Publié le 03/12/1966
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 30 november 1966 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966

Art. 14.


Art. 14bis.
03/02/1995 Voor de ambtenaren van de carrière Buitenlandse Dienst die benoemd zijn vóór 1 januari 1938 en die een examen waarvan de stof de kennis van de tweede landstaal omvatte, hebben afgelegd als voorgeschreven in de artikelen 18, 3, van het koninklijk besluit van 15 juli 1920 betreffende de inrichting van het diplomatiek korps, en 5, 3, van het koninklijk besluit van 15 juli 1920 houdende wederinrichting van het consulair korps, zoals ze gewijzigd zijn bij de koninklijke besluiten van 30 november 1924, is het programma van het taalexamen, voorgeschreven in artikel 47, § 5, van eerder vermelde gecoördineerde wetten, vastgesteld als volgt:
03/02/1995 een mondeling examen over algemene onderwerpen in verband met hun ambt.
03/02/1995 Om voor dat examen te slagen moet de ambtenaar 5/10den van de punten behalen.
03/02/1995 In afwijking van artikel 4 is de examencommissie samengesteld als volgt:
03/02/1995 1. de Vaste Wervingssecretaris of zijn afgevaardigde, die voorzit;
03/02/1995 2. een hoogleraar;
03/02/1995 3. een ambtenaar van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, behorend tot niveau 1.

Afdeling VIIIbis - Computergestuurde examens

Art. 14ter.

FR   NL   [Affichage pour impression]