Publié le 02/08/1985
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 23 juli 1985 tot vaststelling van de criteria tot verdeling van de rijkstegemoetkomingen toegekend aan de tak geneeskundige verzorging van de regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering voor werknemers

Artikel 1.

Volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging, verleent het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering aan iedere verzekeringsinstelling een deel van de krachtens artikel 26, tweede lid, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers aan de tak geneeskundige verzorging toegekende Rijkstegemoetkomingen, vastgesteld naar rata van het product van het aantal gerechtigden van iedere verzekeringsinstelling berekend met toepassing van de bepalingen van het tweede lid, en de correctiefactor bedoeld in het derde lid.

Voor de toepassing van dit artikel wordt uitgegaan van de som van het aantal gerechtigden bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3 en 7 tot en met 9, het aantal in artikel 22, eerste lid, 7, van de wet van 9 augustus 1963 tot instelling en organisatie van een regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering bedoelde gerechtigden die naargelang het mannelijke of vrouwelijke gerechtigden betreft, de leeftijd van respectievelijk 65 of 60 jaar hebben overschreden, en het aantal gerechtigden aan wie de in artikel 50 van dezelfde wet bedoelde invaliditeitsuitkeringen worden toegekend. Het aantal gerechtigden bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3, wordt vastgesteld op basis van het quotiënt van het aantal werkloosheidsdagen, aangegeven voor het tweede kwartaal van het betrokken dienstjaar, en het aantal uitkeringsdagen in datzelfde kwartaal. Voor de andere categorieën wordt rekening gehouden met het gemiddelde aantal gerechtigden, vastgesteld over de laatste drie gekende dienstjaren.

De correctiefactor is het resultaat van de breuk waarvan de teller is samengesteld uit de in het vorige lid bedoelde aantal gerechtigden van iedere verzekeringsinstelling, en de noemer uit het aantal primaire uitkeringsgerechtigden van dezelfde verzekeringsinstelling. Voor het vaststellen van de teller wordt het aantal gerechtigden bedoeld in artikel 21, eerste lid, 3, vermenigvuldigd met 0,8 en het aantal gerechtigden aan wie de in artikel 50 bedoelde invaliditeitsuitkeringen worden toegekend vermenigvuldigd met 1,5.


Art. 2.

FR   NL   [Affichage standard]