Publié le 03/12/1966
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 30 november 1966 tot regeling van de inschrijving van de ambtenaren van de hoofdbesturen en van de in België zetelende uitvoeringsdiensten op een van de taalrollen

Art. 3.


Art. 4.
03/12/1966 § 1. Onderhavig artikel bepaalt de taalrol van de ambtenaren in functie bij de diensten bedoeld in artikel 1, die vóór de inwerkingtreding van artikel 43, § 4, van dezelfde wetten, hetzij nooit op taalgebied werden ingedeeld, hetzij gewoon in twee taalgroepen werden ingedeeld, hetzij over twee taalgroepen werden verdeeld bij andere beslissingen dan wettelijke of statutaire bepalingen.
03/12/1966 § 2. De ambtenaren, die op 1 september 1963 in dienst waren, worden bij de ene of de andere taalrol ingedeeld op grond van de taal van hun toelatingsexamen.
03/12/1966 Zo de ambtenaar in dienst is getreden zonder een toelatingsexamen te hebben afgelegd, wordt hij ingeschreven op de ene of de andere taalrol volgens de taal waarin hij blijkens het vereiste diploma of studiegetuigschrift of de verklaring van de schooldirectie zijn studies heeft gedaan.
03/12/1966 Nochtans kan de ambtenaar die vóór 1 januari 1968 voldaan heeft voor een examen, ingericht door het Vast Secretariaat voor Werving van het Rijkspersoneel en slaande op de grondige kennis van de tweede taal, zich op eigen verzoek en vóór evengenoemde datum laten inschrijven op de taalrol welke overeenstemt met de taal waarin hij dit examen heeft afgelegd.
03/12/1966 § 3. In afwijking van § 2 worden de ambtenaren die vóór 9 juli 1932 in dienst zijn getreden, op de ene of de andere taalrol ingeschreven, op grond van hun taalkennis
03/12/1966 Om op de rol der nederlandstalige ambtenaren te kunnen worden ingeschreven dient men het nederlands correct te kunnen spreken en schrijven; om op de rol der franstalige ambtenaren te kunnen ingeschreven worden dient met het frans correct te kunnen spreken en schrijven.
03/12/1966 De betwistingen die ter zake van die bekwaamheid mochten oprijzen worden beslecht door de Minister onder wiens hiërarchische of voogdijbevoegdheid de bedoelde diensten ressorteren.

Art. 5.

FR   NL   [Affichage pour impression]