voorstel indient of indien het voorstel niet overeenstemt met de vooropgestelde besparing, dalen de prijzen en de vergoedingsbases van de in het eerste lid bedoelde specialiteiten overeenkomstig het tweede en derde lid van deze paragraaf.
10/01/2013 De minister past met ingang van 1 april 2013, de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten aan, ofwel op basis van de ingediende voorstellen, ofwel op basis van de ambtshalve dalingen.
10/01/2014 § 7. Het saldo van de besparing die door aanvragers gerealiseerd wordt bovenop de vooropgestelde besparing bepaald bij paragraaf 5, als gevolg van de bijkomende vrijwillige verminderingen van de vergoedingsbasis op 1 april 2013, om op 1 april 2013 tot de groep van de goedkoopste geneesmiddelen te blijven behoren voor de farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), die op 1 maart 2013 tot de groep van de goedkoopste geneesmiddelen behoorden en waarvan de vergoedingsbasis als gevolg van de bepalingen van paragraaf 5 of paragraaf 6, verminderd werd, wordt verdeeld onder die betrokken aanvragers.
10/01/2014 De verdeling onder de betrokken aanvragers gebeurt volgens hun aandeel in de besparing die gerealiseerd wordt bovenop de vooropgestelde besparing bepaald bij paragraaf 5, zoals beschreven in het voorgaande lid.
10/01/2014 Dit saldo wordt vóór 31 december 2013 teruggestort.
09/01/2006 15°octies. Met het oog op compensatie, in voorkomend geval, van de overschrijding van het globaal budget, vastgesteld in uitvoering van het artikel 69, § 5, wordt vanaf 2006 een provisiefonds opgericht, dat wordt gespijsd door bijdragen van de aanvragers.
08/01/2009 Het bedrag van de provisie dat beschikbaar dient te zijn voor 2006 bedraagt 79 miljoen EUR. In 2007, wordt dit bedrag verhoogd, om te beschikken over een provisie van 100 miljoen EUR. Vanaf het jaar 2008 worden de middelen van het fonds verhoogd met de interesten gegenereerd door de belegging van deze middelen.
10/01/2009 Teneinde de provisie verschuldigd in 2006 samen te stellen, stort iedere aanvrager vóór 15 september 2006 een bedrag gelijk aan 2,55 pct. van het zakencijfer dat werd gerealiseerd in de loop van het jaar 2005, volgens de regels bepaald in 15°, op de rekening van het Instituut, vergezeld van de mededeling "betaling provisiefonds 2006". Teneinde de provisie verschuldigd in 2007 samen te stellen, stort iedere aanvrager vóór 15 september 2007 een bedrag gelijk aan 0,93 pct. van het zakencijfer dat werd gerealiseerd in de loop van het jaar 2006, volgens de regels bepaald in 15°, op de rekening van het Instituut, vergezeld van de mededeling « betaling provisiefonds 2007 ».
26/06/2008 Indien in september van een bepaald jaar wordt vastgesteld, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, dat er een overschrijding zal zijn, houdt het Instituut een som gelijkwaardig aan de overschrijding in op het provisiefonds volgens de door de Koning bepaalde regels. Deze inhouding doet een automatische en onmiddellijke verplichting ontstaan in hoofde van de aanvragers om vóór 1 maart van het daaropvolgende jaar het provisoire bedrag dat nodig is voor dat jaar, opnieuw samen te stellen, en waarvan het bedrag is bepaald in het tweede lid.
26/06/2008 De ontvangsten die volgen uit deze wedersamenstelling worden in de rekening van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen in het jaar gedurende hetwelk de overeenstemmende inhouding heeft plaatsgehad.
26/06/2008 De Koning bepaalt jaarlijks, in functie van het eventueel ingehouden bedrag, het percentage van het zakencijfer van het voorgaande jaar, dat is aangegeven met toepassing van de bepalingen van het punt 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers met het oog op het samenstellen van het provisiefonds waarvan het bedrag is bepaald in het tweede lid. De Koning kan ook, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepalen volgens welke wijze de vergoedbare farmaceutische specialiteiten die worden vergoed volgens artikel 37, § 3, in rekening worden gebracht in het zakencijfer op het moment van de vaststelling van het percentage van het zakencijfer dat dient gestort te worden met het oog op het samenstellen van het provisiefonds.
