d'application Ó partir du 01/04/2003
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 29 december 1997 houdende de voorwaarden waaronder de toepassing van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994, tot de zelfstandigen en de leden van de kloostergemeenschappen wordt verruimd

Art. 41.


Art. 42.

ž 1. De arbeidsongeschiktheidserkenning in het raam van het koninklijk besluit van 20 juli 1970 tot verruiming van de werkingssfeer van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging tot de minder-validen, geldt tevens, en voor dezelfde duur, als arbeidsongeschiktheidserkenning door de geneesheer-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige controle, zoals bedoeld in artikel 5, 1░.

De vrouwelijke gerechtigde, die op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit arbeidsongeschikt was erkend tot de leeftijd van zestig jaar in het kader van het voornoemde koninklijk besluit van 20 juli 1970, is rechthebbende op de in artikel 34 van de voornoemde geco÷rdineerde wet opgesomde verstrekkingen die niet beoogd worden in artikel 1 van dit besluit, zoals bedoeld in artikel 5.

ž 2. De hoedanigheid van gerechtigde die overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 28 juni 1969 tot verruiming van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging tot de leden van de kloostergemeenschappen bestond, op de dag voor de inwerkingtreding van dit besluit, wordt gelijkgesteld met de hoedanigheid van gerechtigde als bedoeld in artikel 33, eerste lid, 2░, van de voormelde geco÷rdineerde wet, en dit voor de duur waarover de hoedanigheid van gerechtigde, zoals bedoeld in artikel 1 van het voormeld koninklijk besluit van 28 juni 1969, behouden blijft overeenkomstig dat besluit.


Art. 43.

FR   NL   [Affichage standard]