PubliÚ le 07/08/1971
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 20 juli 1971 houdende instelling van een uitkeringsverzekering en een moederschapsverzekering ten voordele van de zelfstandigen en van de meewerkende echtgenoten

Art. 36.


Art. 37.
01/05/2003 De uitkeringen verschuldigd aan gerechtigden die ge´nterneerd zijn met toepassing van de artikelen 7 of 21 van de wet van 1 juli 1964 tot bescherming van de maatschappij tegen abnormalen en gewoontemisdadigers, moeten onder de volgende voorwaarden worden uitbetaald:
01/05/2003 1░ wanneer de ge´nterneerde geplaatst is in een inrichting tot bescherming van de maatschappij:
01/05/2003 a) aan de voogd, als de betrokkene onbekwaam is verklaard;
01/05/2003 b) aan de voorlopige bewindvoerder, aangesteld met toepassing van artikel 1246 van het Gerechtelijk Wetboek, als de onbekwaamverklaring van de ge´nterneerde werd gevorderd;
01/05/2003 c) aan de voorlopige bewindvoerder, aangesteld door de commissie tot bescherming van de maatschappij of door de vrederechter met toepassing van artikel 29 van voormelde wet van 1 juli 1964.
01/05/2003 Bij ontstentenis van enige aanstelling:
01/05/2003 - aan de gerechtigde zelf, aan zijn lasthebber of, in de laatste plaats, aan zijn zaakwaarnemer, ongeacht of dit de directeur van de instelling dan wel een ander persoon is, als de gerechtigde een ontvoogde minderjarige of een meerderjarige is;
01/05/2003 - aan de persoon die het ouderlijk gezag uitoefent, als het een minderjarige betreft die uitsluitend onder ouderlijk gezag staat;
01/05/2003 - aan de voogd, als het een minderjarige betreft die hetzij uitsluitend onder voogdij, hetzij tegelijkertijd onder ouderlijk gezag en onder voogdij staat;
01/05/2003 2░ wanneer de ge´nterneerde in een psychiatrische dienst opgenomen is, worden de uitkeringen uitbetaald overeenkomstig de bepalingen van artikel 36.

Art. 38.

FR   NL   [Affichage pour impression]