09/01/2006 Het bedrag van de overschrijding bedoelt in het vierde lid, kan worden aangepast door de Algemene Raad, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, teneinde rekening te houden met de impact van de door de Koning bepaalde elementen;
01/01/2007 Indien een aanvrager zich definitief terugtrekt uit de Belgische markt van terugbetaalbare specialiteiten, dan moet zijn aandeel in het fonds hem worden teruggegeven en ter compensatie moeten de aanvragers die op de markt blijven het fonds voor het verschuldigde bedrag heraanvullen. De Koning bepaalt de nadere regels en modaliteiten voor terugbetalingen en gedeeltelijke reconstructies van het fonds. De zoals in het zesde lid bepaalde reconstructiemodaliteiten worden aan die reconstructie toegepast. De Koning bepaalt ook de berekeningsmodaliteiten van het aandeel bedoeld in dit lid. Dit lid doet geen afbreuk aan de voorgaande leden.
06/07/2009 Voor de jaren 2006 en 2007, werd geen budgetoverschrijding vastgesteld. De bedragen betaald in 2006 en 2007 door de aanvragers in het kader van deze bijdrage worden ten laatste op 28 februari 2009 terugbetaald.De ontvangsten en uitgaven van het Instituut die verbonden zijn aan de terugbetaling aan het provisiefonds worden in de rekeningen 2008 van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen. De interesten die tot 31 december 2008 voortvloeien uit deze bedragen, alsook de opslag en verwijlinteresten die werden ontvangen in het raam van dat Fonds, worden in de rekeningen van het boekjaar 2008 van het Instituut opgenomen.
27/01/2019 15°novies. WEGENS EEN PROBLEEM MET HET PROGRAMMA, KAN U DIT PUNT TERUGVINDEN IN DE LIJST ONDERAAN BIJ DE BIJGEVOEGDE BESTANDEN.
01/01/2007 15°decies. Voor het jaar 2007 wordt een solidariteitsheffing van 0,81 pct. van de omzet die in het jaar 2006 is verwezenlijkt, ingesteld onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°, voor zover er voor het jaar 2007 een overschrijding wordt vastgesteld van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, volgens de hierna volgende regels.
01/01/2007 Indien in september 2007 wordt vastgesteld, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, dat er een overschrijding zal zijn, en de overschrijding gelijk of groter geraamd wordt dan 22 miljoen EUR, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd.
01/01/2007 Indien in september 2007 wordt vastgesteld, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, dat er een overschrijding zal zijn, en de overschrijding kleiner geraamd wordt dan 22 miljoen EUR, wordt het percentage aangepast in functie van de te verwachten overschrijding.
01/01/2007 Indien in september 2007 wordt vastgesteld, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, dat er geen overschrijding zal zijn, is de heffing niet verschuldigd.
10/01/2009 De heffing dient te worden gestort vóór 15 januari 2008 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding : « solidariteitsheffing omzet 2006 ».
01/01/2007 De ontvangsten die voortvloeien uit deze solidariteitsheffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar 2007.
01/01/2007 Indien op 30 september 2008 een overschrijding wordt vastgesteld van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, die lager is dan het bedrag ontvangen op basis van de toepassing van het eerste lid, stort het Instituut het saldo vóór 1 april 2009 aan de betrokken aanvragers terug.
10/01/2009 Indien op 30 september 2008 een overschrijding wordt vastgesteld van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, die hoger is dan het bedrag ontvangen op basis van de toepassing van het eerste lid, storten de betrokken aanvragers het verschil tussen de reeds gestorte bedragen en de overschrijding beperkt tot 22 miljoen EUR, vóór 31 december 2008 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding « bijbetaling solidariteitsheffing 2007 ».
01/01/2007 De ontvangsten die voortvloeien uit deze solidariteitsheffing zullen in mindering worden gebracht bij de toepassing van het punt 15°octies.
08/01/2009 15°undecies. 15°undecies. Voor het jaar t wordt, vanaf het jaar 2008 onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°, een subsidiaire heffing ingesteld op de omzet die in het jaar t is verwezenlijkt, voor zover er voor het jaar t een overschrijding wordt vastgesteld van het globaal budget vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, volgens de hierna volgende regels.
08/01/2009 Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat er, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, een overschrijding zal zijn, en de overschrijding gelijk of groter geraamd wordt dan 100 miljoen EUR, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd ten belope van 100 miljoen EUR.
08/01/2009 Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat er, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, een overschrijding zal zijn, en de overschrijding kleiner geraamd wordt dan 100 miljoen EUR, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd ten belope van het bedrag van de vastgestelde budgetoverschrijding.
08/01/2009 Indien in september van dat jaar t wordt vastgesteld dat, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, er geen overschrijding zal zijn, is de heffing niet verschuldigd.
08/01/2009 De heffing wordt via een voorschot, vastgesteld op de omzet van het jaar t-1, en een saldo, vastgesteld op de omzet van het jaar t, gestort. De afrekening bedoeld in de vorige zin zijnde het verschil tussen de in het eerste lid bedoelde heffing en het in de vorige zin bedoelde voorschot.
