Publié le 18/01/2017
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, § 1, 5° van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 32.


Bijzondere situaties

Art. 33.

§ 1. Wanneer de gerechtigde zich bevindt in de situatie bedoeld in artikel 32, eerste lid, 4° van de gecoördineerde wet en bij de aanvang van haar rust de bij één van de artikelen 23 tot 27 gestelde voorwaarden vervulde, wordt het gederfde loon berekend alsof de arbeidsongeschiktheid was aangevangen op de eerste dag van de arbeidsonderbreking, volgens het gemiddeld dagloon waarop zij op deze dag aanspraak kon maken.

Het loon voor overwerk zoals omschreven in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 wordt in aanmerking genomen op voorwaarde dat het minstens 10 pct. van het totale loon vertegenwoordigt dat zou in aanmerking kunnen worden genomen om de uitkeringen te berekenen gedurende de referteperiode die eindigt daags voor de arbeidsonderbreking, en die aanvat ten vroegste bij het begin van hetzelfde kalenderkwartaal of later, bij het begin van de laatste stabiele tewerkstelling als zij is aangevat na het begin van hetzelfde kalenderkwartaal.

§ 2. Als een tijdvak van arbeidsongeschiktheid onmiddellijk volgt op een tijdvak van moederschapsbescherming als bedoeld in artikel 114 of 114bis van de gecoördineerde wet, moet als gederfd loon voor het berekenen van de arbeidsongeschiktheidsuitkering het gederfde loon in aanmerking genomen worden dat met toepassing van artikel 45 is bepaald op de eerste dag van het tijdvak van moederschapsbescherming. De bepalingen van artikel 42, § 1, tweede lid, die niet in aanmerking werden genomen voor de berekening van de moederschapsuitkering tijdens een tijdvak van moederschapsbescherming als bedoeld in artikel 114 van de gecoördineerde wet zijn nochtans van toepassing voor de berekening van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen in het geval bedoeld in deze paragraaf.

§ 3. De in § 2 bedoelde bepaling is niet van toepassing op de onthaalmoeders bedoeld in artikel 3, 9°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.

§ 4. Opgeheven door: Verord. 18-11-15 - B.S. 29-12 - art. 4


Art. 34.

FR   NL   [Affichage standard]