Publi le 31/01/1937
   

FR   NL  

Koninklijk besluit van 24 oktober 1936 houdende wijziging en samenordening van de statuten der Hulp- en Voorzorgskas voor zeevarenden

Art. 41.


Art. 41bis.
01/01/2003 1. Iedere aangeslotene heeft van de leeftijd van 60 jaar af recht op een aanvullende vergoeding voor vaart in oorlogstijd van 8, 7937 EUR per jaar, voor iedere maand of gedeelte van een maand inschrijving op de monsterrol onder Belgische of geallieerde koopvaardijvlag, tussen 1 april 1915 en 11 november 1918 of tussen 10 mei 1940 en 15 augustus 1945.
01/01/2003 De reizen tijdens welke de aangeslotene een scheepsvaartwanbedrijf of -misdaad heeft gepleegd, waarvoor hij veroordeeld is geweest, worden niet in aanmerking genomen.
01/01/2003 Worden eveneens niet in aanmerking genomen de reizen onder Belgische vlag die geschiedden onder de controle van de bezettende macht.
01/01/2003 De periode van gevangenschap te wijten aan een gevangenneming op zee door de vijand, alsook de inschrijving in de pool der vrijwilligers voor de ivasieverrichtingen, worden gelijkgesteld met de inschrijving op de monsterrol.
01/01/2003 De aanvullende vergoeding voor vart in oorlogstijd wordt slechts toegekend indien de aangeslotene die onder geallieerde vlag heeft gevaren of gevangen genomen is, aangesloten is gebleven bij voornoemde Hulp- en Voorzieninskas gedurende zijn vaartijd onder geallieerde vlag.
01/01/2003 2. Bij het overlijden van de aangeslotene heeft zijn weduwe, die de hierna vermelde voorwaarden vervult, recht op 40 pct. van de aanvullende vergoeding voor vaart in oorlogstijd, die aan de aangeslotene werd toegekend of die hem zou toegekend geweest zijn indien hij overleden is vr de ingenottreding van genoemde vergoeding. Ingeval het overlijden 1 april 1970 voorafgaat wordt de vergoeding van de weduwe berekend op basis van het bedrag beoogd bij 1.
01/01/2003 1 De vergoeding wordt voor een periode van 5 jaar toegekend aan de weduwen van zeelieden gedood bij gelegeneheid en in de uitoefening van hun opdracht tijdens een luidens 1 aanvaardbare periode.
01/01/2003 Voor de andere weduwen is de toekenning van de vergoeding voorbehouden aan dezen wier man minstens twaalf maanden vaart in oorlogstijd, aanvaardbaar luidens 1, telde. Zij wordt toegekend voor een periode van maximum vijf jaar.
01/01/2003 2 Kan haar aanspraken op de vergoeding laten gelden, de weduwe die de zeeman vr 1 januari 1935 gehuwd heeft, wanneer de vaart plaats had tijdens de oorlog 1914-1918.
01/01/2003 Kan haar aanspraken op de vergoeding laten gelden, de weduwe die de zeeman huwde vr 29 september 1950 of binnen de tijdspanne van 5 jaar te rekenen vanaf de datum van terugkeer in zijn haardstede, wanneer de vaart plaats had tijdens de oorlog 1940-1945.
01/01/2003 Is ontslagen van de voorwaarden bedoeld bij het tweede lid, de zeeman die gehuwd is vr de leeftijd van veertig jaar en in elk geval vr 1 januari 1956.
01/01/2003 3 Kunnen geen aanspraak maken op de vergoeding:
01/01/2003 a) de weduwe die de leeftijd van 55 jaar niet bereikt heeft;
01/01/2003 b) de weduwe wier huwelijk niet minsten n jaar geduurd heeft; deze bepaling is niet van toepassing op de weduwe van de zeeman gedood bij gelegenheid en in de uitoefening van zijn opdracht tijdens een luidens 1 aanvaardbare periode;
01/01/2003 c) de weduwe die opnieuw gehuwd is na het overlijden van de zeeman. De vergoeding van de weduwe die een nieuw huwelijk aangaat wordt definitief afgeschaft vanaf de eerste dag van het kwartaal volgend op het nieuw huwelijk;
01/01/2003 d) de weduwe die uit de echt gescheiden is van de zeeman of van tafel en bed gescheiden op verzoek van de zeeman.
01/01/2003 3. De aanvullende vergoeding voor vaart in oorlogstijd moet het voorwerp uitmaken van een aanvraag bij voornoemde Hulp- en Voorzieningskas.
01/01/2003 Iedere aanvraag ingediend na de leeftijd van 60 jaar heeft uitwerking met ingang van de eerste dag van de maand die volgt op die van de indiening van de aanvraag.
01/01/2003 Voor zover alle andere voorwaarden vervuld zijn, gaat de vergoeding voor de weduwe in op de eerste dag van de maand volgend op die tijdens welke de echtgenoot overleden is, indien de aanvraag binnen twaalf maanden an dit overlijden ingediend wordt. In de overige gevallen en voor zover ook alle andere voorwaarden vervuld zijn, gaat zij ten vroegste in de eerste dag van de maand welke op die aanvraag volgt.
01/01/2003 Nochtans worden de rechten van de weduwen op voormelde vergoeding van ambtswege onderzocht indien de echtgenoot op het ogenblik van zijn overlijden de aanvullende vergoeding voor vaart in oorlogstijd genoot of indien op het ogenblik van het overlijden van de echtgenoot geen enkele definitieve beslissing was getroffen omtrent de aanvraag om vergoeding die hij had ingediend. In dit geval gaat de vergoeding in op de eerste dag van de maand die volgt op deze in de loop waarvan de echtgenoot overleden is.
01/01/2003 4. Het bedrag bedoeld in 1, is gekoppeld aan de spilindex 103,14 (basis 1996 = 100). Dit bedrag wordt verhoogt of verminder overeenkomstig artikel 4 van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichten op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
01/01/2003 De verhoging of de vermindering wordt toegepast vanaf de dag bepaald in artikel 6, 3, van voornoemde wet.
01/01/2003 5. Wanneer het overeenkostig 4 berekende bedag, een eurogedeelte bevat wordt het afgerond naar de hogere cent wanneer de derde decimaal gelijk is aan of hoger is dan vijf en naar de lagere cent wanneer de derde decimaal lager is dan vijf.

Art. 42.

FR   NL   [Affichage pour impression]