08/01/2009 Indien er voor het betrokken jaar een onderverdeling van het globale budget wordt gemaakt in uitvoering van artikel 69, § 5, tweede lid, wordt een deelname aan de overschrijding opgelegd aan de betrokken aanvragers die, gedurende het jaar waarin de overschrijding plaatsvond, een omzetcijfer hebben gerealiseerd op de Belgische markt van geneesmiddelen die ingeschreven zijn op de lijst van vergoedbare farmaceutische specialiteiten, overeenkomstig de onderverdeling van het globale budget. Deze deelname is afhankelijk van het aandeel van de betrokken specialiteiten in de verwachte overschrijding van het globale budget.
09/01/2010 Het bedrag van de overschrijding bedoeld in het eerste lid, kan worden aangepast door de Algemene Raad, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, teneinde rekening te houden met de impact van elementen van het jaarlijks budget dat is vastgesteld door de Koning, die niet of niet volledig hun uitwerking hebben gehad.
09/01/2010 De Koning bepaalt jaarlijks, in functie van de verwachte budgetoverschrijding, het percentage van het omzetcijfer van het jaar t-1 dat is aangegeven in toepassing van de bepalingen onder 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers als voorschot en het percentage van het omzetcijfer van het jaar t dat is aangegeven met toepassing van de bepalingen onder 15°novies, vierde lid, dat dient gestort te worden door de aanvragers bij wijze van saldo. De farmaceutische specialiteiten die worden vergoed krachtens artikel 37, § 3, worden voor ten hoogste 75 pct. van die heffing vrijgesteld. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit op welke wijze de farmaceutische specialiteiten die worden vergoed overeenkomstig artikel 37, § 3, in rekening worden genomen in het omzetcijfer wanneer de hierboven vermelde percentages worden vastgesteld.
08/01/2009 Het voorschot dient vóór 31 december van het jaar t gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Voorschot subsidiaire heffing jaar t". Het saldo dient vóór 30 juni van het jaar t+1 gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Saldo subsidiaire heffing jaar t".
06/01/2017 Voor het jaar t, vanaf het jaar 2017, is deze subsidiaire heffing niet meer van toepassing.
09/01/2010 15°duodecies . Voor het jaar t wordt, volgens de in 15° vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, een bijdrageheffing op het in t gerealiseerde omzetcijfer ingevoerd.
09/01/2010 Die bijdrage wordt gestort via een voorschot dat is vastgesteld op basis van het gedurende het jaar t-1 verwezenlijkte omzetcijfer, en via een afrekening die is vastgesteld op basis van het gedurende het jaar t gerealiseerde omzetcijfer. Het in de vorige zin beoogde saldo komt overeen met het verschil tussen de bijdrage zoals die is gedefinieerd in het 1e lid en het voorschot waarvan sprake is in de voorgaande zin.
09/01/2010 Het voorschot op de bijdrage moet voor 1 juni van het jaar t worden gestort op het rekeningnummer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering met vermelding « Voorschot bijdrageheffing jaar t ». Het saldo van de bijdrage moet voor 1 juni van het jaar t+1 worden gestort op het rekeningnummer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering met vermelding « Saldo bijdrageheffing jaar t ».
09/01/2010 De ontvangsten die voortvloeien uit die bijdrageheffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor het boekhoudjaar t.
10/01/2020 Voor 2010 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van het in 2010 verwezenlijkte omzetcijfer en het ermee samenhangende voorschot op 1 pct. van het in 2009 verwezenlijkte omzetcijfer. Voor 2011 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2011 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot op 1 pct. van de omzet die in 2010 is verwezenlijkt. Voor 2012 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2012 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2011 is verwezenlijkt. Voor 2013 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2013 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2012 is verwezenlijkt. Voor 2014 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2014 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2013 is verwezenlijkt. Voor 2015 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2015 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2014 is verwezenlijkt. Voor 2016 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2016 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2015 is verwezenlijkt. Voor 2017 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2017 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2016 is verwezenlijkt. Voor 2018 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2018 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2017 is verwezenlijkt.Voor 2019 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2019 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2018 is verwezenlijkt. Voor 2020 wordt het bedrag van die heffing vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2020 is verwezenlijkt en het ermee samenhangende voorschot wordt vastgesteld op 1 pct. van de omzet die in 2019 is verwezenlijkt.
11/07/2013 15°terdecies Voor het jaar t wordt onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°, een weesheffing ingesteld op de omzet die in het jaar t is verwezenlijkt met de weesgeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 35bis, § 9. Deze modulaire heffing wordt toegepast per omzetniveaus, die jaarlijks worden vastgesteld.
