PubliÚ le 08/07/2009
   

FR   NL  

Verordening van 16 april 1997 tot uitvoering van artikel 80, ž 1, 5░ van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, geco÷rdineerd op 14 juli 1994

Art. 48.


Art. 49.
01/12/1997 ž 1. De gerechtigde bezorgt aan haar verzekeringsinstelling zo vroeg mogelijk het door het gemeentebestuur uitgereikte geboortebewijs of, bij ontstentenis hiervan, een geneeskundige verklaring die de bevalling bevestigt, of een uittreksel uit de geboorteakte.
01/01/2006 De bepalingen van artikel 18 zijn van toepassing bij het einde van het tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114 van de geco÷rdineerde wet.
01/09/2006 ž 2. De gerechtigde die haar nabevallingsrust wenst te verlengen krachtens artikel 114, vijfde lid, van de geco÷rdineerde wet, bezorgt bij het verstrijken van het tijdvak van nabevallingsrust aan haar verzekeringsinstelling een getuigschrift van de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat de voorwaarden van de voormelde bepaling vervuld zijn, met vermelding van de duur van opname van de pasgeborene.
01/01/2004 In voorkomend geval bezorgt de gerechtigde bij het einde van de verlenging, zoals bepaald in het eerste lid, aan haar verzekeringsinstelling een nieuw getuigschrift van de verplegingsinrichting waaruit blijkt dat tijdens deze verlenging de pasgeborene verder in de verplegingsinrichting heeft verbleven met vermelding van de duur van de opname.
01/01/2006 De bepalingen van artikel 18 zijn van toepassing bij het einde van het alzo verlengde tijdvak van moederschapsbescherming.
01/04/2009 ž 3. De werkneemster die gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om een gedeelte van de facultatieve nabevallingsrust om te zetten in verlofdagen van postnatale rust, overeenkomstig artikel 114, zesde lid, van de geco÷rdineerde wet, brengt haar verzekeringsinstelling op de hoogte van haar voornemen door het toezenden van de planning die zij eveneens overmaakt aan haar werkgever overeenkomstig artikel 39, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971, ten laatste vier weken vˇˇr het einde van de verplichte nabevallingsrust.
01/04/2009 De werkneemster bezorgt vervolgens haar verzekeringsinstelling, binnen de acht dagen die volgen op het einde van de ononderbroken nabevallingsrust, een door haar werkgever ingevulde, gedateerde en ondertekende verklaring die de datum bevestigt waarop zij haar beroepsactiviteiten heeft hervat onder de voorwaarden bedoeld in artikel <39>39<derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971>, derde lid, van de arbeidswet van 16 maart 1971.
01/04/2009 Wanneer de werkneemster alle dagen verlof die voortvloeien uit de voormelde omzetting opgenomen heeft, bezorgt de werkgever aan de werkneemster een verklaring die de data van de verlofdagen van postnatale rust vermeldt, evenals het aantal overeenstemmende uren van verlof indien de werkneemster deeltijds was tewerkgesteld bij de aanvang van de moederschapsrust.
01/04/2009 De werkneemster bezorgt deze verklaring die geldt als een uitkeringsaanvraag, aan haar verzekeringsinstelling. Deze gaat zo spoedig mogelijk over tot de betaling van de uitkering verschuldigd voor de verlofdagen van postnatale rust.

Afdeling IV.- Te vervullen formaliteiten voor het bekomen van de moederschapsuitkering tijdens een tijdvak van moederschapsbescherming bedoeld in artikel 114bis van de geco÷rdineerde wet

Art. 50.

FR   NL   [Affichage pour impression]