Publié le 03/12/1966
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966

Art. 4.


Art. 5.
03/02/1995 De bij artikel 4 bedoelde bijzitters en secretaris worden benoemd door de Vaste Wervingssecretaris, die tevens plaatsvervangende bijzitters mag aanduiden, mits zij aan dezelfde vereisten beantwoorden als de bijzitters die zij bij afwezigheid of verhindering vervangen.
03/02/1995 Om de examencommissies beter aan de specifieke eisen van bepaalde taalexamens te kunnen aanpassen is de Vaste Wervingssecretaris ertoe gemachtigd het door artikel 4 voorgeschre+ven aantal bijzitters terug te brengen tot twee, door geen geroep te doen op de ambtenaar waarvan sprake in dat artikel, en één of meer commissieleden als genoemd bij datzelfde artikel te vervangen door personen die daarvoor wegens hun bevoegdheid of specialiteit bijzonder in aanmerking komen.
03/02/1995 Om in de examencommissies te zetelen moeten de professoren en leraren tot rijksinrichtingen of tot door de Staat erkende of gesubsidieerde instellingen behoren of behoord hebben. Bij hun aanstelling zal een passend evenwicht in acht genomen worden tussen het officieel en het vrij onderwijs.
03/02/1995 De samenstelling van de examencommissies wordt aangeplakt op de zetel van het Vast Wervingssecretariaat en, eventueel op de zetel van de dienst waar het examen wordt gehouden bij toepassing van artikel 3, tweede lid.

HOOFDSTUK IV - AARD EN PEIL VAN DE TAALEXAMENS

Art. 6.

FR   NL   [Affichage pour impression]