11/07/2013 Die heffing wordt gestort via een voorschot, vastgesteld op de omzet van het jaar t-1, en een saldo, vastgesteld op de omzet van het jaar t en dat het verschil is tussen de heffing zelf en het betaalde voorschot. De niveaus of vastgestelde drempelwaarden zijn geldig voor de beide gebruikte omzetten.
11/07/2013 Het voorschot dient vóór 1 juni van het jaar t gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Voorschot weesheffing jaar t". Het saldo dient vóór 1 juni van het jaar t +1 gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Saldo weesheffing jaar t". Voor het jaar 2013 wordt het voorschot ten laatste gestort op 1 december 2013.
11/07/2013 De ontvangsten die voortvloeien uit deze weesheffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar t.
10/01/2020 Voor het jaar 2013 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 1,5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 1,5 maar kleiner dan 4 miljoen EUR en 3 pct. voor het deel van de omzet groter dan 4 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2013 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing. Voor het jaar 2014 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2014 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2014. Voor het jaar 2015 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2015 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2015 . Voor het jaar 2016 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2016 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2016. Voor het jaar 2017 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2017 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2017. Voor het jaar 2019 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2019 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2019. Voor het jaar 2020 worden de percentages van deze weesheffing vastgesteld op 0 pct. voor het deel van de omzet van 0 tot en met 1,5 miljoen EUR, op 3 pct. voor het deel van de omzet van 1,5 tot en met 3 miljoen EUR en op 5 pct. voor het deel van de omzet groter dan 3 miljoen EUR. De percentages, die op de verschillende omzetniveaus toegepast worden om het voorschot 2020 vast te stellen, zijn gelijk aan de percentages die vastgesteld worden voor de weesheffing 2020.
06/01/2017 15°quaterdecies. Voor het jaar t wordt, vanaf het jaar 2017 onder de voorwaarden en volgens de nadere regels bepaald in 15°, een compenserende heffing ingesteld op de omzet die in het jaar t is verwezenlijkt, voor zover er voor dit jaar t een overschrijding van het globaal budget, vastgsteld in uitvoering van artikel 69, § 5, wordt vastgesteld en vastgelegd blijft door de Algemene Raad van de verzekering voor geneeskundige verzorging, volgens de hierna vastgestelde modaliteiten.
06/01/2017 Het bedrag van de overschrijding bedoeld in het eerste lid, kan worden aangepast door de Algemene Raad, na advies van de Commissie voor Begrotingscontrole, teneinde rekening te houden met de impact van elementen van het jaarlijks budget dat is vastgesteld door de Koning, die niet of niet volledig hun uitwerking hebben gehad.
06/01/2017 Indien in november van het jaar t, wordt vastgesteld dat er, op basis van de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven van de eerste zeven maanden van het jaar t, een overschrijding is, is de heffing bedoeld in het eerste lid verschuldigd ten belope van het bedrag van de door de Algemene Raad vastgestelde budgetoverschrijding.
06/01/2017 Indien in november van het jaar t, wordt vastgesteld dat, op basis van deze door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven, er geen overschrijding is, is de heffing bedoeld in het eerste lid niet verschuldigd.
01/07/2020 Het bedrag van de heffing bedoeld in het eerste lid, wordt gelimiteerd. Voor het jaar 2016, wordt het plafond op 100 miljoen EUR vastgesteld. Vanaf het jaar 2017, wordt het plafond vastgesteld op 2,5 pct. van het globaal budget, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5. Vanaf het jaar 2020 bedraagt het plafond 4,0 pct. van het budget farmaceutische specialiteiten, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5. Vanaf 2021 kan het plafond bedoeld in de vorige zin vervangen worden door een bedrag dat minimaal 4,0 pct. van het budget farmaceutische specialiteiten bedraagt en dat de Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
06/01/2017 De farmaceutische specialiteiten die vergoedbaar zijn overeenkomstig artikel 37, § 3 worden uitgezonderd van deze heffing ten belope van maximum 75 pct. De correctiefactor, toegepast op de aangegeven omzet, is het resultaat van de vermenigvuldiging van 75 pct met de verhouding tussen de uitgaven in het forfait en de totale uitgaven van het Instituut voor die specialiteit. Deze verhouding wordt door het Instituut berekend op basis van de laatst gekende gegevens, op het moment van de vaststelling van de overschrijding, die zijn meegedeeld met toepassing van artikel 206, § 1. Voor de specialiteiten waarvoor de laatste gegevens niet gekend zijn, is geen uitzondering mogelijk.
