Publié le 19/12/2018
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 6 december 2018 betreffende de vergoeding van weesgeneesmiddelen en van de farmaceutische specialiteiten die in het kader van een zeldzame ziekte vergoedbaar zijn

Art. 7.


Art. 8.
01/01/2019 § 1. De adviserend arts van de verzekeringsinstelling gaat na of de aanvraag alle nodige inlichtingen bevat en vraagt desevallend de arts-specialist om bijkomende informatie.
01/01/2019 § 2. Op basis van het volledig bevonden individueel dossier onderzoekt de adviserend arts vervolgens ten gronde of de rechthebbende voldoet aan de vergoedingsvoorwaarden van de betrokken specialiteit en beslist, onverminderd de bepalingen van § 3, naar gelang het geval, tot het al of niet verlenen van een machtiging tot terugbetaling aan de rechthebbende.
01/01/2019 § 3. De adviserend arts wint vooraf, voor alle eerste terugbetalingsaanvragen en voor alle eerste verlengingsaanvragen, bij het betrokken College advies in omtrent de te nemen beslissing. Hij kan dit ook doen voor alle andere gevallen waarvoor hij dit nodig acht. Voor de daarop volgende verlengingsaanvragen is de voorafgaande raadpleging van het College niet vereist maar als hij dit nodig acht, kan de adviserend-arts altijd het advies vragen van het College.
01/01/2019 De adviserend arts stuurt het College:
01/01/2019 - de beveiligde versie van het volledige dossier
01/01/2019 - en de terugbetalingsperiode waarop de aanvraag betrekking heeft,
01/01/2019 en dit binnen een termijn van zeven werkdagen na de dag waarop de behandelende arts-specialist de aanvraag ingediend heeft.
01/01/2019 Elke voorafgaande vraag om bijkomende informatie, geadresseerd aan de arts-specialist, schort de termijn van zeven werkdagen op.
01/01/2019 § 4. Het College verleent zijn advies binnen een termijn van dertig werkdagen vanaf de dag dat het volledige dossier aan de leden van het College voorgelegd wordt.

Art. 9.

FR   NL   [Affichage pour impression]