d'application à partir du 01/04/2003
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd

Art. 20.


Afdeling V : Opgeheven door: Wet 26-3-07 - B.S. 27-4 - ed. 2
Art. 21.
P 01/04/2003
  -31/12/2007
De hoedanigheid van persoon ten laste wordt onder de bij dit artikel bepaalde voorwaarden toegekend aan de volgende personen:
P 01/04/2003
  -31/12/2007
de echtgenoot of echtgenote van de vrouwelijke of mannelijke gerechtigde. De van tafel en bed of feitelijk gescheiden echtgenoot of echtgenote kan persoon ten laste zijn, wanneer hij of zij zich in een van de gevallen bevindt, bedoeld in artikel 123, 1, van vorenbedoeld koninklijk besluit van 3 juli 1996;
P 01/04/2003
  -31/12/2007
de persoon die samenwoont met de gerechtigde wanneer hij de voorwaarden vervult die zijn vastgelegd in artikel 123, 2, van het vorenbedoeld koninklijk besluit van 3 juli 1996;
P 01/04/2003
  -31/12/2007
de kinderen die zijn opgesomd in artikel 123, 3, van het vorenbedoeld koninklijk besluit van 3 juli 1996;
P 01/04/2003
  -31/12/2007
de ascendenten van de gerechtigde of van zijn of haar echtgeno(o)t(e) en, eventueel hun stiefvaders en stiefmoeders, in de zin van artikel 123, 4, van het vorenbedoeld koninklijk besluit van 3 juli 1996.


Art. 22.

FR   NL   [Affichage pour impression]