01/07/2020 De farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 2), en de farmaceutische specialiteiten bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, c), 1), voor dewelke artikel 35ter, § 1 en § 3, eerste lid 3°, eventueel met de toepassing van artikel 35quater, van toepassing is, voor zover deze farmaceutische specialiteiten behoren tot de groep van de goedkoopste specialiteiten bepaald bij artikel 73, § 2, derde lid, 1°, Tweede en derde lid, alsook de biologische geneesmiddelen waarvoor de prijs en vergoedingsbasis werden verminderd overeenkomstig artikel 30 van de wet van 30 juli 2013 houdende diverse bepalingen, worden in 2020 volledig uitgezonderd van de in het eerste lid bedoelde compenserende heffing. Vanaf 2021 beslist de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, of en desgevallend in welke mate de farmaceutische specialiteiten en biologische geneesmiddelen bedoeld in de vorige zin, nog worden uitgezonderd van de in het eerste lid bedoelde compenserende heffing.
06/01/2017 De heffing wordt gestort via een voorschot, vastgesteld op de omzet van het jaar t-1, en een saldo, vastgesteld op de omzet van het jaar t, waarvan de percentages door de Algemene Raad vastgesteld worden met de meerderheid van de stemmen van de stemgerechtigde leden, met inbegrip van de stemmen van alle leden bedoeld in artikel 15, eerste lid, a).
06/01/2017 Indien de meerderheid niet wordt bereikt op ten laatste de eerste maandag van de maand december, van het jaar t voor het percentage van het voorschot, en van het jaar t+1 voor het percentage van de afrekening, stelt de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige verzorging de minister hiervan in kennis. De minister stelt het of de percentages vast.
06/01/2017 De Dienst voor geneeskundige verzorging deelt de vastgestelde percentages mee aan de betrokken aanvragers.
06/01/2017 Het voorschot dient vóór 31 december van het jaar t gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Voorschot compenserende heffing jaar t". Het saldo dient vóór 31 december van het jaar t+1 gestort te worden op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding van "Saldo compenserende heffing jaar t". In het geval dat de minister het percentage van het voorschot en/of van het saldo vaststelt, wordt de overeenstemmende vervaldatum met 3 maanden uitgesteld.
06/01/2017 De ontvangsten die voortvloeien uit deze compenserende heffing worden opgenomen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging in het boekjaar t.
10/05/1997 16° de stortingen die moeten worden verricht door degenen die verantwoordelijk zijn voor het in de handel brengen van geneesmiddelen krachtens een prijs-volume-contract dat gesloten is op basis van artikel 72, in geval van overschrijding van de vastgestelde maximumuitgaven ten laste van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
09/01/2006 16°bis. Vanaf 2004 wordt, voor zover een deelbudget is vastgesteld door de Koning overeenkomstig de bepalingen van artikel 69, § 5, vóór 30 april van het betrokken jaar, een bijdrage in de overschrijding ten belope van 65 pct. ingesteld ten laste van de betrokken aanvragers die gedurende het jaar waarin de overschrijding heeft plaatsgevonden een omzet hebben verwezenlijkt op de Belgische markt van de geneesmiddelen die zijn ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten binnen het betrokken deelbudget. Indien meerdere deelbudgetten worden vastgesteld, wordt een bijdrage in de overschrijding ingesteld per deelbudget. Wat de bijdrage in de overschrijding verschuldigd vanaf 2006 betreft, bedraagt de bijdrage in de overschrijding 72 pct..
10/01/2005 De in het vorige lid bedoelde overschrijding wordt door de Algemene Raad vastgesteld en kan door de Algemene Raad na advies van de Commissie voor begrotingscontrole worden aangepast teneinde rekening te houden met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad en die uitsluitend betrekking hadden op het (de) vastgestelde deelbudget(ten). De aldus gecorrigeerde overschrijding wordt uitgedrukt als een percentage van het omzetcijfer van de betrokken aanvragers binnen het betrokken deelbudget.
10/01/2005 Bij de vaststelling van het percentage kan rekening worden gehouden met de evolutie van het marktaandeel in het betrokken jaar van de betrokken specialiteiten van de onderscheiden aanvragers met het jaar van inschrijving van de betrokken specialiteiten op de lijst bedoeld in artikel 35bis, § 1, met het al dan niet onder octrooi zijn van het voornaamste werkzaam bestanddeel bedoeld in artikel 34, eerste lid, 5°, b) en c), en met andere door de Koning te bepalen elementen.
