Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 61.

Bij wanbetaling binnen de termijnen en/of volgens de regels bedoeld in het derde lid, brengt het totale bedrag van de nog verschuldigde sommen een verwijlintrest op van 12 pct. per jaar, te rekenen vanaf de dag die volgt op de niet nageleefde vervaldag tot de dag waarop de betaling plaatsvindt. Eveneens in dat geval houden de verzekeringsinstellingen, op vraag van de Dienst, als waarborg, tot een beloop van de verschuldigde sommen, globaal of gedeeltelijk de bedragen van de tegemoetkomingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging in die verschuldigd zijn voor de verstrekkingen verleend in de schuldplichtige laboratoria. De Koning bepaalt de voorwaarden en de nadere regelen voor de uitvoering van deze bepaling en met name die volgens welke de rechthebbenden van de verzekering voor geneeskundige verzorging in kennis worden gesteld van de hiervoor vermelde maatregel. Deze inhoudingen slaan op de bedragen die verschuldigd zijn voor verstrekkingen die uitgevoerd zijn in de periode vanaf 1 april 1989 tot 31 december 1990.
(En vigueur le: 16/02/1999 - )

est cité par:

Art. 16.

In het kader van elk van deze dadingen kan hij verzaken aan 35 % van het bedrag van de ristorno's, zoals aangerekend in de betekening waarvan sprake in het vorige lid voor de periode 1989-1992; onverminderd hetgeen voorzien is in het volgende lid, kan hij ook verzaken aan de verwijlintresten, zoals beoogd in artikel 61, § 6, derde lid, § 7, vierde lid, § 15, derde lid, en § 16, vierde lid.
(En vigueur le: 06/07/2009 - )


Elke dading is onderworpen aan de voorafgaande betaling van minstens 65 % van het bedrag van de ristorno's, zoals aangerekend in de betekening beoogd in het eerste lid, vermeerderd met de verwijlintresten, zoals bedoeld in artikel 61, § 7, vierde lid, en § 16, vierde lid, berekend op het verschil tussen 65 % van het bedrag van de ristorno en de reeds betaalde voorschotten tegen de wettelijke rentevoet vastgelegd in artikel 2 van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening tegen intrest, en dit vanaf 1 januari 2000.
(En vigueur le: 06/07/2009 - )