Publié le 24/03/1954
   

FR   NL  

Wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut

Art. 2.


Art. 3.
25/04/2004 § 1. Het ontwerp van begroting van de organismen van categorie A wordt opgemaakt door de Minister van wie zij afhangen en door hem overgemaakt aan de Minister van Financiën.
25/04/2004 Het wordt toegevoegd aan het ontwerp van algemene uitgavenbegroting, bedoeld in artikel 9 van de wet van 28 juni 1963 tot wijziging en aanvulling van de wetten op de Rijkscomptabiliteit. De begrotingen van deze instellingen worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers goedgekeurd.
25/04/2004 Deze goedkeuring geschiedt door de goedkeuring van de desbetreffende bepalingen in de wet tot vaststelling van de algemene uitgavenbegroting.
25/04/2004 § 2. Het ontwerp van begroting van de organismen van de categorieën B en C, wordt opgemaakt door de organen van beheer en goedgekeurd door de Minister van wie het organisme afhangt, en door de Minister van Financiën.
25/04/2004 De begroting van de instellingen van categorie B wordt aan de Kamers (lezen Kamer van volksvertegenwoordigers) meegedeeld als bijlage bij de verantwoording van de algemene uitgavenbegroting; zolang de begroting nog niet is goedgekeurd door de betrokken ministers, wordt het ontwerp van deze begroting aan de Kamer van volksvertegenwoordigers medegedeeld.
25/04/2004 Evenwel wanneer het houden van een comptabiliteit der vastleggingen wordt ingericht in een instelling van categorie B bij toepassing van artikel 6bis, § 1, van onderhavige wet, wordt het maximumbedrag der vastleggingen inzake investeringen bepaald door een bijzondere beschikking in de algemene uitgavenbegroting.
25/04/2004 § 3. Het ontwerp van begroting van de instellingen van categorie D wordt door de beheersorganen opgemaakt. Het wordt goedgekeurd door de Minister onder wie de instelling ressorteert, mits de Minister van Financiën een gelijkluidend advies geeft; bij gebreke aan dit advies binnen een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de overmaking aan de Minister van Financiën van het ontwerp van begroting, wordt de begroting geacht te zijn goedgekeurd.
25/04/2004 Synoptische tabellen van de verrichtingen van die instellingen zijn als bijlage gevoegd bij de verantwoording van de algemene uitgavenbegroting. Deze tabellen hergroeperen, eendeels de budgettaire uitgaven en inkomsten, anderdeels de kosten en de opbrengsten van deze organismen. Deze documenten, die volgens een type-programmastructuur worden voorgesteld, verschaffen, in deze twee domeinen, inlichtingen over:
25/04/2004 - de vooruitzichten voor het volgende jaar;
25/04/2004 - de vooruitzichten voor het lopende jaar;
25/04/2004 - de gekende realisaties van het voorgaande jaar.
25/04/2004 Gelijkaardige synoptische tabellen over heel de sociale zekerheid en hun repartitie per tak zijn bij de Algemene toelichting op de Begroting gevoegd. Bedoelde documenten, die een schatting zijn, worden opgemaakt aan de hand van deze ministeriële tabellen.
25/04/2004 § 4. Op de voordracht van de Minister van Financiën stelt de Koning de datum vast, waarop de ontwerpen van begroting worden opgemaakt, en regelt hij de mededeling hiervan aan de bevoegde overheden.
25/04/2004 § 5. De Ministerraad of het door de Koning aangewezen Ministerieel comité waakt erover dat de instellingen bedoeld bij artikel 1 hun ontvangsten en uitgaven in overeenstemming brengen met het economische, sociale en financiële beleid van de Staat.
25/04/2004 Te dien einde worden de begrotingen van de betrokken instellingen bij het comité bedoeld in alinea 1 aanhangig gemaakt, onder de voorwaarden die het bepaalt, hetzij om, vóór hun goedkeuring, de algemene inhoud ervan vast te leggen, hetzij om richtlijnen vast te stellen voor hun uitvoering.
25/04/2004 De instellingen zullen, met het oog op dit onderzoek, uitgenodigd worden hun activiteitsvooruitzichten voor te stellen alsmede de hiermede verbonden budgettaire gevolgen voor een periode van verschillende jaren.
25/04/2004 Hetzelfde comité zal periodiek het verslag betreffende de uitvoering van deze begrotingen aanhoren.
25/04/2004 § 6. De beslissingen getroffen door de Ministerraad of het Ministerieel comité, in uitvoering van § 4, worden ter kennis gebracht van de instelling, door de Voogdijminister en door de Minister die de Begroting in zijn bevoegdheid heeft. De instelling is er toe gehouden zich er naar te schikken.
25/04/2004 § 7. De ontstentenis van overmaking door een instelling van haar ontwerp van begroting en de bijkomende bijlagen heeft als gevolg de blokkering van de eventuele stortingen van de Rijkstussenkomsten in het voordeel van deze instelling, overeenkomstig door de Koning vast te stellen modaliteiten.

Art. 4.

FR   NL   [Affichage pour impression]