10/01/2009 Voor het jaar 2005 bedraagt de aanvullende heffing ingesteld ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2004 op het deelbudget voor de statines, zoals vastgesteld bij het koninklijk besluit van 31 maart 2004 tot vaststelling van het globaal budget in 2004 van de financiële middelen voor het hele Rijk voor de verstrekkingen inzake de farmaceutische specialiteiten in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging, 1,96 pct.. Dit percentage is het aandeel van de overschrijding van dit deelbudget, vastgesteld in uitvoering van artikel 69, § 5, beperkt tot 65 pct., zijnde 3 860 duizend EUR, van de omzet die de aanvragers hebben verwezenlijkt gedurende het jaar 2004, zijnde 196 978 duizend EUR. Hogervermelde overschrijding is het verschil tussen de geboekte uitgaven van het jaar 2004, zijnde 192 895 duizend EUR en hoger vermeld deelbudget zijnde 186 957 duizend EUR en bedraagt5 938 duizend EUR. Aan de betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, groter is dan het bedrag van 1,96 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, wordt het saldo teruggestort vóór 1 april 2006. De betrokken aanvragers waarvan het voorschot op de aanvullende heffing, zijnde het bedrag van 7, 44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is, kleiner is dan het bedrag van 1,96 pct. op de omzet die in 2004 verwezenlijkt is, storten het verschil vóór 1 april 2006 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "bijbetaling aanvullende heffing 2005". De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort, storten vóór 1 april 2006 1,96 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt, verhoogd met de wettelijke interestvoet te rekenen vanaf 1 juli 2004 op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermelding "laattijdige betaling aanvullende heffing 2005". De betrokken aanvragers die het voorschot van 7,44 pct. op de omzet die in 2003 verwezenlijkt is niet hebben gestort omdat ze in 2003 geen omzet hebben verwezenlijkt, storten vóór 1 april 2006 1,96 pct. van de omzet die in 2004 is verwezenlijkt op de rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met vermeldint "betaling aanvullende heffing 2005". De ontvangsten die voortvloeien uit de hogervermelde heffing zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006. De terugstortingen van de hogervermelde saldi en de ontvangsten die voortvloeien uit het laattijdig betalen zullen in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden opgenomen in het boekjaar 2006;
01/01/2007 Voor het jaar 2006 is geen bijdrage in de overschrijding verschuldigd ten laste van de aanvragers op de omzet die is verwezenlijkt gedurende het jaar 2005, aangezien de door de verzekeringsinstellingen geboekte uitgaven voor de statines van het jaar 2005, zijnde 185.563 duizend EUR, verminderd met de door de Koning bepaalde elementen die hun invloed niet of niet volledig hebben gehad, zijnde 2.487 duizend EUR, niet hoger liggen dan het deelbudget voor de statines, zijnde 199.100 duizend EUR, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 18 april 2005 tot vaststelling van het globaal budget in 2005 van de financiële middelen voor het hele Rijk voor de verstrekkingen inzake de farmaceutische specialiteiten in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging.
01/01/2008 17° de opbrengst van de in de artikelen 142 en 143 bedoelde administratieve geldboete of terugbetaling, en de in artikel 146 bedoelde vrijwillige terugbetalingen. ;
01/01/2008 18° de opbrengst van de in artikel 60 bedoelde bedragen ;
07/09/2017 19° de opbrengst van de heffing die door de erkende tariferingsdiensten tussen 1 januari 1996 en 31 december 1997 moet worden verricht op de facturen betreffende de in artikel 34, 5°, bedoelde farmaceutische verstrekkingen, die aan de rechthebbenden zijn afgeleverd door de apothekers met een voor het publiek toegankelijke officina en door de artsen die een vergunning hebben om een geneesmiddelendepot te houden.
06/09/1994 De Koning bepaalt het heffingspercentage, zonder dat dit evenwel meer dan 3 pct. kan bedragen. Hij bepaalt eveneens de voorwaarden inzake de toepassing van deze bepaling waar het onder meer gaat om het tarief van de verstrekkingen waarop die heffing wordt verricht, alsmede de voorwaarden waaronder de door de tariferingsdiensten geheven bedragen aan het Instituut moeten worden gestort.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlinterest verschuldigd waarvan het bedrag en de toepassingsvoorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlinterest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding en van de verwijlinterest.
06/09/1994 De toepassing van deze bepaling mag niet tot gevolg hebben dat het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden wordt verhoogd.
10/05/1997 De Koning bepaalt de datum waarop deze bepaling in werking treedt. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
10/05/1997 20° de opbrengst van de heffing die tussen 1 januari 1996 en 31 december 1997 wordt verricht op de brutowinst die de erkende groothandelverdelers van geneesmiddelen gerealiseerd hebben met de verkoop van de farmaceutische specialiteiten die op de lijsten van de vergoedbare farmaceutische verstrekkingen ingeschreven zijn.
06/09/1994 De Koning bepaalt het heffingspercentage zonder dat dit evenwel meer dan 3 pct. kan bedragen. Hij bepaalt de toepassingsvoorwaarden alsmede de modaliteiten volgens welke de ingehouden sommen worden gestort aan het Instituut.
