Gecoördineerde wet van 14-7-1994

Résumé: Numac tekst: 1994071451 - p. 21524

De hierna vermelde artikelen kan u terugvinden in de table met bijlagen die zich onder de inhoudstafel bevindt: art. 25octies-1 tot 25octies-2, 25quater-1, 25septies, 35quater-1, 35septies, 35septies 1 tot 6, 37vicies-1, 116-1 tot 116-5, 165-1, 15°novies

Note: Met volledige historiek.

Tekst bijgewerkt tot: B.S. 14-08-2020 - Wijzigende numac: 2020203351 - p. 60802

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]


Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994.

...

Afdeling II.- Administratieve en strafsancties

Art. 168.

Op voorstel of na advies van de Dienst voor administratieve controle stelt de Koning de administratieve sancties vast die toepasselijk zijn in geval van overtreding van de bepalingen van deze gecoördineerde wet of van haar uitvoeringsbesluiten en -verordeningen.

De Koning bepaalt tevens de nadere regelen tot toepassing van die sancties.

Onverminderd de bepalingen van artikel 52 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel, worden administratieve geldboetes, opgelegd aan de artsen en tandheelkundigen die de honoraria en de andere bedragen niet naleven die voortvloeien uit de bepalingen van artikel 50, § 11, en aan de vroedvrouwen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedische medewerkers en de beheerders van verzorgingsinstellingen die de honoraria en prijzen niet naleven die voortvloeien uit de bepalingen van artikel 49, § 5.

Dezelfde administratieve geldboete wordt opgelegd aan de zorgverlener die is toegetreden tot het akkoord of de overeenkomst en die de daarin bepaalde honoraria en prijzen niet naleeft.

Het bedrag van de administratieve geldboete is gelijk aan driemaal het bedrag van de overschrijding met een minimum van 125 EUR. Aan de zorgverlener die de informatieplicht bedoeld in artikel 73, § 1, vierde lid en volgende leden niet naleeft wordt eveneens een administratieve geldboete van 125 EUR opgelegd.

Dit lid werd opgeheven door: Wet 7-12-05 - B.S. 18-1-06 (vroeger 6e lid)

De verantwoordelijke personen van de erkende rustoorden voor bejaarden en de erkende rust- en verzorgingstehuizen die de aanvragen om tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging hebben ondertekend en de aanwezigheidsnormen voor het personeel en/of de normen voor de bezoldigingsvoorwaarden van dat personeel niet naleven, welke normen zijn vastgesteld krachtens de bepalingen van artikel 37, § 12, worden gestraft met een administratieve geldboete.

Zesde lid opgeheven bij: Wet 24-12-99 - B.S. 31-12 - ed. 3.

De personen die overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek ter zake burgerrechtelijk aansprakelijk is, is er echter toe gehouden de geldboete te betalen die aan zijn aangestelde is opgelegd.

De Koning bepaalt het bedrag van de geldboeten waarvan het maximum niet hoger mag liggen dan 50 pct. van de tegemoetkoming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging voor de litigieuze periode.

De definitieve beslissingen die met toepassing van de in de vorige leden bedoelde bepalingen worden uitgesproken, zijn van rechtswege uitvoerbaar. In geval de schuldenaar in gebreke blijft, kan de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen ermee belast worden de administratieve geldboete in te vorderen overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

De sociaal inspecteurs van de Dienst voor administratieve controle zijn bevoegd om vast te stellen dat een getuigschrift voor verstrekte zorg of een factuur niet overeenkomstig de geldende reglementering is opgesteld.

Deze vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel.

De Dienst voor administratieve controle spreekt - ten laste van de zorgverlener en onder de door de Koning te bepalen voorwaarden - een sanctie van 125 EUR uit per verkeerdelijk opgesteld getuigschrift of opgestelde factuur.

Art. 168bis.

