Publié le 24/03/1954
   

FR   NL  

Wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut

Art. 12.


Art. 13.
25/04/2004 § 1. De betrokken Minister en de Minister van Financiën kunnen, in onderlinge overeenstemming, bij de in artikel 1 opgesomde organismen één of meer revisoren aanwijzen; bedoelde revisoren worden onder de leden van het Instituut voor bedrijfsrevisoren gekozen.
25/04/2004 § 2. De revisoren zijn gelast op de geschriften controle uit te oefenen en ze juist en echt te verklaren.
25/04/2004 Zij kunnen kennis nemen, zonder verplaatsing, van de boekhouding en de comptabiliteitsbescheiden, de briefwisseling, de notulen, de periodieke toestandsopgaven en, over het algemeen, van alle geschriften. Zij zien de samenstelling na van de goederen en van de waarden die aan de organismen toebehoren of waarvan deze het gebruik hebben of waarvoor zij het beheer voeren.
25/04/2004 Zij mogen zich niet met het beheer van de organismen bemoeien.
25/04/2004 § 3. Zij sturen ten minste éénmaal 's jaars ter gelegenheid van het opmaken van de balans en van de verlies- en winstrekening of van de jaarlijkse rekening, aan de betrokken Minister, aan de Minister van Financiën en aan de organen van bestuur van de instelling, een verslag over het actief en het passief, evenals over de bedrijfsuitkomsten. Zij wijzen hen onverwijld op elk verzuim, op elke onregelmatigheid en, in het algemeen, op elke toestand die de solvabiliteit en de liquiditeit van het organisme in het gedrang kan brengen.
25/04/2004 § 4. Opgeheven bij: Wet 17-6-1991 - B.S. 9-7.

Art. 14.

FR   NL   [Affichage pour impression]