06/09/1994 De schuldenaar die de verschuldigde vergoeding niet binnen de door de Koning vastgestelde termijn stort, is aan het Instituut een opslag en een verwijlintrest verschuldigd, waarvan het bedrag en de voorwaarden worden vastgesteld door de Koning.
06/09/1994 De opslag mag evenwel niet meer bedragen dan 10 pct. van de verschuldigde vergoeding en de op deze vergoeding berekende verwijlintrest mag niet hoger zijn dan de wettelijke rentevoet.
06/09/1994 De Koning bepaalt tevens de voorwaarden waaronder het Instituut de schuldenaar vrijstelling of vermindering mag verlenen van de opslag van de vergoeding en van de verwijlinterest.
06/09/1994 De toepassing van deze bepaling mag in geen geval leiden tot een toename van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden.
10/05/1997 De Koning bepaalt de datum waarop deze bepaling in werking treedt. De Koning stelt het gedeelte van die inkomsten vast dat bestemd is voor de financiering van andere regelingen inzake verzekering voor geneeskundige verzorging;
10/05/1997 21° de opbrengst van de gerechtelijke intresten van de verzekeringsinstelling;
10/05/2014 22° Opgeheven bij: Wet 10-4-14 - B.S. 30-4 - ed. 1
01/06/1998 23° opgeheven bij: Wet 15-1-99 - B.S. 26-1 ;
01/01/2014 24° Opgeheven door: Wet 29-1-14 - B.S. 12-2 - art. 9
01/01/2014 25° Opgeheven door: Wet 29-1-14 - B.S. 12-2 - art. 9
10/01/2000 26° de sommen ingevorderd door de administratie van de BTW, Registratie en Domeinen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een terugvordering bedoeld in artikel 164;
01/05/2003 27° de opbrengst van een inhouding op de premies gestort in het raam van de verzekeringsovereenkomsten of in het kader van een systeem, georganiseerd door sportfederaties, dat de dekking van de burgerlijke aansprakelijkheid, de lichamelijke schade en/of de materiële schade tengevolge van een sportongeval beoogt.
01/05/2003 De Koning bepaalt het bedrag van de inhouding, zonder dat dit evenwel meer dan 10 pct. mag bedragen, alsmede de toepassingsmoldaliteiten van deze bepaling, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
01/01/2008 De Koning bepaalt bovendien de nadere regels van berekening, inning en overdracht van deze inhouding, de verdeling ervan alsook het gedeelte dat bestemd is voor financiering van de verzekering voor uitkeringen van de zelfstandigen;
28/05/2010 28° de opbrengst van de minnelijke schikkingen, dwangsommen en administratieve geldboetes door de Raad van de Controledienst voor de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen uitgesproken in toepassing van de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen en de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die het Instituut van de Controledienst ontvangt;
10/01/2009 29° de bedragen die worden betaald met toepassing van artikel 56ter.
06/07/2009 30° de bedragen gestort met toepassing van artikel 35bis, § 7
10/01/2020 31° Voor het jaar 2013 wordt een compensatoire bijdrage ingesteld ten laste van de firma's die op de Belgische markt een omzet verwezenlijken met geneesmiddelen ingeschreven op de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten. Voor 2014 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2015 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2016 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2017 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2018 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2019 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd. Voor 2020 wordt de compensatoire bijdrage gehandhaafd.
10/01/2020 Het bedrag van die bijdrage wordt vastgesteld op 0,13 pct. van de omzet die is verwezenlijkt in 2013, voor het jaar 2013, en verwezenlijkt in 2014, voor het jaar 2014, verwezenlijkt in 2015, voor het jaar 2015, en verwezenlijkt in 2016, voor het jaar 2016, verwezenlijkt in 2017, voor het jaar 2017, verwezenlijkt in 2018, voor het jaar 2018, verwezenlijkt in 2019, voor het jaar 2019, en verwezenlijkt in 2020, voor het jaar 2020 wordt gestort via een voorschot en een saldo. Dit laatste is het verschil tussen de bijdrage zelf en het betaalde voorschot.
