d'application à partir du 06/09/1994
   

FR   NL  

Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994

Art. 140.


Art. 141.
06/09/1994
  -14/02/2003
§ 1. Het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle is er mede belast:
06/09/1994
  -14/02/2003
met de medewerking van het personeel van die Dienst in te staan voor de geneeskundige controle op de prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging en van de uitkeringsverzekering. Wat de in artikel 139, 2°, vermelde opdracht betreft, is de bevoegdheid van het Comité beperkt tot het uitoefenen van toezicht op de administratieve uitvoering van deze opdracht;
06/09/1994 de normen en richtlijnen vast te stellen met het oog op de organisatie van de geneeskundige controle;
06/09/1994
  -14/02/2003
de procedure te bepalen volgens welke de onderzoeken, bedoeld in artikel 146, vierde lid, worden ingesteld en uitgevoerd en hierop tevens toezicht uit te oefenen, zonder dat evenwel afbreuk kan worden gedaan aan het initiatiefrecht van de Dienst voor geneeskundige controle en aan het geheim van het onderzoek zolang dit onderzoek niet is voltooid;
06/09/1994
  -06/09/2017
het reglement voor de erkenning van de adviserend geneesheren op te maken;
06/09/1994
  -09/01/2009
de Koning het statuut en de bezoldiging van de adviserend geneesheren voor te stellen;
06/09/1994
  -06/09/2017
vast te stellen voor welk aantal rechthebbenden de verzekeringsinstellingen verplicht zijn een adviserend geneesheer in dienst te nemen;
06/09/1994
  -09/05/2014
alle passende maatregelen te treffen ter uitoefening van de geneeskundige controle ingeval de verzekeringsinstellingen niet het vereiste aantal adviserend geneesheren in dienst nemen binnen de in artikel 154 bedoelde termijnen;
06/09/1994
  -14/02/2003
de werkingsregelen van de Dienst voor geneeskundige controle vast te stellen;
06/09/1994
  -14/02/2003
naar de in § 2 bedoelde beperkte kamers de vaststellingen te verwijzen gedaan ten laste van personen of inrichtingen die gemachtigd zijn om geneeskundige verstrekkingen te verlenen en tegen wie de in artikel 156 bedoelde straffen kunnen worden uitgesproken;
06/09/1994
  -06/09/2017
10° in hoger beroep de geschillen van geneeskundige aard tussen adviserend geneesheren en geneesheren-inspecteurs te beslechten, behoudens die waarbij de rechten van de rechthebbenden in het geding komen;
06/09/1994
  -14/05/2007
11° het tuchtrecht uit te oefenen ten aanzien van de geneesheren-inspecteurs en apothekers-inspecteurs, bedoeld in artikel 146, alsmede van de adviserend geneesheren bedoeld in artikel 153;
06/09/1994 12° de regelen voor te stellen tot het vergoeden van de kosten, door de Dienst gedragen voor het uitvoeren van andere taken die hem door de Koning worden opgedragen;
06/09/1994
  -14/02/2003
13° binnen de door de Koning te bepalen termijnen verslagen op te maken, in het bijzonder met betrekking tot:
06/09/1994
  -14/02/2003
a) de frequentie van de arbeidsongeschiktheid;
06/09/1994
  -21/02/2002
b) zijn bevindingen inzake de toepassing van de wets- en verordeningsbepalingen betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging;
06/09/1994
  -31/12/2014
14° de in 13° bedoelde verslagen, samen met de aanbevelingen ingegeven door zijn bevindingen te bezorgen, het eerste aan de Minister, aan het Algemeen comité en aan het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen, het tweede aan de Minister, aan het Algemeen comité en aan de Algemene raad;
06/09/1994
  -14/02/2003
15° het Algemeen comité de begroting van de administratiekosten van de Dienst voor geneeskundige controle voor te stellen;
06/09/1994
  -01/01/1996
16° het Algemeen comité, in de gevallen waarin dit Comité ter zake bevoegd is, de aanwerving, de benoeming, de dienstaanwijzing, de bevordering, het ontslag en de afzetting van het personeel van de Dienst voor geneeskundige controle voor te stellen, alsmede de aan dat personeel op te leggen tuchtstraffen;
06/09/1994
  -05/07/2009
17° te beslissen over de rechtsvorderingen binnen zijn bevoegdheid.
06/09/1994
  -14/02/2003
In geval van dringende noodzaak kan de leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige controle beslissen over de rechtsvordering. Die vordering wordt ter goedkeuring aan het Comité voorgelegd op zijn eerstvolgende vergadering. Indien die goedkeuring wordt geweigerd, dient van de ingestelde vordering afstand te worden gedaan;
