Publié le 26/09/2018
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 3 juli 1996 tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.

Art. 276.


Art. 277.
01/01/1998 § 1.
01/01/1998 De Rijksdienst voor sociale zekerheid en de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten delen voor elk refertejaar voor de bij hen aangesloten werkgevers aan de verzekeringsinstellingen de identificatiegegevens van de werknemer en de verzekerbaarheidsgegevens, bedoeld bij § 3, 1°, mede.
01/01/1998 De Rijksdienst voor sociale zekerheid deelt voor elk refertejaar aan de verzekeringsinstellingen de identificatiegegevens mede van de persoon aan wie een vergoeding, bijslag, rente of kapitaal verschuldigd is krachtens de wetgeving betreffende de vergoeding van de schade voortspruitende uit arbeidsongevallen en die onder toepassing valt van het koninklijk besluit van 21 december 1971 houdende uitvoering van sommige bepalingen van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971, evenals de verzekerbaarheidsgegevens bedoeld bij § 3, 2°.
01/01/1998 De Rijksdienst voor sociale zekerheid deelt voor elk refertejaar aan de verzekeringsinstellingen de identificatiegegevens mede van de persoon aan wie een vergoeding, tegemoetkoming of rente verschuldigd is krachtens de wetgeving op schadeloosstelling inzake beroepsziekten en die onder toepassing valt van het koninklijk besluit van 18 januari 1964 tot regeling van de wijze van inning en verdeling van de sociale verzekeringsbijdragen verschuldigd door de door beroepsziekten getroffenen die gerechtigd zijn op de wet van 24 december 1963 betreffende de schadeloosstelling voor en de voorkoming van beroepsziekten, evenals de verzekerbaarheidsgegevens bedoeld bij § 3, 2°.
01/01/2017 Indien de electronische gegevensoverdracht bedoeld in de punten 1° tot 3° niet mogelijk blijkt of indien de werknemer, het slachtoffer van een arbeidsongeval of van een beroepsziekte niet aangesloten of ingeschreven is bij een verzekeringsinstelling, stuurt de Rijksdienst voor sociale zekerheid of de Rijksdienst voor sociale zekerheid van de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten binnen de twee weken nadat de onmogelijkheid werd vastgesteld om de bijdragebon op electronische wijze te versturen, een papieren bijdragebon hetzij aan de werkgever, hetzij aan Fedris, hetzij aan de verzekeringsonderneming gemachtigd inzake de arbeidsongevallen die op hun beurt de bijdragebon binnen de twee weken aan de werknemer, het slachtoffer van het arbeidsongeval of aan het slachtoffer van de beroepsziekte bezorgen.
01/01/1999 § 2. Opgeheven bij: K.B. 10-7-01 - B.S. 31-7 - ed. 1
01/01/2002 § 3.
01/01/2002 De bijdragebon bedoeld in § 1, 1° vermeldt voor elk kwartaal van het refertejaar het loon waarop de bijdrage voor de uitkeringsverzekering en/of de bijdrage voor de geneeskundige verzorgingsverzekering wordt ingehouden, alsook het tijdvak waarop dit loon betrekking heeft zoals die begrippen respectievelijk in de reglementering inzake sociale zekerheid voor werknemers en in de reglementering inzake sociale zekerheid voor mijnwerkers en ermee gelijkgestelden omschreven zijn. Voor het opmaken van de bijdragebon wordt het loon beperkt tot de uitkomst van de vermenigvuldiging van het maximum dagloon met het aantal arbeidsdagen. Het maximum dagloon is vastgesteld op 143,43 EUR voor de voltijds tewerkgestelde werknemers die volgens de vijfdagenweekregeling zijn tewerkgesteld en op 119,52 EUR voor de voltijdse werknemers tewerkgesteld in een andere regeling, de deeltijds tewerkgestelden, de seizoenarbeiders en de arbeiders bij tussenpozen; die bedragen zijn gekoppeld aan het spilindexcijfer 103,14 (basis 1996= 100 en worden vanaf 1987 jaarlijks op 1 januari aangepast aan het spilindexcijfer dat is bereikt op 1 juli van het voorgaande jaar.
01/01/1998 De bijdragebon vermeldt voor elk kwartaal van het refertejaar eveneens het aantal arbeidsdagen, zoals omschreven in artikel 203 en het aantal dagen gedekt door de vergoeding betaald tijdens de tweede week van het gewaarborgd loon; voor de seizoenarbeiders, de arbeiders bij tussenpozen en de deeltijdse werknemers vermeldt de bijdragebon voor elk kwartaal bovendien het aantal arbeidsuren.
01/01/1998 De bijdragebon vermeldt eveneens voor de vier kwartalen, van het refertejaar de totale som van het loon, het totale aantal arbeidsdagen, het totale aantal dagen gedekt door de vergoeding betaald tijdens de tweede week van het gewaarborgd loon en, in voorkomend geval, het totale aantal arbeidsuren.
01/01/1998 Het bewijs van leerovereenkomst voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst wordt door de werkgever uitgereikt binnen de twee maanden na het einde van het refertejaar of binnen de twee maanden na het einde van de leerovereenkomst. Dit bewijs vermeldt, voor elk kwartaal van het refertejaar het aantal arbeidsdagen en -uren. Het vermeldt tevens het totale aantal arbeidsdagen en -uren voor de vier kwartalen samen van het refertejaar.
01/01/1998 De bijdragebon bedoeld in § 1, 2° en 3° vermeldt met name, voor elk kwartaal van het kalenderjaar, de aard van de schadeloosstelling, het bedrag van die schadeloosstelling waarop de bijdrage voor geneeskundige verzorging en uitkeringen moet worden ingehouden, het tijdvak waarop ze betrekking heeft, alsmede de graad van ongeschiktheid.
01/01/1998 Die bijdragebon vermeldt tevens het bedrag van de schadeloosstelling voor de vier kwartalen samen van het kalenderjaar.

Art. 278.

FR   NL   [Affichage pour impression]