In geval van overtreding van de bepalingen van artikel 72bis, §§ 1 en 2, wordt een administratieve geldboete opgelegd door de Dienst voor administratieve controle aan de onderneming die de betrokken farmaceutische specialiteit of verpakking(en) in de handel brengt en ten laste van wie de overtreding is vastgesteld.

De Koning bepaalt het bedrag van de geldboetes waarvan het minimum niet lager mag zijn dan 5.000 EUR en waarvan het maximum niet hoger mag zijn dan 10 pct. van de omzet die verwezenlijkt is op de Belgische markt voor de betrokken specialiteit gedurende het jaar voorafgaand aan dat waarin de overtreding werd begaan, met dien verstande dat dit maximum niet lager mag zijn dan 50.000 EUR. Hij bepaalt tevens de nadere regels tot toepassing van die sanctie.

In geval de schuldenaar in gebreke blijft, kunnen de definitieve beslissingen, die met toepassing van het vorig lid worden uitgesproken aan de administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen worden toevertrouwd ter invordering van de geldboete, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

Art. 168ter.

Opgeheven door: Wet(prog)(I) 29-3-12 - B.S. 6-4 - ed. 3 - art. 12

Art. 168quater.

Elke zorgverlener die niet de minimale verhouding prestaties bereikt waarop de verplichting rust om het remgeld van de rechthebbende te innen, zoals voorzien in artikel 37, § 17, kan een administratieve boete opgelegd krijgen.

De sociaal inspecteurs van de Dienst voor administratieve controle zijn bevoegd overtredingen bedoeld in het eerste lid, bij proces-verbaal vast te stellen, op basis van gegevens die door de verzekeringsinstellingen worden verstrekt aan het Instituut.

Een afschrift van het proces-verbaal moet op straffe van nietigheid bij ter post aangetekende brief aan de betrokken zorgverlener worden betekend binnen de veertien dagen volgend op de vaststelling.

Voor er enige administratieve geldboete wordt opgelegd, wordt de betrokken zorgverlener uitgenodigd zijn verweer te laten gelden bij de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle.

Het bedrag van de geldboete wordt vastgelegd door de Koning; het mag niet minder zijn dan 125 EUR en mag 12.500 EUR niet overschrijden.

De administratieve boete wordt berekend op basis van het totale bedrag van de tussenkomst van de verzekering in de verstrekkingen waarop de in het eerste lid bedoelde verplichting rust en op basis van de hoeveelheid daadwerkelijke inningen van het persoonlijk aandeel in de loop van een door de Koning vastgestelde referentieperiode. Ingeval van herhaling, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld.

De geldboete wordt opgelegd door de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle en de beslissing wordt bij een ter post aangetekende brief aan de zorgverlener gezonden. De aldus verzonden brief wordt geacht ontvangen te zijn op de eerste werkdag volgend op de afgifte van het schrijven aan De Post. De betekening bevat meer bepaald de motivering van de uitspraak, het bedrag van de administratieve geldboete en de modaliteiten van betaling aan het Instituut. De betekening vermeldt tevens dat tegen de uitspraak beroep kan worden aangetekend bij de arbeidsrechtbank en bepaalt nader de vorm en de termijnen van dat beroep.

De Koning stelt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, vast die door de verzekeringsinstellingen moeten worden verstrekt aan het Instituut alsmede de modaliteiten van de berekening van de geldboete.

Wanneer de schuldenaar in gebreke blijft, worden de definitieve boetes met het oog op inning overgezonden aan de administratie van de Belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 94 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

De opbrengst van de boeten wordt aan het Instituut gestort.

Art. 168quinquies.

§ 1. Een administratieve geldboete van minimum 50 EUR en maximaal 500 EUR wordt opgelegd aan de sociaal verzekerde die op basis van een valse verklaring of een vals bescheid ten onrechte prestaties genoten heeft zoals voorzien in titel III.