10/01/2020 Het voorschot 2013, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2012 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2013 gestort op rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding van « Voorschot compensatoire bijdrage 2013 » en het saldo wordt vóór 1 juni 2014 gestort op dezelfde rekening met de vermelding « saldo compensatoire bijdrage 2013 ». Het voorschot 2014, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2013 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2014 gestort op rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding van "Voorschot compensatoire bijdrage 2014", en het saldo wordt vóór 1 juni 2015 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2014". Het voorschot 2015, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2014 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2015 gestort op rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "Voorschot compensatoire bijdrage 2015" en het saldo wordt vóór 1 juni 2016 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2015" Het voorschot 2016, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2015 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2016 gestort op rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "Voorschot compensatoire bijdrage 2016" en het saldo wordt vóór 1 juni 2017 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2016". Het voorschot 2017, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2016 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2017 gestort op de rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding "Voorschot compensatoire bijdrage 2017" en het saldo wordt vóór 1 juni 2018 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2017". Het voorschot 2018, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2017 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2018 gestort op rekening van het Rijkinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding van "Voorschot compensatoire bijdrage 2018" en het saldo wordt vóór 1 juni 2019 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2018". Het voorschot 2019, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2018 verwezenlijkt omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2019 gestort op rekening van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, met de vermelding van "Voorschot compensatoire bijdrage 2019" en het saldo wordt vóór 1 juni 2020 gestort op dezelfde rekening met de vermelding "Saldo compensatoire bijdrage 2019". Het voorschot 2020, vastgesteld op 0,13 pct. van het in 2019 verwezenlijkte omzetcijfer, wordt vóór 1 juni 2020 gestort op rekening van het
10/01/2013 De nadere regels betreffende de aangifte van de omzet en de inning door de dienst zijn identiek als deze voorzien in de bepaling onder 15°.
10/01/2020 De ontvangsten die voortvloeien uit deze compensatoire bijdrage worden in de rekeningen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging opgenomen in het boekjaar 2013voor de bijdrage 2013, in het boekjaar 2014, voor de bijdrage 2014, in het boekjaar 2015, voor de bijdrage 2015, in het boekjaar 2016, voor de bijdrage 2016. en in het boekjaar 2017, voor de bijdrage 2017, in het boekjaar 2018, voor de bijdrage 2018, in het boekjaar 2019, voor de bijdrage 2019, en in het boekjaar 2020, voor de bijdrage 2020.
01/01/2014 32° de bijdragen die worden betaald met toepassing van artikel 224, § 1/1 en § 1/2,van de wet van 12 augustus 2000 houdende sociale, budgettaire en andere bepalingen alsook de in artikel 46 van de wet van ... met betrekking tot medische hulpmiddelen bedoelde bijdragen.
14/02/2016 33° Annulering - Grondwettelijk Hof 4-11-15 - B.S. 4-2-16 - Wet 10-4-14 - B.S. 30-4 - art. 69
10/05/2014 Als de aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, vermeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, voortvloeien uit verzekeringen die werden aangegaan bij een buitenlandse verzekeraar, bepaalt de Koning de modaliteiten voor de inning van deze inkomsten en eveneens, in dit kader, de opdracht van de vertegenwoordigers, beoogd in de artikelen 178 van het Wetboek diverse rechten en taksen [...]. Voor de informatie die nodig is met het oog op de inning van de aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, kan het Instituut een beroep doen op de administratieve samenwerking, op het gebied van de belastingen tussen België en de andere lidstaten van de Europese Unie, zoals die wordt beoogd in artikel 211bis van het Wetboek diverse rechten en taksen.
10/01/2000 In afwijking van artikel 21bis van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, heeft het Instituut het recht om, in het kader van haar controleopdracht, op de inning van aanvullende bedragen of premies, ontvangsten en inhoudingen vermeld in het eerste lid, 8°, 9° en 13°, informatie te krijgen van de Controledienst voor de verzekeringen.
10/01/2000 De aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, verschuldigd krachtens het eerste lid, 8°, 9° en 13°, kunnen worden geïnd door tussenkomst van de administratie van de Belasting over de toegevoegde waarde, Registratie en Domeinen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 5de lid)
01/01/2014 Opgeheven door Wet 13-3-13 - B.S. 21-3 - ed. 1 - art. 1 (vroeger 6de lid)
01/01/2005 De schuldvorderingen van het Instituut op de aanvullende bijdragen of premies, de ontvangsten en inhoudingen, die verschuldigd zijn krachtens het eerste lid, 8°, 9° en 13°, verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop die aanvullende bijdragen, ontvangsten en inhoudingen aan het Instituut zijn overgemaakt of door hem zijn vergoed.
01/01/2014 De vorderingen tot terugvordering van onverschuldigde aanvullende bijdragen en ontvangsten, bedoeld in het eerste lid, 8° en 13°, ingesteld door de uitbetalingsinstellingen tegen het Instituut, verjaren na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de aanvullende bijdrage of de ontvangst is overgemaakt aan het Instituut.
01/01/2014 De verjaring van de vorderingen bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt onderbroken :
01/01/2005 op de wijze zoals voorzien in de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;
01/01/2005 met een aangetekende brief die door het Instituut aan de uitbetalingsinstelling is gericht of met een aangetekende brief die door de uitbetalingsinstelling aan het Instituut is gericht.


Art. 191bis.

FR   NL   [Affichage pour impression]