06/09/1994 18° zijn huishoudelijk reglement op te stellen.
06/09/1994 Wanneer het Comité de hem bij het eerste lid, 2°, 8° en 18°, opgedragen taken niet vervult, wordt het daarom verzocht door de Minister.
06/09/1994 Wordt aan dat verzoek geen gevolg gegeven binnen een termijn van dertig dagen, dan treft de Minister maatregelen in de plaats van het in gebreke blijvende Comité.
06/09/1994
  -14/02/2003
De Koning kan, na advies van het Comité, de Dienst voor geneeskundige controle andere geneeskundige taken opdragen; Hij stelt eveneens de wijze van vergoeding van de met deze taken gepaard gaande kosten vast.
06/09/1994
  -14/02/2003
§ 2. Het Comité richt in zijn schoot ten minste twee beperkte kamers op; deze zijn alleen belast met de toepassing van de bepalingen van 9° en 10° van § 1, eerste lid.
06/09/1994
  -14/02/2003
Die kamers worden voorgezeten door een ondervoorzitter van het Comité of door zijn plaatsvervanger en bestaan bovendien uit een van de in artikel 140, eerste lid, 4°, bedoelde leden, alsook uit twee leden bij gewone meerderheid aangewezen door elk van de in artikel 140, eerste lid, 2° en , bedoelde groepen. Die kamers bestaan tevens uit evenveel plaatsvervangers die worden aangewezen volgens dezelfde procedure als de werkende leden. Het aantal plaatsvervangers is echter nooit kleiner dan twee.
06/09/1994
  -14/02/2003
De ter zitting opgekomen voorzitter en leden zijn stemgerechtigd.
06/09/1994
  -14/02/2003
Wanneer die kamers dossiers onderzoeken met betrekking tot de tandheelkundigen, de verplegingsinrichtingen, de instellingen of de beoefenaars van de beroepen, respectievelijk bedoeld in artikel 140, eerste lid, 8° tot en met 21°, worden de leden aangewezen door de groep waarvan sprake is in artikel 140, eerste lid, 3°, vervangen door de leden van de respectievelijk in 5° of in 7° tot en met 21° van genoemd artikel bedoelde groepen, terwijl het in artikel 140, eerste lid, 4°, bedoelde lid geen zitting heeft, behoudens wanneer het behandelde dossier betrekking heeft op een zorgverlener die onder meer de hoedanigheid van geneesheer heeft. Wanneer die kamers een dossier behandelen dat betrekking heeft op een zorgverlener die tot verscheidene groepen behoort, wijzen de betrokken groepen in gemeen overleg de leden aan van wie de bekwaming de meest passende is. In geval van betwisting wijst de voorzitter van het Comité de leden aan.
06/09/1994
  -14/02/2003
Wanneer die kamers dossiers met betrekking tot de apothekers onderzoeken, worden de leden aangewezen door de in artikel 140, eerste lid, 3°, bedoelde groep vervangen door de leden van de in 6° van dat artikel bedoelde groep; bovendien wordt het in artikel 140, eerste lid, 4°, bedoelde lid vervangen door een apotheker die door de Nationale Raad van de Orde van apothekers is aangewezen.
06/09/1994
  -14/02/2003
Alle leden worden ter terechtzitting opgeroepen; is een werkend lid verhinderd de terechtzitting bij te wonen, dan wordt een plaatsvervanger verzocht hem daarop te vervangen.
06/09/1994
  -14/02/2003
Wanneer die procedure is gevolgd, houdt een kamer op geldige wijze zitting indien, benevens de voorzitter en het lid van de Raad van de Orde, onverminderd het bepaalde bij het achtste lid, eveneens één van de in artikel 140, eerste lid, 2°, bedoelde leden en, volgens het in het zesde en achtste lid bedoelde onderscheid, hetzij een in artikel 140, eerste lid, 3°, bedoeld lid, hetzij een lid van de in artikel 140, eerste lid, 5° tot 21°, bedoelde groepen tegenwoordig zijn.
06/09/1994
  -14/02/2003
Telkens als de leden van één van de beide groepen, bedoeld in artikel 140, eerste lid, 2° en 3°, talrijker opkomen dan de leden van de andere groep, wijst de kamer, ten einde de gelijkheid te herstellen, in gemeen overleg het lid van de talrijkst opgekomen groep aan dat niet stemgerechtigd is; wordt men het niet eens, dan wordt het stemrecht ontnomen aan het jongste lid van de groep. Op dezelfde wijze wordt tewerk gegaan wanneer de in artikel 140, eerste lid, 3°, bedoelde leden vervangen worden door de leden van een van de in artikel 140, eerste lid, 5° tot 21°, bedoelde groepen.
06/09/1994
  -14/02/2003
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van degenen die aan de stemming deelnemen; bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.

Art. 142.

FR   NL   [Affichage pour impression]