Opgeheven door: Wet(prog)(I) 29-3-12 - B.S. 6-4 - ed. 3 - art. 13

§ 2. Wordt uitgesloten van het recht op uitkeringen voor arbeidsongeschiktheid, moederschaps-, vaderschaps- en adoptieverlof voor ten minste 3 en ten hoogste 400 daguitkeringen :

de sociaal verzekerde die, op basis van een valse verklaring of een vals bescheid, ten onrechte uitkeringen genoten heeft;

de sociaal verzekerde die aan de verzekeringsinstelling niet elke wijziging van het inlichtingsblad in te vullen door de gerechtigde meedeelt voor zover deze wijziging een weerslag heeft op de uitkeringen;

de sociaal verzekerde die tijdens een uitkeringsgerechtigde periode :

a) ofwel een activiteit heeft hervat zonder de in artikel 100, § 2, bedoelde toelating of zonder de voorwaarden van de toelating te respecteren;

b) ofwel de verzekeringsinstelling niet op de hoogte gebracht heeft van de hervatting van een activiteit;

c) ofwel zijn inkomsten niet heeft aangegeven aan zijn verzekeringsinstelling.

§ 3. De duur van de uitsluiting voorzien bij § 2 wordt vastgesteld in functie van de duur van de inbreuk:

kan van de uitkeringen uitgesloten worden gedurende ten minste 3 dagen en ten hoogste 49 dagen, de verzekerde die gedurende ten minste 1 dag en ten hoogste 30 dagen een inbreuk heeft begaan;

kan van de uitkeringen uitgesloten worden gedurende ten minste 50 dagen en ten hoogste 120 dagen, de verzekerde die gedurende ten minste 31 dagen en ten hoogste 100 dagen een inbreuk heeft begaan;

kan van de uitkeringen uitgesloten worden gedurende ten minste 150 dagen en ten hoogste 400 dagen, de verzekerde die gedurende ten minste 101 dagen een inbreuk heeft begaan.

Indien er verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kan de leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar een beslissing tot uitsluiting van de uitkeringen nemen voor een kortere duur dan deze ingevolge de toepassing van de in dit artikel vastgelegde regels.

§ 3/1. Wanneer bij het uitspreken van een administratieve geldboete of uitsluiting is vastgesteld dat de sociaal verzekerde generlei administratieve geldboete of uitsluiting is opgelegd in het voorgaande jaar kan de leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar bovendien geheel of gedeeltelijk de geldboete of uitsluiting met uitstel opleggen gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de uitspraak.

Indien de verzekerde gedurende deze termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, dan worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd.

§ 4. In geval van samenloop van verscheidene inbreuken worden de sancties samengevoegd, zonder dat, wat de in paragraaf 2 bedoelde sancties betreft, de zwaarste sanctie bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 3°, mag overschreden worden.

Indien een nieuw inbreuk plaatsvindt binnen twee jaar volgend op de kennisgeving van de beslissing die een administratieve boete of uitsluiting oplegt, kan het bedrag van de boete of de duur van de uitsluiting worden verdubbeld.

§ 5. De kennisgeving aan de sociaal verzekerde van het proces-verbaal van vaststelling van de inbreuken gebeurt middels een aangetekende brief, binnen een termijn van 14 dagen, te rekenen vanaf de dag volgend op de vaststelling van de inbreuk.

§ 6. De sancties worden uitgesproken, hetzij door de leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle, hetzij de door hem aangewezen ambtenaar.

De beslissing wordt genomen nadat de sociaal verzekerde via een aangetekende brief uitgenodigd werd om binnen de 14 dagen zijn verweer te doen gelden.

De beslissing van de leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar bepaalt het bedrag van de geldboete of de periode van uitsluiting.

De beslissing wordt ter kennis gebracht aan de sociaal verzekerde met een aangetekende brief en wordt geacht te zijn ontvangen de eerste werkdag die volgt op het overhandigen van de briefomslag bij de post. Zij heeft uitwerking de dag van de kennisgeving.

