d'application à partir du 01/04/2003
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd

Art. 17.


Art. 18.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
§ 1. De in artikel 4, 12°, bedoelde rechthebbenden bewijzen dat ze de hoedanigheid van gerechtigde bezitten, door de afgifte van een getuigschrift dat hun door hun geestelijke overheid wordt bezorgd.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
Het in het vorige lid bedoelde getuigschrift wordt door de gerechtigde aan zijn verzekeringsinstelling bezorgd.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
De persoon die de hiervorenbedoelde hoedanigheid van gerechtigde niet meer bezit, bezorgt aan de verzekeringsinstelling waarbij hij is aangesloten of ingeschreven, een document dat het verlies van die hoedanigheid bevestigt en dat wordt afgeleverd door de geestelijke overheid waarvan hij afhing.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
§ 2. De inschrijving van de gerechtigden bedoeld in § 1 is slechts geldig indien uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal volgend op het kwartaal waarin de inschrijving werd gevraagd het bedrag van een trimestriële bijdrage wordt betaald.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
§ 3. De in § 1 bedoelde gerechtigden moeten een driemaandelijkse bijdrage betalen waarvan het bedrag is vastgesteld op 65,12 EUR. Dit bedrag wordt verminderd tot 18,62 EUR voor de vorenbedoelde gerechtigden die de leeftijd van vijfenzestig jaar hebben bereikt. Dit bedrag is van toepassing vanaf het kwartaal gedurende hetwelk deze leeftijd wordt bereikt.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
Zijn evenwel vrijgesteld van de betaling van elke bijdrage, de in § 1 bedoelde gerechtigden die recht hebben op een van de voordelen die nader zijn bepaald in artikel 37, § 19, 1°, of 3°, van de gecoördineerde wet. De voornoemde gerechtigden genieten de vrijstelling van de betaling van bijdragen onder dezelfde voorwaarden en voor dezelfde periode als die welke overeenkomstig artikel 7 van het voormeld koninklijk besluit van 8 augustus 1997 ter bepaling van de inkomensvoorwaarden en de voorwaarden in verband met de ingang, het behoud en de intrekking van het recht op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, welke bedoeld zijn in artikel 37, § 1, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, van toepassing zijn voor de toekenning van het recht op een verhoogde verzekeringstegemoetkoming in geval van recht op één van de voormelde voordelen.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
Die bijdrage is verschuldigd voor elk kwartaal tijdens hetwelk de voornoemde hoedanigheid van gerechtigde bestaat en vanaf het kwartaal in de loop waarvan die hoedanigheid is verworven. De bijdrage is evenwel niet verschuldigd gedurende de periode tijdens welke de gerechtigde door de geestelijke overheid waarvan hij afhangt, naar het buitenland wordt gestuurd.

Art. 19.

FR   NL   [Affichage pour impression]