Publié le 13/12/1996
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 25 november 1996 tot vaststelling van de regelen inzake het bijhouden van een verstrekkingenregister door de zorgverleners bedoeld in artikel 76 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994 en tot bepaling van de administratieve geldboetes in geval van inbreuk op deze voorschriften

Art. 3.


Art. 4.
23/12/2002 Het verstrekkingenregister wordt ter beschikking gehouden van de Dienst voor geneeskundige controle van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering:
23/12/2002 a) in de hoofdverblijfplaats van de zorgverlener of op de zetel van de dienst voor thuisverzorging waarvoor hij werkt, indien hij zijn verstrekkingen uitsluitend verleent in de hoofdverblijfplaats van de rechthebbenden;
23/12/2002 b) in zijn spreekkamer of, indien hij daarover niet beschikt, in zijn belangrijkste behandelingscentrum, voor de verstrekkingen die er worden verleend en deze welke in de hoofdverblijfplaats van de rechthebbenden worden verleend;
23/12/2002 c) in elk behandelingscentrum voor de verstrekkingen die er worden verleend.
23/12/2002 De zorgverlener die evenwel zijn activiteit uitoefent zowel in zijn spreekkamer of in de hoofdverblijfplaats van de rechthebbenden als in één of meerdere behandelingscentra, is gemachtigd al deze verleende verstrekkingen in te schrijven in een enig register.
23/12/2002 Dit register wordt ter beschikking gehouden van de Dienst voor geneeskundige controle op de vooraf aan deze laatste medegedeelde plaats; deze mededeling gebeurt per bij de post aangetekende brief gericht aan de Dienst voor geneeskundige controle van de provincie waarin de zorgverlener zijn hoofdverblijfplaats heeft.
23/12/2002 Elk verstrekkingenregister dient te worden bewaard gedurende vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de laatste verstrekking er is ingeschreven.
23/12/2002 Het wordt bewaard op de plaats waar het overeenkomstig de bepalingen van de vorige leden werd bijgehouden; wanneer de zorgverlener evenwel definitief zijn activiteiten in een behandelingscentrum beëindigt, moet het verstrekkingenregister dat werd bijgehouden in dit centrum, op de hoofdverblijfplaats of in de spreekkamer worden bewaard.

Art. 5.

FR   NL   [Affichage pour impression]