De opbrengst van de administratieve geldboeten wordt aan het Instituut overgemaakt.

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen de drie maanden te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving van de beslissing.

§ 7. De definitieve beslissing tot betaling van de geldboete is van rechtswege uitvoerbaar.

Wanneer de verzekerde in gebreke blijft om de boete te betalen wordt de beslissing van de leidend ambtenaar of de gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is getreden aan de FOD Financiën, Administratie van de Belasting op de toegevoegde waarde, registratie en domeinen met het oog op inning van het bedrag van de geldboete overgezonden.

Een kopie van de beslissing van de leidend ambtenaar wordt medegedeeld aan de verzekeringsinstelling.

§ 8. Een uitsluiting of een geldboete kan niet meer worden uitgesproken vanaf de dag dat er vijf jaar verlopen zijn sinds het vergrijp is begaan.

De kennisgeving van het proces-verbaal van vaststelling stuit de verjaring van de inbreuk.

De uitgesproken administratieve sancties verjaren na vijf jaar. De verjaringstermijn neemt een aanvang de dag volgend op de kennisgeving aan de betrokkene.

Nochtans, indien deze beroep heeft ingesteld bij de arbeidsrechtbank, dan wordt de verjaring geschorst totdat een in kracht van gewijsde getreden beslissing een einde heeft gemaakt aan het geding.

De verjaring wordt eveneens geschorst tijdens periodes van werkloosheidsuitkeringen of tijdens periodes waarin het uitkeringsbedrag herleid is tot nul overeenkomstig artikel 136, § 2.

Wanneer de inbreuk heeft aanleiding gegeven tot strafrechtelijke vervolgingen, wordt de verjaring geschorst totdat een in kracht van gewijsde getreden beslissing een einde heeft gemaakt aan het geding.

Wanneer een administratieve sanctie, welke de uitsluiting van prestaties van dezelfde aard voorziet, op een sociaal verzekerde wordt toegepast die reeds onder de toepassing van een vorige sanctie valt, gaat de uitwerking van de nieuwe sanctie enkel in bij het verstrijken van de uitwerking van de vorige sanctie.

Art. 168sexies.

De administratieve sancties vermeld in de artikelen 166, 168, 168bis, 168ter, 168quater en 168quinquies kunnen enkel worden opgelegd, voor zover het openbaar ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 261ter van het Wetboek van strafvordering.

Art. 169.

De inbreuken op de bepalingen van deze wet, zijn uitvoeringsbesluiten en verordeningen, wet, zijn uitvoeringsbesluiten en verordeningen en de overeenkomsten en akkoorden afgesloten krachtens dezelfde wet worden opgespoord en vastgesteld overeenkomstig het Sociaal Srafwetboek.

De sociaal inspecteurs, bedoeld in artikel 16, 1°, van het Sociaal Strafwetboek, beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet, zijn uitvoeringsbesluiten en verordeningen en van de overeenkomsten en akkoorden afgesloten krachtens dezelfde wet.

De inbreuken worden bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek, met uitzondering van de inbreuken lastens de in artikel 2, n), gedefinieerde zorgverleners en gelijkgestelde personen, bedoeld in en vervolgd overeenkomstig de artikelen 73, 73bis, 138 tot 140, 142 tot 146bis, 150, 156, 157, 164 en 174.

Art. 170.

Opgeheven door Wet 6-6-2010 - B.S. 1-7 - ed. 1 - art. 109

Art. 171.

Opgeheven door Wet 6-6-2010 - B.S. 1-7 - ed. 1 - art. 109

Art. 172.

Opgeheven door Wet 6-6-2010 - B.S. 1-7 - éd. 1 - art. 109

Art. 173.

Opgeheven door Wet 6-6-2010 - B.S. 1-7 - ed. 1 - art. 109

Art. 173bis.

Opgeheven bij: Wet (II) 24-12-02 - B.S. 31-12 - ed. 1

...

FR   NL   Table des Matières du document [Affichage standard]